|
AURELIUS
AUGUSTINUS
GOED ONDERWIJS
CHRISTENDOM VOOR
BEGINNERS
bezorgd, vertaald en
toegelicht
door Vincent Hunink en Hans van Reisen
Damon,
Budel 2008; 2e druk 2009

ISBN 978 90 5573 861 8; geb.,216 blz; EUR
19,90
Wat
moet je beginners vertellen over de christelijke leer? Hoe houd je er zelf
plezier in, ook al moet je iets voor de honderdste keer uitleggen? Kortom, hoe
geef je goed en inspirerend onderwijs, zonder zelf gedemotiveerd te raken?
In
zijn geschrift De Catechizandis Rudibus geeft Augustinus antwoorden op
deze vragen. Hij schreef het boek op verzoek van een bekende uit Carthago, en
het is direct gericht op de dagelijkse praktijk. Allereerst gaat Augustinus in
op didactische punten. Hij benadrukt de manieren waarop de docent zijn eigen
blijmoedigheid op peil kan houden. Vervolgens geeft hij een model-uiteenzetting
van de christelijke leer en de hoofdpunten uit de Bijbel. Aan het slot volgt nog
een tweede samenvatting hiervan in slechts enkele bladzijden.
Veel
van wat Augustinus schrijft is relevant en ook in onze tijd toepasbaar voor
iedereen die effectief onderwijs wil geven. In het huidige onderwijsdebat krijgt
het zelfs een verrassend actuele betekenis. De wijsheid van de vroege Kerkvader
kan ook voor moderne mensen een steun zijn. En de samenvattingen van de
christelijke leer zijn minstens nuttig voor wie daarvan eigenlijk niet heel goed
op de hoogte is.
De
nieuwe vertaling door Vincent Hunink en Hans van Reisen is voorzien van een
uitgebreide inleiding en is afgedrukt naast de originele, Latijnse tekst.
Vertalers

Hans van Reisen (l) en Vincent Hunink
(r)
op het Augustijns Instituut te Eindhoven (secretariaat), 11 september 2007
FRAGMENTEN UIT DE VERTALING
Fragment 1:
"Hoofd- en bijzaken onderscheiden
en altijd het hoofddoel voor ogen houden: de liefde"
Het verhaal is compleet wanneer het eerste
godsdienstonderwijs voor elke kandidaat loopt vanaf de tekst In het begin
schiep God de hemel en de aarde tot aan de huidige tijd van de Kerk. Maar
daarom hoeven we nog niet de volledige Pentateuch,de volledige boeken van
Rechters, Koningen en Ezra, het volledige evangelie en de Handelingen van de
Apostelen uit het hoofd voor te dragen, als we die woord voor woord van buiten
kennen, ofwel de hele inhoud van die boeken in onze eigen woorden na te
vertellen en te verklaren. Daar is geen tijd voor en het is ook helemaal niet
nodig.
Wat moeten we dan wel? Een korte, algemene
samenvatting geven van alles, op zo'n manier dat we een selectie maken van
bepaalde bijzonderheden die de luisteraar interesseren en die op beslissende
momenten in de geschiedenis liggen. We moeten die zogezegd niet tonen als een
handschrift in een foedraal en meteen weer aan het zicht onttrekken, maar er
even bij blijven stilstaan. We moeten als het ware de inhoud eruit halen en
uitspreiden en aan de toehoorders voorhouden om te bekijken en bewonderen. De
rest kunnen we dan snel doorlopen en zo in het grotere geheel vervlechten.
Op die manier komen de punten die we het
meest onder de aandacht willen brengen het best tot hun recht, doordat de rest
op de achtergrond blijft. Dit voorkomt ook dat de luisteraar al vermoeid is als
hij bij die punten aankomt, terwijl we hem met ons verhaal juist willen
stimuleren, of dat zijn geheugen in de war raakt, terwijl hij van onze lessen
juist iets moet opsteken.
In alle dingen moeten wij natuurlijk zelf het
doel voor ogen houden van het gebod dat luidt: De liefde die voortkomt uit
een rein hart, een zuiver geweten en een oprecht geloof.Al onze woorden
moeten we daarop betrekken. Maar dat niet alleen, we moeten ook de blik van
degene die iets van onze woorden opsteekt daarheen leiden, daarop richten. Alles
wat we in de Heilige Schrift lezen van voor de komst van de Heer is namelijk
maar voor één doel geschreven: als verwijzing naar zijn komst en als
voorafbeelding van de toekomstige Kerk, dat wil zeggen het volk van God onder
alle volkeren, zijn lichaam. Daarbij worden dan ook alle heiligen meegerekend
die al voor zijn komst leefden in deze wereld. Zij geloofden evengoed dat Hij
zou komen als wij dat Hij gekomen is!
(uit c.5 en 6)
Fragment 2: "Oorzaken van weerzin
tegen lesgeven"
Ik heb maar één luide klacht van jou
gehoord: wanneer jij iemand laat kennismaken met het christendom vind je je
eigen betoog 'waardeloos en ondermaats'. Dat komt, weet ik, niet door gebrek aan
stof (ik besef dat je op dit punt voldoende bent voorbereid en toegerust) of
door gebrek aan taalvermogen, maar door een innerlijke weerzin. Misschien is dat
vanwege de reden die ik noemde: we beleven meer genoegen en worden meer geboeid
door wat we in stilte waarnemen in de geest, en daarvan willen we niet worden
weggeroepen naar het geraas van woorden dat daarvan zo sterk verschilt.
Of misschien is het zo dat we het houden
van een betoog wel aardig vinden, maar ook willen horen of lezen wat door
anderen beter is uitgedrukt en wat zich aandient zonder onze inzet en zorg.
Zoiets doen we dan liever dan improviserend woorden aanpassen aan andermans
begripsvermogen met onzekere afloop: schieten ons wel de juiste woorden te
binnen voor wat we bedoelen? En heeft ons gehoor er echt iets aan? Of misschien
komt het doordat de lesstof voor beginners bij onszelf overbekend is. We hebben
die niet meer nodig om zelf verder te komen, en daarom hebben we geen zin om er
heel vaak bij terug te keren. Het is dan een platgetreden pad, een soort
kinderspel. Onze geest, die al een tikje groter gegroeid is, heeft daar geen
enkel plezier meer in.
Weerzin bij een spreker kan ook komen
door een gehoor dat geen reactie geeft. Niet dat het ons past te vissen naar lof
van mensen, maar wat wij overbrengen zijn dingen van God! Hoe meer genegenheid
we voelen voor de mensen voor wie we spreken, des te vuriger willen we dat zij
aanvaarden wat ze aangereikt krijgen voor hun heil! Lukt dat niet, dan stoort
ons dat, dan gaan we midden in de race totaal onderuit, alsof al onze moeite
voor niets is.
Soms gebeurt het ook dat we iets moeten
afbreken wat we heel graag doen, een activiteit waar we genoegen in hebben of
die ons belangrijker lijkt, en moeten we ineens aan iemand godsdienstonderwijs
geven, in opdracht van een persoon die we niet voor het hoofd willen stoten of
op onontkoombare aandrang van bepaalde mensen. Dan komen we gejaagd bij een taak
waar grote kalmte voor nodig is, en vinden we het vervelend dat we onze
activiteiten niet mogen uitvoeren in de volgorde die we willen en dat we niet
alles goed kunnen doen. Ons betoog vloeit dan voort uit dat gevoel van
teleurstelling en is niet zo aantrekkelijk. Vanuit die dorre neerslachtigheid
kunnen onze woorden niet zo sprankelen.
Een enkele keer ook is ons hart bevangen
door droefheid omdat we ons ergens aan hebben geërgerd, en krijgen we juist op
zo'n moment te horen: 'Kom, praat eens met hem, hij wil christen worden!' Dat
horen we dan van mensen die niet weten wat ons diep van binnen verteert. En als
wij tegenover hen beter niet open kunnen zijn over ons gevoel, gaan wij met
tegenzin in op hun verzoek. Zo'n betoog wordt dan alleszins slap en futloos,
want het moet door de aders van een hart waar het kolkt en stoomt.
Tal
van redenen! En welke het ook precies is die de wolken brengt aan de blauwe
hemel in ons hart, we moeten er tegenmiddelen voor zoeken zoals God het wil,
waardoor die benauwenis ontspant en wij in het vuur van de geest gaan jubelen en
blijdschap putten uit de kalmte van het goede werk. Want God heeft lief wie
blijmoedig geeft.
(uit c.14)
In
het vervolg van de tekst biedt Augustinus voor elk van de genoemde mogelijke
oorzaken van weerzin bij een leraar een passend tegenmiddel! Een voorbeeld
daarvan volgt hieronder in fragment 3
Fragment 3: "Overbekende stof"
Maar het kan ook zijn dat we het
vervelend vinden om vertrouwde stof, dingen voor kleine kinderen, telkens te
herhalen. Laten we ons dan aanpassen aan hen met de liefde van een broeder, een
vader, een moeder. En zijn we eenmaal verbonden met hun hart, dan lijkt die stof
ook voor ons nieuw. Want groot is de kracht van het inlevingsvermogen: als het
hun iets doet wanneer wij spreken en ons wanneer zij leren, dan wonen wij in
elkaar. Wat zij horen, spreken ze zo in zekere zin uit in ons, en wij leren in
hen op een bepaalde manier wat wij zelf doceren.
Gebeurt zoiets niet ook met ruime, fraaie
plekken in een stad of op het land, die we al vaak gezien hebben en waar we
zonder speciaal plezier aan voorbijgaan? Als we die tonen aan mensen die ze nog
nooit hebben gezien, wordt door hun verrukking over het nieuwe onze verrukking
hernieuwd! En dat is eens te meer zo naarmate zij meer onze vrienden zijn. Want
hoe meer wij via de liefdesband in hen zijn, des te meer wordt ook voor ons
alles wat oud was nieuw.
Maar als wij zelf enige vooruitgang
hebben geboekt in meditatie, willen we niet dat degenen die we liefhebben blij
en verbaasd zijn bij het bekijken van werk van mensenhand. Nee, dan willen we
hen meevoeren naar het niveau van de vaardigheid en het ontwerp van de maker, en
vandaar opklimmen tot bewondering en lof van God de Allesschepper, waar de
liefde haar vruchtbaarste einddoel vindt. Des te meer moet het ons verrukken als
mensen aanstalten maken om te leren over God, want alles wat te leren is moeten
we leren omwille van Hem. En wij moeten onszelf dan hernieuwen in hun ervaring
van nieuwheid. Als onze prediking lauwer is dan normaal, kan ze gaan gloeien
door hun bijzondere manier van luisteren.
Voor het verkrijgen van blijdschap komt
er nog een gedachte en overweging bij: uit wat voor dodelijke dwaling gaat de
ander nu over tot leven! Straten die ons heel vertrouwd zijn lopen we welwillend
en blijmoedig door wanneer we iemand de weg wijzen die is verdwaald en in de
problemen zit. Dan moeten we toch veel energieker en enthousiaster wandelen door
dat heilzame onderricht, zelfs bij onderdelen waar voor ons geen herhaling nodig
is! Want een ziel die medelijden verdient, die afgepeigerd is door de dwalingen
van deze wereld, die geleiden wij dan over de wegen van vrede, in opdracht van
Hem die ons die vrede heeft gegeven!
(c.17)
RECENSIES
'Goed onderwijs is een opmerkelijk
boek in het oeuvre van Augustinus, maar ook in de geschiedenis van het kerkeijke
onderricht: de catechese. In deze verhandeling - mooi vertaald en ingeleid door
Vincent Hunink en Hans van Reisen - geeft Augustinus een praktische schets van
de inhoud van het christelijk geloof. (...) Een boek dat catecheten en dominees
nuttige bezinning biedt.'
T
j e r k d e R e u s in CV Koers
(Opionieblad voor de christen vandaag), april 2008, p.49
---
kort
signalement van het boek in: Schoolbestuur (magazine voor bestuurders,
toezichthouders en managers in het katholiek onderwijs) 28, 2008, nr 2 maart
2008
---
'(...)
De vertaling leest lekker, maar laat ook steken vallen. Als Augustinus op pagina
96 elegant de centrale gedachte verwoordt dat het liefdevolle afdalen van de
leraar tot de leerling dwingt tot verinnerlijking en daarmee een sublieme
parallel suggereert met de Incarnatie van de Logos, blijft er in de vertaling
niets van die rijkdom over. Hier was toch wel wat meer van te maken geweest.
Maar goed, het neemt niet weg dat we blij zijn dat deze mooie tekst weer in het
Nederlands beschikbaar is gemaakt.'
H.R.
in Katholiek Nieuwsblad van 18 april 2008, p.17
aantekening
van Vincent Hunink: ik begrijp ook na drie keer herlezen van p.96 niet waar de
recensent op doelt. Van de Logos is op die bladzijde geen sprake, ook niet in
een toespeling. Wel is er sprake van 'intellectus', maar dat betreft niet de
Logos, maar de verstandelijke talenten en verlangens van een concrete leraar die
eigenlijk liever met hoge wetenschap bezig is dan dat hij elementaire dingen
uitlegt.(vgl de aankondiging van dit punt op blz. 90-91).
---
'(...)
bijzonder fraai uitgegeven boek. Dankzij een uitgebreide en goed gedocumenteerde
inleiuding komen talloze interessante aspecten aan de orde (...) Een welkome
aanvulling in het portret dat Damon aldus samenstelt van deze kleurrijke
kerkvader. Van harte aanbevolen.'
L
o u i s N a b b e in: De Roerom 22,8 (april
2008), p.21
---
Uitgebreide recensie door Dr. C h a r l e s
V e r g e e r in Filosofie Magazine 18, 2008, 2, april/meri,
p.58-59. De volledige tekst van de bespreking volgt hieronder. Ze is overgenomen
met vriendelijke toestemming van de auteur.
" ‘Petisti me’, ‘Je hebt me gevraagd, broeder
Deogratias, of ik je iets bruikbaars wilde schrijven over godsdienstonderwijs
aan beginners.’ De steller van deze beginzin is stellig zelf geen beginneling.
Augustinus is er een meester in, eenvoudige en direct aansprekende zinnen neer
te schrijven die toch geraffineerd retorisch in elkaar steken. Het lijkt of hij
zich richt tot de ons onbekende diaken Godzijdank, maar wij zijn het die hij op
de korrel heeft. Deogratias immers wist wel dat hij dit gevraagd had, dat hij
diaken in Carthago was en al de verdere bijzonderheden die in de inleiding
staan, die alleen de dubbele bedoeling hebben onze belangstelling te wekken en
het algemene belang te onderstrepen door het bijzondere eraan toe te voegen.
Het schrijven aan de diaken is de geschiedenis ingegaan als De catechizandis
rudibus. Wat het omstreeks 400 in de volkswijken van Carthago voor uitwerking
had, weten we niet, maar wel dat het in de westerse beschaving middels
Cassiodorus, Isodorus, Beda, Alcuinus, Hrabanus Maurus, Erasmus, Luther,
Franciscus Xaverius en Bartholomeüs de las Casas en anderen een immense invloed
had.
De nieuwe en uitstekende vertaling – alweer mede van de hand van Vincent Hunink,
die we nog maar net aantroffen bij de vroegste treurspelen te Rome en daarna in
de pisbakken van Pompeii en bezig reclame voor wagenwielen te maken – draagt de
actuele en wat modieuze titel Goed onderwijs. Al het eerste woord, ‘petisti me’,
voert ons naar de moderne problematiek: vraaggericht heet dat nu. Iets leren
begint met ernaar vragen. Het begrip competentie, dat als een paraplu boven
kennis, vaardigheid en houding gehouden werd, een grote paraplu waarvan nog niet
zo duidelijk is of ze ons uit de regen of uit de drup hield, maar wel dat
eronder nogal wat kennis verloren ging. Competens was de naam voor de
‘medevrager’, degene die in de weg naar het geloof zodanige vorderingen had
bereikt dat hij zich mocht scharen bij hen die om het doopsel vroegen.
Het geschrift richt zich tot de rudis, onbeschaafd nog maar met enige
belangstelling voor het geloof. Wie na de eerste kennismaking bleef en zich liet
onderrichten, werd catechumeen. Een oorspronkelijk Grieks woord, in het Latijn
van de kerk overgenomen en de aanduiding van veruit de grootste groep
kerkgangers. Pas na de lange leertijd mocht men vragen om mee te doen, de
competens. Door het doopsel werd je dan opgenomen in de kerk als neophytus, ook
een Grieks woord, ‘nieuwgeborene’. Pas dat gaf toegang tot de kleine groep van
de betrouwbare gelovigen, zij die de titel fidelis mochten dragen.
Augustinus lezen, is altijd een groot genoegen. Ik kan me niet voorstellen dat
zij die, ook al is het maar een beetje, Latijn beheersen, zich niet telkens
laten verleiden om de linkerpagina’s te lezen waar in het Latijn zoveel beter en
duidelijker staat wat in onze taal wat meer moeite moet doen om zich staande te
houden. ‘Mijzelf bevalt mijn eigen betoog ook bijna nooit. Want ik heb mijn
zinnen gezet op iets beters, waarvan ik vaak van binnen geniet voordat ik
begonnen ben het in klinkende woorden uit te drukken; en wanneer me dat minder
goed lukt dan ik dacht, stoort het me dat mijn tong geen recht kan doen aan mijn
hart.’ – ‘contristor linguam meam cordi meo non potuisse suficere.’En dan een
zin die zo bepalend is voor Augustinus en die zoveel hedendaagse vakwijsgeren
boven hun bureau zouden mogen hangen: ‘Want bij alles wat ik begrijp, wil ik dat
mijn toehoorder het ook begrijpt (…)’
De vertaling is, ik herhaal het, voortreffelijk, maar de hoge graad van ineen
strengelen van eenvoud, directheid, effectiviteit en retorische gekunsteldheid
moet ze missen. In de aangehaalde zinnen, uit caput 3, begint de eerste zin met
het niet bevallen en eindigt de tweede met het tegengestelde ‘iets beters’ –
waarmee de tegenstelling verzwakt wordt, die Augustinus laat botsen door ‘(…)
displicet. Melior (…) meteen tegenover elkaar te plaatsen.
Behalve de taal is er inhoudelijk veel te genieten. Het lijkt allemaal zo
bedrieglijk eenvoudig. De rudis moet zelfs eerst iets over de letters te weten
komen. Maar dan volgt meteen de gedachte dat de sporen van ons inzicht niet in
de tekens van de taal vast zitten. Latijn, Grieks of Hebreeuws, dat maakt niet
uit maar iets als woede is door gelaatsuitdrukking en lichaamstaal voor iedereen
meteen duidelijk. De kerkvader zou hiermee hoog scoren in allerlei moderne
therapeutische groepen.
Augustinus is een meester in wat in het
hedendaagse Hollandse kippenengels ‘oneliners’ heet. Telkens weet hij weer een
betoog in één zin samen te vatten. Onderstrepen hoef je in zijn teksten niet,
dat doet hij zelf wel. ‘Een zondig mens is altijd nog beter dan een dier.’ Daar
kun je in een preek mee aankomen, ook op de werkdagen van de week zal dit op de
markt en bij de haven aangehaald worden.
‘Want wat een mens ook doet, hij merkt dat
God te prijzen valt in zijn daden.’ Een zin waarbij in onze taal niet duidelijk
is naar wie het persoonlijk voornaamwoord verwijst. Dat is in het Latijn op slag
duidelijk. (cap. 30) Als de mens rechtvaardig handelt, merkt hij dat God te
prijzen is in zijn beloningen. En als de mens zondigt merkt hij dat God te
prijzen valt in zijn rechtvaardige straffen en daarna, als de mens zich betert,
in de vergeving van zijn wandaden. Een wonderlijk platoonse gedachte, hier
afkomstig uit de psalmen (144, 3) en meteen filosofisch uitgebuit door er de
beweegreden Gods uit te halen om mens en wereld te scheppen.
Een prachtige tekst en wie er geen tijd voor wil nemen, ook daar heeft
Augustinus iets voor, tenslotte herhaalt hij in het kort wat hij te berde
bracht: het christendom in een kwartier. "
---
'Wat in dit boek opnieuw opvalt, is
Augustinus' warme interesse in mensen, en ook zijn vermogen om te nuanceren en
zichzelf te relativeren. Zo weet hij alle gewichtigheid te vermijden en
onderricht in het geloof uiterst eenvoudig te maken. Hij begint niet bij
details, maar bij Gods liefde voor mensen. En opnieuw toont Augustinus zich een
groot mensenkenner. Dit stelt hem in staat zwakten te analyseren bij zowel
leraar als leerling. (...)
Toch is het boek troostrijk en bemoedigend, ook nu nog; zonder God is het leven
vruchteloos en ten slotte vreugdenloos. (...)'
Drs. J. K l e i s e n in
NBD
Biblion (Openbare bibliotheken) april 2008. Op grond van deze tekst hebben
de openbare bibliotheken in Nederland in totaal 8 exemplaren besteld...
---
'Met deze publicatie is Augustinus de eerste
lerarenopleider of in ieder geval de eerste die een boek schrijft voor leraren
in opleiding. Het is een uniek geschrift (...) veel van wat A. heeft geschreven
is nog steeds bruikbaar en relevant voor huidige leraren (in opleiding). In het
huidige onderwijsdebat krijgt het zelfs een verrassend actuele betekenis.
Bijzonder is dat naast alle vernieuwingen een aantal opvattingen en
'onderwijsheden' al zo oud zijn. Anders dan veel hedendaagse boeken over
onderwijs is van dit boek ook de vormgeving prachtig: ook daarom een hebbeding.'
G.G. in VELON/VELOV, Tijdschrift voor
lerarenopleiders 29,2, april 2008, 54-55
---
'(...) is het goed om in de leer te gaan bij
Augustinus'
uit samenvattende bespreking door P i e t e r
d e B o e r in De Oogst (maandblad tot heil des volks) 71, 2008,
nr.837 (juni 2008), p.29.
---
'De vertaling (...) verdient overigens alle
bewondering omdat het bepaald geen simpele klus was. Soms lijkt het erop dat in
het Latijn van Augustinus' essay de stilistische en literaire bekommernis van de
oud-professor in de retorica het heeft gewonnen van de pastorale bekommernis van
de kerkvader om helder over te komen, al zal Deogratias, dank zij zijn eigen
retorische vorming, met het Latijn van Augustinus minder moeite hebben gehad
dan wij. In elk geval levert de vertaling een uitstekend leesbaar Nederlands op,
terwijl het Latijn met grote precisie wordt weergegeven. Het kritisch toetsen
van deze bewering wordt aanmerkelijk vergemakkelijkt doordat de Latijnse en de
Nederlandse tekst naast elkaar staan afgedrukt.
Niet alleen de vertaling maar ook de uitstekende inleiding met ruime
achtergrondinformatie en een goede bibliografie maken deze uitgave een
felicitatie waard.'
H.J. M u l d e r
in: Amphora, mededelingen van de vereniging Vrienden van het gymnasium voor
gymnasiaal onderwijs in de ruimste zin, 37,3, juni 2008, 13-14
---
'(...) De nieuwe Nederlandse
vertaling is vlot leesbaar en is van een prachtige inleiding voorzien. De
gekozen Nederlandse titel Goed onderwijs is misschien ook daarom aardig,
omdat het een mogelijk gebruik van het boek in het onderwijs suggereert. Het zou
een mooi boek zijn om met beginnende docenten in het katholiek onderwijs te
behandelen! (...)'
D i e d e r i k W
i e n e n in RK Kerk.nl boekenwijzer zomer 2008, 358-9 (uitvoerige
bespreking)
---
'(...) verrassende actualiteit'
K. v a n d e r
Z w a a g in:
Reformatorisch Dagblad 27 augustus 2008, p.14 (uitvoerige
inhoudelijke beschrijving van deze en een andere vertaling van Augustinus)
---
'(...) vooral de
samenvatting van het christelijk geloof in een vogelvlucht door de bijbel (...)
is fenomenaal
TK in Inspiratie Magazine
4, 2008, p.24
---
'Al met al is het een aardig
boek dat een ver verleden dichterbij brengt. Het boek kan ook een praktische
functie vervullen [sc. voor docenten en in de klas]'
T o n R o u m e n
in: Narthex 8, 2009, augustus 2008, 64
---
'De lessen van Aurelius
Augustinus zijn nog altijd actueel'
'(...) Het is prachtig dat uitgeverij Damon (...) steeds weer nieuwe en goede
vertalingen van werken van Augustinus blijft uitbrengen. De uitgaven zijn zeer
verzorgd en door deskundigen vervaardigd en ingeleid.
(...) Het is geen schande wanneer een beschaving zich haar eigen identiteit weer
bewust wordt. Deze tekst van Augustinus is niet alleen een bron van troost en
vreugde voor allen die wel eens een groep mensen moeten toespreken, maar biedt
ook een van de beste ingangen tot die heilzame bewustwording.'
B a r t J a n
S p r u y t in HP De Tijd 5 september 2008, 58-59
---
'(...) Interessant dus ook
voor hedendaagse onderwijzers'
Korte vermelding in:
Vives, vakblad tbv ict-vernieuwingen binnen het onderwijs, 87, september
2008, p.23
---
Korte vermelding in:
catalogus Carolushuis, verzendhuis van bisdom Roermond, uitgaven
2008-2009, p.12
---
'(...) fraai uitgevoerde
publicatie (...) (Opnieuw) schitterend om te lezen.'
Korte signalering door
W. V e r b o o m in: Theol.Ref. september 2008
---
Samenvatting en
sympathiserende beschrijving door D i e d e r i k W i e n e n
in Augustijns Forum 7 (2008), 4/5,2-3. Vertalers niet genoemd, geen
opmerkingen over de vertaling zelf.
---
'(...) Cathecheten en zij die
zich bezig houden met cursussen 'Christelijk geloof' - en dat zijn er gelukkig
velen in onze dagen - mogen de vertalers van "De Cathechizandis Rudibus"
dankbaar zijn dat zij dit werk van de kerkvader uit de 5e eeuw voor de 21e eeuw
toegankelijk hebben gemaakt. (...) Diverse doelgroepen kunnen dus hun winst doen
met dit klassieke werk. Uitgeverij Damon, die de laatste jaren meer Augustiniana
heeft uitgegeven, heeft ook deze uitgave tot een prettig leesbaar boek gemaakt.'
Ds J. V o g e l
in: Ons Kerkbblad 19 december 2008
---
'(...) Leuk aan het boek is
dat op de linkerbladzijde de Latijnse en op de rechterpagina de Nederlandse
tekst is weergegeven. Zo kunt u tijdens het lezen onder andere uw Latijnse
woordenschat vergroten. (...) Inderdaad, in het contact met onze seculiere
medemens kunnen die zes pagina's heel zinvol zijn. Concreet: gebruik dit
bijvoorbeeld om aan je medestudenten uit te leggen wat je gelooft. Een ieder die
ooit inaanraking zal komen met het onderwijs en daarbij een visie behoeft, raad
ik van harte aan om dit boek te lezen. En een ieder die lesgeeft (in wat voor
context dan ook) zou dit boek gelezen moeten hebben voor bewustwording waar het
bij onderwijzen werkelijk om draait. Eigenlijk zou het verplichte kost op
christelijke lerarenopleidingen en pabo's moeten zijn!'
S i m o n e
K r o e s in Documentum (tijdsch. van Depositum Custodi,
Reformatorische Studentenvereniging, vgl.
www.depositumcustodi.nl) (voorjaar 2009), p.55-56
---
Kort signalement door D. Q u a n t
in Ambtelijk Contact, juni 2009, p. 461
---
'(...) Goed onderwijs
is een geschrift dat na 1600 jaar na de eerste verschijning zijn waarde heeft
weten te behouden. Dat heeft ook te maken met de soepele en leesbare, maar nooit
gemakszuchtige vertaling. Hierdoor is het verhaal nergens gedateerd of
plechtstatig. Zodoende is het in deze seculiere maatschappij opnieuw een goede
eerste kennismaking met de geschiedenis van het christendom en biedt het
docenten nog steeds een belangrijk inzicht: als je de liefde voor je vak wilt
delen, moet je open staan voor de motieven waarmee jouw leerlingen je lessen
volgen.'
D a a n S c h
u i j t in Kleio, tijdschrift van de vereniging van
docentern in geschiedenis en staatsinrichtin g in Nederland, 50, 2009, nr.2,
april 2009, 24-25. Besproken boek is dan 'Boek van de maand'
LINKS
Andere
Augustinus-bijdragen op VincentHunink.nl
Naar de site van het Augustijns
Instituut Eindhoven
latest changes here:
12-10-2009 11:55
|