|
Cato
Goed boeren
vertaald en
toegelicht door Vincent Hunink
Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 1996

De Romein Cato (234-149
v.Chr.) dankt zijn bekendheid vooral aan de gevleugelde uitspraak 'Overigens ben
ik van mening dat Carthago verwoest moet worden'. Minder bekend is dat van zijn
hand een compleet geschrift bewaard is gebleven, Goed boeren (De agricultura).
Het is het oudste Latijnse prozawerk dat overgeleverd is.
Tot aan de tijd van Cato was Grieks de taal voor het proza, ook voor de
Romeinen. Cato is de eerste die voor dit doel zijn eigen taal hanteert.
Natuurlijk is dat goed te merken aan zijn taalgebruik: zijn ruige stijl lijkt
nog in niets op het latere klassieke proza van Cicero.
Cato geeft allerhande voorschriften voor het werk op een middelgroot landgoed.
Die agrarische vorm was toen in Italië sterk in opmars, en bracht een zekere
specialisatie met zich meen bij voorbeeld die van druiven- of olijventeelt. Cato
probeert de 'nieuwigheden' een plaats te geven in de bestaande Romeinse
landbouwtradities. Als hereboer beziet hij alles, inclusief de werkkrachten, in
termen van nut en geld.
Deze maar al te herkenbare hardheid is voor moderne lezers niet de grootste
charme van Goed boeren. Het zijn juist de ongewone stijl en denkwijze die dit
werk zo bijzonder maken. Daarbij geeft het een fascinerende kijk op het
dagelijkse boerenleven in de vroege Romeinse tijd. Zo bevat het recepten voor
speciale soorten wijn, gebak en purgeermiddelen, aanwijzingen voor
bouwwerkzaamheden en het pekelen van ham. en een reeks unieke toverformules en
rituele gebedsteksten. In Cato's wereld hangt dat nog allemaal samen.

Juni 2010: overname van de
passage met speciale recepten (79-139) in: Linguaan (tijdschrift van het
Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers) 21, 2010, juni, 27-29
VOLLEDIGE TEKST
De volledige tekst van Cato, Goed Boeren, vertaald door Vincent Hunink
(Amsterdam 1996) is op deze site beschikbaar. Iedereen wordt van harte uitgenodigd om de tekst
te downloaden en te lezen.
Wilt u fragmenten van de tekst overnemen in een commerciële uitgave, dan is
toestemming van de uitgever nodig (Singel 262, 1016 AC AMSTERDAM). Een
berichtje
naar mij wordt sowieso op prijs gesteld ! Het is
voor mij aardig om te horen wat er met deze tekst gebeurt.
Gebruik
onderstaande link om het bestand te downloaden.
Het
bestandsformaat is PDF. De grootte van het bestand is 571kB.
download
de integrale tekst van Goed boeren (PDF)
Interview
door
Jinke Hesterman
uit
Levende Have magazine voor hobbydierhouders, 5, 2007, oktober 2007,
24-25
(hier
overgenomen met vriendelijke toestemming van de auteur en het blad)
Herenboer
Cato adviseerde landbouwers in onzekere tijden
'’Er
is niets wat meer baat brengt dan de runderen goed verzorgen’’
Voor
de Romeinen was het kappen van een bos een daad van beschaving, zegt de
classicus Vincent Hunink. Tegen die achtergrond moeten we Cato’s De
Agricultura lezen. Hunink vertaalde het oudste Latijnse prozawerk in ‘’Goed
boeren’’. ‘’Als Cato de mogelijkheden van nu had kunnen gebruiken, dan
zou hij aan genetische manipulatie hebben gedaan.’’
Ruim twee
eeuwen geleden kende een herenboer als Cato geen intrinsieke waarde toe aan het
dier. Die kijk op dieren treffen we direct na het begin van de jaartelling wel
aan bij de Griekse veelschrijver Plutarchus. Van zijn hand verscheen er een
tractaat waarin staat dat dieren ook verstand hebben. Voor Cato echter, waren
dieren vooral instrumenten, zegt Vincent Hunink, die zich voor een vertaling
grondig verdiepte in De Agricultura van deze rijke Romeinse senator, advocaat,
befaamd redenaar en landeigenaar. Instrumenten waarvoor je wel goed moet zorgen,
zo blijkt uit het oudste Latijnse proza dat via overlevering tot ons is gekomen.
De Agricultura, volgens Hunink een soort kruising tussen een agrarisch leerboek
en de Enkhuizer Almanak, bevat zelfs tips hoe de weerstand van de
landbouwhuisdieren te vergroten.
‘’Wanneer
je bang bent voor ziekte, geef dan aan de gezonde dieren drie korrels zout, drie
laurierbladeren, drie preiblaadjes, drie tenen look, drie tenen knoflook, drie
korrels wierook, drie loten van de zevenboom, drie bladeren wijnruit, drie
stengels van heggerank, drie witte boontjes, drie hete kolen, drie sextarius
wijn Wie het geeft moet nuchter zijn. (…) Zorg dat het rund zelf en degene die
het geeft allebei zo staan dat ze de grond niet raken.’’
De
eerste vertaling van De Agricultura - ‘’Goed boeren’’ - verscheen in
1996. Hunink werkt op het moment hard aan een geheel nieuwe editie, met nog veel
meer verrassende teksten van deze veelzijdige historische figuur, vooral bekend
van zijn uitspraak, waarmee hij elke voordracht eindigde: ‘’En voorts ben ik
van mening dat Carthago verwoest moet worden’’.
Praktische kennis
Cato
(234 -149 v. Chr.) zag het als zijn taak de landbouw in de vroeg Romeinse tijd
de weg te wijzen. Hoewel intellectueel en politicus, had hij als landeigenaar
zeer veel praktische kennis vergaard. Niet dat hij zelf taarten van schapenkaas
bakte – daar had hij zijn personeel voor – hij wist er wel veel van. Cato
was vertrouwd met alle facetten van het boerenleven en constateerde dat de
Italiaanse landbouw in die jaren door schaalvergroting in een crisis raakte.
Kleine en middelgrote bedrijfjes verdwenen en er ontstonden uitgestrekte
landerijen van soms vele honderden hectaren, eigendom van grootgrondbezitters.
Er kwam in korte tijd een grootschalige, op winst gerichte teelt op gang van
vooral druiven en olijven, met slaven als werkkrachten. Dieren werden op die
gemengde bedrijven gehouden voor het vlees, de kaas en de mest.
‘’Geef
een jonge houtduif, zodra die gevangen is, eerste gekookte, geroosterde bonen.
Blaas ze vanuit je mond in zijn bek, en ook het water. Doe dit zeven dagen. Maak
daarna geplette bonen en tweekoren schoon. Laat een derde deel van de bonen heet
worden. Dan moet je het tweekoren erdoor gooien, schoonmaken en goed koken.
Zodra je dit eruit haalt, moet je het goed kneden en je handen invetten met
olie. Eerst moet je een beetje kneden, daarna harder. Met olie bestrijken en
kneden totdat je balletjes kunt maken. Op water leggen en geven. Wees matig met
het voer.’’
Romeinse
grond
In Goed Boeren snijdt Cato menig onderwerp aan. Van olijfpers tot en met het
omgaan met personeel en van grondverbetering, bemesting en het inzaaien van
gewassen tot en met de oogst van druiven. Hunink: ‘’Wat ik er mooi aan vind
is dat je ondanks al die beschrijvingen van specifieke gebruiken toch iets voelt
van het oude, primaire boerenbedrijf. De mix van het intuïtieve, met al z’n
toverformules en bijgeloof, en het praktische, geeft inzicht in het agrarische
denken van toen. Je voelt jezelf in Romeinse grond staan.’’
Cato redeneert vanuit de kleine, zelfvoorzienende boeren en past zijn kennis toe
op grotere bedrijven. Hij heeft De
Agricultura niet erg systematisch opgezet, stelt Hunink vast, maar wel met de
intentie om vanuit een algemeen belang de grote bedrijven te adviseren.
‘’Zoals hij ook met zijn andere geschriften het moreel van de Romeinse staat
wilde versterken. Cicero heeft hem later nog opgevoerd in een lofzang op de
landbouw en hem laten spreken over de genoegens van het boeren.’’
‘’Kleinvee
en runderen moeten zorgvuldig gestrooid worden en hun hoeven verzorgd. Pas op
voor schurft bij kleinvee en lastdieren; dat treedt meestal op door slechte
voeding en als het inregent. Zorg dat je alle werkzaamheden op tijd afrondt.
Want zo is het boerenbedrijf: doe je ėėn ding te laat, dan doe je alle
werk te laat. Ontbreekt er stro, laat dan eikeloof verzamelen. Strooi daarmee
schapen en runderen.’’
Hunink
sluit niet uit dat Cato een favoriet paard had, maar de Romeinse herenboer
schrijft geen letter over zijn relatie tot de dieren. Wel over de voeding,
verzorging en gezondheid van schapen, ezels, varkens, en vooral runderen.
‘’Geef
de runderen loof van olmen, populieren, eiken en vijgenbomen, zolang als je
hebt. Zet de schapen groen loof voor, zolang als je het hebt. Waar je een
zaailand aanlegt, laat daar schapen lopen, en geef ze loof totdat het
voedergewas rijp is. Droog voer dat je hebt opgeslagen voor de winter, moet je
zoveel mogelijk sparen. Bedenk hoe lang de winter duurt.’’
Eikels
Runderen
kunnen in goede conditie blijven door het voer met het vocht van olijven te
besprenkelen, adviseert de oude leermeester. Ossen die moeten werken, verdienen
een halve schepel eikels per dag, die wel eerst in water moeten zijn gelegd. Het
waarom van al deze adviezen blijft in nevelen gehuld, maar de man die zelf tot
op hoge leeftijd – hij bereikte de leeftijd van 85 jaar – op zijn boerderij
buiten Rome verbleef, brengt het alsof hij de wijsheid in pacht heeft. Voor een
deel komt dat door de stijl waarin De Agricultura is geschreven. Heeft Hunink in
de vertaling van 1996 geprobeerd het allemaal wat leesbaar te maken, de nieuwe
versie, die in 2009 gereed zal zijn, is een stuk ‘’boerser’’. ‘’Cato
werkt veel met de gebiedende wijs. Ik zal nog dichter bij de oorspronkelijke
tekst blijven en minder concessies doen.’’
‘’Om
schapen geen schurft te laten krijgen, moet je wat olijfvocht wegzetten en goed
zuiveren. Meng het met water waar lupinen in hebben gekookt en met bezinksel van
een goede wijn in gelijke hoeveelheden door elkaar. Daarna, wanneer ze je
geschoren hebt, helemaal insmeren. Laat ze twee of drie dagen hiervan klam zijn.
Was ze vervolgens in zee. Als je geen zeewater hebt, maak dan zout water en was
ze daarmee. Als je dit zo doet, krijgen ze geen schurft, geven ze meer en betere
wol, en hebben ze geen last van teken.’’
Vincent
Hunink, achterkleinzoon van de befaamde worstenmaker Anton Hunink, vindt dat
iedereen in de teksten mag lezen wat hij wil. Maar wat hem betreft is De
Agricultura beslist geen lofzang op de kleinschaligheid en is de waarde van het
dier voor Cato vooral een economische. ‘’Het is geen morele beschouwing van
het boerenbedrijf. Het gaat erom er een winstgevende onderneming van te maken.
Er zit niets in van terug naar de natuur. De natuur was voor de Romeinen iets
dat beheerst moest worden. Als Cato de mogelijkheden van nu had kunnen
gebruiken, dan zou hij vast aan zoiets als genetische manipulatie hebben
gedaan.’’
Goed
Boeren, Vincent Hunink, Athenaeum Polak & Van Gennep, ISBN 90 253 06365.
Recensies
En mooie recensie door H a
n s W a r r e n in de PZC van 29 maart 1996 (ook elders
verschenen onder de titel 'Cato was de Hans Wiegel van de Romeinse politiek')
"Bijna iedereen kent Cato's
uitspraak: Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest zou moeten worden'
(Ceterum censeo Carthaginem esse delendam). Maar bijna niemand kent zijn
geschrift van omstreeks 155 voor onze jaarteliíng 'De agricultura (Over de
landbouw). Marcus Porcius Cato (243-149) was zo'n beetje de Hans Wiegel van de
Romeinse politiek: heel welbespraakt en heel conservatief. Naar de verhalen
willen, sloot hij al zijn toespraken in de senaat af met die woorden over
Carthago. Deze poiitieus en mihtair heeft ook verschillende boeken geschreven,
die voor het grootste deel verloren zijn gegaan. Alleen zijn boek over de
landbouw is min of meer compleet overgeleverd. Het is meteen het oudste bewaard
gebleven Latijnse prozawerk. Het gaat om een vaktechnisch geschrift, dat de
lezer rechtstreeks naar het Romeinse boeren-bestaan voert. Tot nu toe waren er
slechts enkele fragmenten in het Nederlands vertaald, maar Vincent Hunink heeft
zieh nu over dit fascinerende boek ontfermd. Verschillende mensen – waaronder
een vinologe, een agrarisch historicus, en H. H. ter Balkt, in onze literatuur
de boerendichter bij uitstek - stonden hem met raad en daad bij.
Dit is zo'n uitgave
waarbij de liefde ongeveer van elke bladzijde spat. Hunink vertaalde Cato met
veel toewijding en veel vindingrijkheid. Meteen al de titel vind ik bijzonder
welgekozen: 'Goed boeren' heet deze handleiding in onze taal. En in het
voorwoord omschrijft hij De Agricultura treffend als een soort kruising van een
agrarisch leerboek en de Enkhuizer Almanak. (...)
Van Cato moet men geen
ingenieuze literatuur verwachten. Er is zelfs niets rustieks aan deze reeks
raadgevingen te ontdekken. Het boerenleven is bij Cato geen idylle, hij bekijkt
het juist vanuit een economisch standpunt. Zijn adviezen zijn op de praktijk
gericht en beogen een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering. Hij is een man van
uitspraken als: 'Olie verkopen als de prijs goed is. Het overschot aan wijn en
graan verkopen. Oudere runderen, gebrekkig vee, gebrekkige schapen, wol,
dierehuiden, een oude kar, oude gereedschappen, een slaafop leeftijd, een slaaf
die ziekelijk is en wat verder overschiet, verkopen. Een landheer moet
verkoopgraag, niet koopgraag zijn.'
Cato geeft instructies
over de mesthoop. Hij vertelt hoe wijn moet worden bereid. Er is voorlichting
over het enten van bomen. We lezen hoeveel eten en drinken het personeel nodig
heeft. Er zijn recepten. Hij weet middeitjes tegen vervelende kwalen. En voor
eens en altijd wordt duidelijk gemaakt dat kool onmisbaar is voor wie gezond wil
blijven. Of u nu een zakelijke landbouwer of een romantische stedeling bent: het
is de moeite waard Goed Boeren te leren kennen."
---
Uit de bespreking door IB
in Het Parool van 8 maart 1996
"innemende titel"
"Fascinerende lectuur is het,
dit Goed boeren. Jammer alleen dat de Romeinse maten en eenheden in een lijstje
achterin worden gegeven en niet op een of andere manier vertaald zijn. Een libra
kun je toch best met pond vertalen, al is het eigenlijk wat minder, en een
culleus mag toch wel een pint heten? Of zou de vertaler denken dat er mensen
zijn die de recepten inderdaad gaan klaarmaken en is hij bang voor de
desastreuze gevolgen van een overdosis kool? "
---
uit de bespreking
door C h a r l e s V e r g e e r in: Filosofie
6, dec.1996-jan.1997:
"Met deze vertaling
mogen we in ons schik zijn. Niet alleen is ze voortreffelijk, iets wat wel extra
aangemerkt mag worden bij zo'n stugge en moeilijke tekst, maar vooral, de tekst
is facinerend."
"Een heel
opmerkelijk boek en opmerkelijk goed vertaald."
"Is de tekst ook
filosofisch relevant? Me dunkt."
latest changes
here: 19-12-2011 14:57
|