|
Oude
poëzie komt tot leven
tekst gepubliceerd in: Filter,
tijdschrift over vertalen, 15, 2008, 58-59
[>p.58]Lezers
lezen niet altijd graag vertalingen. Wie in redelijke mate een taal beheerst,
zal werken in die taal in principe graag in het origineel lezen. Voor vertalers
geldt die reserve ten aanzien van vertalingen misschien nog eens te meer. Wie
zelf uit een bepaalde taal vertaalt kent de typische problemen en valkuilen, en
heeft bovendien veelal zijn of haar eigen opvattingen over het vak. Dat maakt
het lastig een onbevangen lezersblik te houden voor werk van collega-vertalers.
Laat staan dat je dat gewoon voor je plezier leest.
Belangeloze lectuur van, in mijn geval,
vertaalde Griekse en Romeinse klassieken, is iets zeldzaams. Er moet al een
duidelijke reden zijn, wil ik zo'n vertaling van begin tot eind lezen. Dat kan
zijn omdat het origineel te moeilijk of stilistisch oninteressant is. Een andere
troef van een vertaling kan liggen in de onoverzichtelijkheid van de brontekst,
bijvoorbeeld een verzameling teksten van diverse herkomst en kwaliteit. En een
vertaling kan natuurlijk ook verleiden door haar eigen fraaie vorm en stijl.
Soms spreekt het Nederlands van een vertaler je zozeer aan dat de impuls om naar
het origineel te grijpen tijdelijk bedwongen wordt.
Al deze redenen zijn wat mij betreft van
toepassing op een bijzondere bloemlezing van Patrick Lateur uit de oud-Griekse
epigrammen-literatuur. In Dichters hebben vele moeders bundelde Lateur
honderdvijftig literaire epigrammen uit de Anthologia Graeca. Dat is de naam van
een laat-antieke verzameling van enkele duizenden puntdichten uit een periode
van ruim duizend jaar.
De Anthologia Graeca is een onneembare
burcht: een duizelingwekkende berg poëzie van een onafzienbare reeks dichters.
Genoeg om ook de gevorderde lezer het overzicht en de moed te laten verliezen.
Het Grieks van deze epigrammendichters is niet zelden lastig, vol intertekstuele
verwijzingen, geleerde puzzels en gezochte nieuwe woordjes. En het vrijwel
overal toegepaste metrum van het distichon gaat vroeg of laat op de zenuwen
werken door zijn ijzerenheinige dreun. De Anthologia Graeca blijft dus meestal
gewoon een gesloten boek.
Dat is jammer, want er zitten honderden
gedichten in die de moeite meer dan waard zijn. Lateur selecteerde vooral
gedichten die een reflectie op de Griekse literatuur inhouden: gedichten over
Apollo en de Muzen, en gedichten over beroemde dichters als Homerus, Hesiodus en
Sappho. Ook is er een kleine groep gedichtjes die gaan over het maken van poëzie
en die dus poëticaal mogen heten.
Het is heel interessant materiaal wat hij
in dit boek voor het voetlicht brengt. Zo zijn er fictieve grafschriften van
grootheden als Homerus en Sophocles, of charmante gedichtjes waarin Beroemde
Dichters worden geprezen. Omgekeerd zijn er grappige epigrammen waarin de
denkbeeldige voorbijganger met een knipoog wordt gewaarschuwd voor het graf van
gevaarlijke spotters als Archilochus en Hipponax.
[>p.59]Maar
het mooiste is dat Lateur de gedichten vertaalt in een schitterend Nederlands,
waardoor de vertaalde teksten ook werkelijk als poëzie gelezen kunnen worden.
In een bedrieglijk eenvoudig lijkende stijl, die is ontdaan van alle klassieke
poeha (inclusief het keurslijf van het antieke metrum), en met aangenaam veel
wit op de pagina komen de Griekse verzen prachtig tot leven. Het is of er door
de vertaalde verzen een Mediterrane wind waait, een sensuele, geurige warmte,
die in de originele teksten wel aanwezig is, maar voor niet-antieke lezers
opgesloten en onbereikbaar blijft. De vertaalde verzen lijken meer dan eens op
korte verzen van Kaváfis. Bij wijze van voorbeeld volgt hier een epigram van
een anonieme dichter (in het boek afgedrukt op blz.80):
Reggio bezing ik,
de punt van Italië met zijn ondiepe
wateren,
dat altijd nipt van de Sicilische Zee.
Want onder de loofrijke olm
heeft het Ibykos begraven,
de minnaar van de lier,
de minnaar van knapen,
die genoegens kende in overvloed.
In overvloed spreidde het op zijn graf
klimop en plantte er
witte rietstengels.
Het Griekse origineel telt hier drie
gedrongen disticha met enkele ongewone vormen. Zo is het beeldende en direct
werkende 'met zijn ondiepe wateren' de weergave van een obscuur laat-Grieks
woord dat zich zonder specialistisch woordenboek niet meer laat begrijpen.
Wie komt hier nog aanzetten met dat
vervloekte 'traduttore traditore'? Nee, de vertaler verraadt niet. Integendeel,
de vertaler herschept: en soms, zoals hier, is hij een bevrijder van klank en
betekenis. Bronteksten worden door een vertaling soms beter en directer
ontsloten dan door studie van het origineel.
Zo'n vertaling is daardoor werkelijk
onmisbaar, ook voor classici, ja, zelfs voor collega-vertalers. Verzen als in
deze bloemlezing lees je voor je plezier, om hun schoonheid, jezelf vergetend.
En komt de drang naar de brontekst ondanks alles toch opzetten? Zelfs dan biedt
Lateur hulp: het Grieks staat bij de vertalingen afgedrukt. Steeds erboven
natuurlijk, want de vertaler kent zijn plaats.
---
Dichters
hebben vele moeders; 150 literaire epigrammen uit de Anthologia Graeca,
samengesteld en vertaald door Patrick
Lateur. 's-Hertogenbosch: Voltaire,
2007.
|