De Marokkaanse hoofdstad Rabat krijgt een Nederlands
onderwijsinstituut.
Nederlandse studenten kunnen hier Arabisch leren en wetenschappers kunnen
ondersteuning bij onderzoek krijgen. Ook zal het instituut stoomcursussen
Nederlands gaan geven aan docenten die Marokkanen voorbereiden op het verplichte
basisexamen inburgering. Vanaf 15 maart moeten Marokkanen die langer dan drie
maanden naar Nederland willen komen voor dit examen slagen. Anders krijgen zij
geen visum.
Het Nederlands Instituut Marokko (Nimar) is een initiatief van arabist Jan
Hoogland van de Radboud Universiteit Nijmegen en het wordt gefinancierd door het
ministerie van onderwijs. Voorlopig heeft het Nimar geld ontvangen voor een jaar
met een voorwaardelijke toezegging voor nog drie jaar. Staatssecretaris Rutte
(onderwijs) wil hiermee de banden tussen Marokko en Nederland versterken en de
Nederlandse cultuur verder uitdragen. Paolo de Mas, sociaal geograaf aan de
Universiteit van Amsterdam, wordt de directeur. Het instituut, dat in juni wordt
geopend, zal culturele activiteiten gaan organiseren en een steunpunt worden
voor Nederlandse maatschappelijke organisaties, en er komen uitwisselingen
tussen Nederlandse en Marokkaanse universiteiten.
In acht steden (Cairo, Damascus, Athene, Sint-Petersburg, Florence, Rome, Madrid
en Tokio) zijn al Nederlandse onderwijsinstituten.
Arabist Jan Hoogland van de Radboud Universiteit
Nijmegen is de initiatiefnemer van het Nederlands Instituut Marokko (Nimar), dat
in juni wordt geopend.
Tijdens een studiereis met zijn studenten in 2002 vond hij het eigenlijk te gek
voor woorden dat er geen onderwijsinstituut was in Marokko. "Terwijl er zoveel
Marokkanen in Nederland wonen. Met Syrië hebben we amper banden, maar daar is
wel een instituut", zegt hij. En zeker na de moord op Theo Van Gogh was er bij
de Nederlandse overheid behoefte aan meer uitwisseling met Marokko, aldus
Hoogland.
Zijn plan werd goed ontvangen, niet alleen in Nederland, ook bij de Marokkaanse
minister Achaari van cultuur en minister Chekrouni voor 'Marokkanen die in het
buitenland wonen'. "Iedereen is het erover eens dat er dingen te verbeteren zijn
in de relaties tussen beide landen", zegt hij.
Primaire taak van het instituut in de hoofdstad Rabat is Arabisch geven aan
Nederlandse studenten. Maar er zal ook snel begonnen worden met het geven van
bijscholingscursussen Nederlands aan Marokkaanse docenten die al lessen
Nederlands geven in Marokko. "Ik vind dat er in Marokko iets moet zijn waardoor
het mogelijk wordt om je op het verplichte inburgering- en taalexamen voor te
bereiden", zegt Hoogland.
De ambassade beperkt zich uitdrukkelijk tot het afnemen van de taaltoets en het
inburgeringsexamen. De Marokkanen moeten het in principe verder zelf uitzoeken.
"Maar het niveau waarop nu Nederlands wordt gegeven door de paar docenten die er
in Marokko zijn, is absoluut onvoldoende om de toets af te leggen", zegt
Hoogland. Docenten weten niet hoe de toets in elkaar zit en hun leerlingen leren
wel Nederlandse woorden, maar communiceren kunnen ze nog lang niet, aldus
Hoogland.
Het instituut zal geen Nederlandse les gaan geven aan Marokkanen zelf, omdat er
in Rabat nauwelijks Marokkanen wonen die naar Nederland willen emigreren. Het
overgrote deel woont in het Rifgebergte in het noorden van Marokko.
Hoogland kwam voor het eerst met de Arabische wereld in aanraking toen hij in
1976 met een bevriend vrachtwagenchauffeur meeliftte naar Saoedi-Arabië.
Teruggekomen begon hij een studie Arabisch en reisde met Nederlandse toeristen
door de Marokkaanse woestijn.
Later hielp hij studenten die onderzoek wilden doen in Marokko. Maar een
onderzoeksvergunning krijgen in Marokko is niet makkelijk. "Je wordt al snel van
het kastje naar de muur gestuurd", zegt Hoogland. Het Nimar zal studenten en
wetenschappers helpen met hun onderzoek, maar wil ook hbo-studenten helpen die
stage willen lopen in Marokko. Er is veel belangstelling, vooral bij Nederlandse
Marokkanen. Daarnaast wil Jan Hoogland Marokkaanse universiteiten adviseren in
hun onderwijs en organisatie: "Er zijn zelfs plannen op de universiteit van
Casablanca om Nederlands te onderwijzen."
Door Julie van Traa, Casablanca
Trouw, 27 februari 2006