De column van Kees Beekmans uit de Volkskrant van 14 december 2005.
De gemarkeerde passages gaan over het NIMAR.
Aap, noot, Mies
Veel Marokkanen spreken Frans, maar
wie de taal wil leren, moet tegen winkeliers, taxichauffeurs, obers,
schoenpoetsers en pindaverkopers Dariezja praten.
Ik heb me er al eerder over beklaagd dat Marokko lastig is om te leren
kennen, omdat het zo divers is, maar ik ga me daar niet weer over beklagen ?
trouwens, een echte klacht was het niet want die enorme diversiteit brengt het
voordeel met zich mee dat er veel te ontdekken valt, en ontdekken is leuk. Maar
het kost wel moeite.
Zoals het moeite kost het Arabische alfabet te leren. De Marokkaanse variant van
het standaard-Arabisch, het Dariezja, ik schrijf het hier op zoals je het
uitspreekt, is zoals gezegd nog geen geschreven taal, het wordt alleen gesproken.
Maar in het Centre for Cross Cultural Learning, het instituut in Rabat waar ik
mijn taalcursus volg, schrijven we het wel degelijk. Abderrahman, onze docent,
schrijft alle nieuwe woorden die we leren op het bord, en hij gebruikt daarvoor
het Arabische alfabet. Ik noteer zo'n nieuw woord dan in mijn schrift en luister
intussen goed naar hoe Abderrahman het uitspreekt, en schrijf het dan nog een
keer op, zoals het klinkt, fonetisch ? daarvoor gebruik ik weer het Nederlands.
De eerste week van de taalcursus ging heen met het leren van de Arabische
letters. Abderrahman heeft ze een voor een behandeld. Dat was nog een heel
karwei, want veel van die letters nemen een andere vorm aan als ze op een andere
plaats in het woord staan. Dus een h aan het begin van een woord schrijf je
anders dan een h in het midden van het woord of aan het eind.
Na die eerste week werden we geacht alledrie de vormen van de 25 letters te
herkennen, gelukkig verschillen ze meestal niet zo veel, maar toch. Ja, na die
eerste week werden we geacht te kunnen lezen, het heeft nog twee weken geduurd
eer ik dat gevoel zelf ook had en niet voortdurend moest opzoeken welke letter
dit of dat ook alweer was. Intussen lees ik nog steeds zoals mijn kleine neefje
dat doet, de letters een voor een uitsprekend, waar mijn neefje het voordeel
heeft dat hij de woorden die hij aldus uitspreekt, kent, en herkent. Ik moet het
zonder doen.
Maar ik oefen zoveel ik kan, als ik ergens een woord zie, bijvoorbeeld een
straatnaam, blijf ik stilstaan en probeer ik die te lezen. Vooral de laatste
dagen kom ik er wel uit, tenzij de letters al te mooi zijn geschreven, dan raak
ik ergens halverwege het woord onherroepelijk de weg kwijt, soms al direct in
het begin. Maar ik klaag niet, het is leuk. En Abderrahman doet het goed, hij is
enthousiast en energiek, geduldig ook, en hij spreekt zoveel mogelijk in het
Dariezja tegen ons.
Veel Marokkanen spreken Frans, en de Arabist Jan Hoogland, docent aan de Radboud
Universiteit Nijmegen en auteur van het cursusboek Marokkaans Arabisch raadt mij
in zijn weblog aan nu toch vooral te beginnen met Dariezja te spreken tegen
winkeliers, taxichauffeurs, obers, schoenpoetsers en pindaverkopers, met dit
soort mensen niet Frans te blijven praten. Ik noem Jan Hoogland zo nadrukkelijk,
omdat hij regelmatig reageert op wat ik hier schrijf en de lezer daarin
geïnteresseerd zou kunnen zijn (www.volkskrant.nl/weblog).
Maar ook omdat hij bezig is in Rabat een
soort Nederlands Cultureel Instituut op te zetten, wellicht in
samenwerking met het CCCL, het instituut waar ik mijn cursus volg.
Het is om het aardig te zeggen toch
vreemd dat er niet allang zo'n instituut in Rabat is, gegeven de interesse van
Nederlanders in Marokko, al was het maar als vakantieland, gegeven ook
het aantal Marokkanen in Nederland. Landen als Duitsland en Frankrijk en Spanje
hebben hier al tijden een culturele vestiging, waar men ook Duits, Frans of
Spaans kan leren, ja zelfs Oostenrijk is hier met een instituut vertegenwoordigd.
Wij hebben hier alleen een ambassade en een consulaat ? maar daar komt nu dus
snel verandering in. Ik hoorde dat het kabinet er geld voor had, het instituut
zou er in januari 2006 moeten zijn, dus over twee weken, en ik hoorde ook dat de
nestor van de Marokko-kenners, de sociaal-geograaf Paolo de Mas, de
leiding op zich zou nemen. Maar Jan Hoogland kan er op zijn weblog meer over
vertellen.
Nu werd een literaire avond als die van vorige week, waarop schrijver Abdelkader
Benali en dichter Mustafa Stitou voorlazen uit eigen werk, noodgedwongen op het
Institut Français gehouden, een groot, pas gerenoveerd gebouw aan de voet van
de kathedraal in het centrum van Rabat. Het was een avond georganiseerd in het
kader van vierhonderd jaar Nederlands-Marokkaanse betrekkingen, en er traden ook
twee Marokkaanse dichter-schrijvers op, Yassin Adnan en Jalal el-Hakmaoui, die
hun werk in het standaard-Arabisch voordroegen, op een scherm werd
tegelijkertijd een Franse vertaling geprojecteerd.
Tijdens de discussie na afloop, die deels over taal ging, zeiden beide
schrijvers dat zij zich het meest thuis voelden in het standaard-Arabisch ? het
kwam me voor dat ze daar ook wat mee pronkten. Maar, zeiden ze ook nog, ze
probeerden dat klassiek-Arabisch wel zo levendig mogelijk te maken, ja zo dicht
mogelijk bij het gesproken Marokkaans te brengen, het Dariezja ? en dat had weer
wat neerbuigends.
Waarom dan niet gewoon in het Dariezja geschreven? Maar die mogelijkheid werd
door de schrijvers nauwelijks serieus genomen. Met het klassiek-Arabisch
bereikten ze weliswaar minder Marokkanen maar wel meer lezers buiten de
landsgrenzen, al met al een veel groter publiek ? of ze dat publiek ook
werkelijk bereikten, bleef de vraag. Maar belangrijker dan het verkoopargument
leek toch het prestige van het standaard-Arabisch, over het Dariezja bleven ze
maar spreken als over een 'dialect'. Dat dialect, zo begint mij steeds
duidelijker te worden - en met dat dialect de Marokkaanse lezer - heeft een paar
angry young men nodig, deze gevestigde eind-dertigers waren dat in ieder geval
niet.