intro
fragment
|
IGNATIUS VAN ANTIOCHIË
Graan voor God
Brieven van een martelaar
ingeleid en vertaald
door Vincent Hunink,
Kok, Utrecht 2012

ca. 96 p.; ISBN *; EUR *
Klein-Azië, rond 100 na Chr. Een christelijke bisschop uit
Antiochië, Ignatius, is op transport gezet naar Rome. Daar zal hij voor de wilde
beesten worden gegooid en zo de marteldood sterven. Het is een heel convooi: de
bisschop, geketend en wel, zijn vrienden en helpers, en een flink pak Romeinse
soldaten. Ze trekken dwars door het huidige Turkije naar de haven Smyrna (Izmir)
aan de westkust. Vandaaruit zal de reis per schip verder gaan.
Onderweg passeert het
convooi allerlei christelijke gemeenten, die dan nog heel klein zijn. Efeze,
Magnesia, Tralloi: allemaal sturen ze gezantschappen naar de bisschop om hem
moed in te spreken. En hij schrijft brieven terug. Brieven om te danken, maar
ook om te waarschuwen en om regels te geven.
Zeven van die brieven zijn
bewaard gebleven. Ze vormen verbazende lectuur. En soms zijn ze ronduit
schokkend.
De brieven van Ignatius
bieden een verrassend, levendig beeld van het vroege christendom. Het is een
wondere wereld van kleine, alom bedreigde christelijke gemeenten, die zich
moeten handhaven én organiseren temidden van vijanden. En de vijand zit niet
alleen 'buiten' bij Romeinen en Joden. Nee, ook van binnen dreigt voortdurend
gevaar. Ketterijen, scheurmakers, valse profeten, onechte leraren, mensen die
het prille gezag van de bisschoppen onderuit willen halen... En ook: eerlijke
gelovigen die het martelaarschap van hun bisschop willen voorkomen door om zijn
leven te smeken.
Dat laatste levert een
aantal hoogst opmerkelijke passages op. In zijn beroemdste brief, die aan de
gemeente in Rome, bezweert Ignatius zijn christelijke medebroeders: doe niets,
kom niet voor mij op, gun mij het martelaarschap. In gloedvolle, verzengende
beelden werkt hij zijn verlangen uit voor God te mogen sterven. Ja, hij wil als
graan van God door de kaken van de wilde beesten vermalen worden tot zuiver
meel, om zo te worden tot brood van God, en deel te krijgen aan Christus.
Ignatius' verlangen naar
lijden en martelaarschap, in het voetspoor van Christus, is onthutsend. Het
tekent de felheid en niets ontziende radicaliteit van het vroegste christendom.
Letterlijk álles staat hier op het spel, het draait om leven en dood, om totale
overgave aan de waarheid. Maar misschien speelt stilletjes ook iets van
'zelf-representatie' en uiterlijk vertoon mee. Ignatius had tenslotte ook
nederig kunnen zwijgen...
Al schrijvend lijkt
Ignatius zowel zijn bron van leven te vinden als het aardse leven te
overstijgen. In de ultieme vernedering ziet hij voor zichzelf de maximale
verheffing weggelegd. En zo laat hij de moderne lezer verbijsterd achter. Geen
ruimte voor postmoderne twijfel hier, geen eindeloos gewroet in de eigen ziel,
geen loze feitjes en weetjes.
De brieven van Ignatius
zijn geschreven in een lastig soort Grieks, met veel echo's van Paulus. De
nieuwe vertaling (de eerste sinds lange tijd) heeft uitdrukkelijk tot doel goed
leesbaar te zijn. Waar nodig worden duistere passages zodanig 'doorvertaald' dat
er een coherent en begrijpelijk geheel uit ontstaat. Van noten wordt zoveel
mogelijk afgezien.

FRAGMENT
Ik ben erachter gekomen dat
bepaalde lieden onderweg bij u zijn langsgekomen met een slechte leer. U
hebt ze echter niet bij u laten zaaien, u stopte uw oren dicht om niet
op te vangen wat zij zaaiden! Ja, u bent stenen van de tempel van de
Vader, klaargelegd voor de opbouw van God de Vader, omhoog gebracht door
de hijskraan van Jezus Christus, dat wil zeggen: door zijn kruis, met de
Heilige Geest als kabel. Uw geloof is uw gids naar boven, en liefde is
de weg omhoog naar God.
U bent dus allemaal reisgenoten: Goddragers, tempeldragers,
Christusdragers, heiligdragers, in alle opzichten getooid in de geboden
van Jezus Christus. In u schep ik grote vreugde, want door wat ik
schrijf heb ik het verdiend met u te spreken. Samen met u mag ik blij
zijn dat u in het menselijk bestaan uitsluitend liefde hebt voor God.
Voor andere mensen moet u onophoudelijk bidden. Want bij hen is er nog
hoop op berouw, zodat zij God bereiken. Geef hun dus de kans ook te
leren van uw daden. Zijn zij kwaad? Reageer mild. Maken zij zich breed?
Blijf bescheiden. Komen zij met godslasteringen? Zet u er gebeden
tegenover. Zij dwalen? Wees standvastig in uw geloof. Zij doen woest?
Blijf kalm, doe uw best niet te doen zoals zij.
In vriendelijkheid moeten we hun broeders zijn, en wie wij moeten nadoen
is de Heer! Wie leed groter onrecht? Wie werd van meer beroofd? Meer
opzij geschoven?
Zo vindt men bij u geen onkruid van de duivel maar blijft u in Jezus
Christus in alle reinheid en wijsheid, zowel naar lichaam als naar
geest.
Dit is de eindtijd.
Laten we dan schaamte voelen en vrees voor Gods grote geduld, dat er
voor ons geen veroordeling van komt. We moeten vrees voelen voor de
woede die gaat komen ofwel liefde voor de gunsten van nu -- van tweeën
een. Als we maar in Jezus Christus worden gevonden voor het ware leven.
Zonder Hem mag ons niets passen. In Hem draag ik mijn ketenen:
geestelijke parels! Hopelijk kan ik daarmee opstaan dankzij uw gebeden.
En hopelijk heb ik aan die gebeden altijd deel, dan hoor ik bij de erven
van de christenen van Efeze, die het altijd met de apostelen eens zijn
geweest in de macht van Jezus Christus.
(Aan de Efeziërs, 9-11)

latest changes here:
12-03-2012 11:51
|
Eerder bij Kok:
Thomas-vertaling
Bernardus-vertaling
Tertullianus-vertaling
Anselmus-vertaling
artikel over Ignatius
Ignatius
op VincentHunink.nl
|