VincentHunink.nl

Home > ONDERWIJS > COLLEGES | LEZINGEN | ORGANISATIE | AGENDA



intro

opzet (algemeen)

opzet (colleges)

schema onderwerpen

 


INTERDISCIPLINAIR WERKCOLLEGE 
MARCUS AURELIUS



Op deze pagina vindt u enig aanvullend materiaal bij de Interdisciplinaire cursus 'Marcus Aurelius', zoals verzorgd aan de RU Nijmegen in periode 1 en 2 van het cursusjaar 2006-2007, voor derdejaars classici. 

Het college wordt geleid en begeleid door een drietal docenten van GLTC: prof.dr. Michael Erdrich (PRA), dr. Nathalie de Haan (OG) en dr. Vincent Hunink (Lat. en oudchr.Lat). Per college heeft een van deze drie de leiding en zal tenminste een van de andere twee aanwezig zijn.

Het doel van het college is tweeledig. Inhoudelijk gezien wil het verdieping en verbreding mogelijk maken door een vakoverstijgende aanpak: één onderwerp of persoon wordt via de verschillende deelgebieden van GLTC (geschiedenis, archeologie, taal- en letterkunde, filosofie) benaderd en onderzocht. Op het formele vlak is het college bedoeld als een grondige oefening in het academisch schrijven, en bereidt daarmee voor op de BA-scriptie.



Opzet

Algemene beschrijving

De college-reeks (5 stp, = 140 sbu) is gepland in de perioden 1 en 2, met wekelijks een bijeenkomst van twee uur. Tijdens elk van de veertien bijeenkomsten staat een bepaald aspect van het onderzoek naar Marcus Aurelius (MA) centraal. Omdat het college een werkcollege moet zijn, is het uitgangspunt dat studenten zelf hun inzichten en vaardigheden vergroten door literatuuronderzoek, presentatie en verslaglegging, en door discussie. Er worden dus géén hoorcolleges gegeven en van alle studenten wordt individueel en in elk college een actieve inbreng gevraagd.

De colleges zijn mede bedoeld als aanloop naar de BA-scriptie (te schrijven in periode 3 en 4 van het BA 3 jaar). Daarom ligt veel nadruk op kleine schrijfopdrachten, te beginnen met een opdracht tot samenvatting van een boek dat als basis dient. Alle deelnemers schrijven verder in de loop van het college 4 papers, die te samen een dossier vormen. Aan het eind van de collegereeks krijgen studenten de gelegenheid hun dossier te herzien en een definitieve versie hiervan in te leveren. Deze vormt de basis voor de beoordeling door de drie docenten. Er vindt dus geen tentamen plaats. De losse papers worden tijdens de collegereeks door de betreffende docenten wel nagekeken en beoordeeld, maar dit slechts als indicatie. Alleen het uiteindelijke, complete dossier, telt mee voor het cijfer.

Onder bepaalde voorwaarden kan het einddossier in de laatste versie gelden als de BA-scriptie of daartoe na afloop van het college worden aangepast. Een belangrijke voorwaarde in dit verband is dat het geheel dan voldoende eenheid en consistentie bezit en is gebaseerd op een of meer samenhangende onderzoeksvragen.

De vier papers zijn als volgt verdeeld: één op elk van de volgende gebieden: 1) oude geschiedenis, 2) PRA of/en Klassieke archeologie, 3) Latijn, 4) Grieks of/en OudChristelijk of/en filosofie. 
Elk paper is beperkt van omvang: maximaal zo'n 5 bladzijden, inclusief lit.lijst. Studenten worden aangemoedigd om zoveel mogelijk ook originele bronnen te gebruiken en te citeren.  

Elke deelnemer maakt minimaal één maal deel uit van de zogeheten 'voorlopers' of presentatoren, die op het college een referaat houden en de discussie aanzwengelen en voeren (zie onder bij 'colleges').  Hiervoor wordt ingetekend op een lijst op het eerste college. Van de voorlopers hangt in de praktijk van de colleges veel af. Intekening is daarom niet vrijblijvend, maar schept verplichtingen ten opzichte van de rest van de groep.

Berekening: totale belasting 140 sbu. Colleges: 14x2 u., plus idem aan voorbereiding = 56u. Resteren 84 u. Per schrijfopdracht (de samenvatting en 4 papers) is een studietijd van 12 u. voorzien, =60u. 12u. besteedt de student aan het voorbereiden van 1) het referaat op de colleges en 2) de beantwoording van daaruit voortkomende vragen van de andere deelnemers. De laatste 12 uur zijn begroot voor het bewerken van de gecorrigeerde papers tot het uiteindelijke leesdossier.

De colleges

Vanaf college 4 (zie schema) geldt het volgende schema. Per vakgebied/onderwerp is er een tweetal colleges (A en B), steeds in opeenvolgende weken. 

Let op: het is van belang dat iedereen zich strak aan de planning houdt. Het college staat of valt met het op tijd beschikbaar stellen van de gevraagde teksten, en met de daardoor voor iedereen mogelijke voorbereiding.


College A:

voorbereiding

  • twee of drie geselecteerde studenten, de 'voorlopers', schrijven over het onderwerp elk hun paper, aan de hand van de literatuur in de reader en eventueel verder daarbij gezochte secundaire literatuur. Hun papers doen zij uiterlijk twee dagen tevoren aan iedereen (studenten en de drie docenten) toekomen, per e-mail of als print. Deze papers monden uit in een discussiepunt of stelling. De voorlopers bereiden bovendien een referaat voor over de bronnen en de papers (zie onder). 

  • alle overige deelnemers nemen de voor het onderwerp relevante literatuur uit de reader door. Ook leest iedereen de papers van de voorlopers. Naar aanleiding daarvan formuleert iedereen per paper tenminste één, liefst twee inhoudelijke vragen, die constructief-kritisch van aard zijn. De vragen worden op schrift gesteld (c.q. geprint), voorzien van de naam van de vragensteller en meegenomen naar college.

  • de docent van dienst neemt het materiaal door, leest de twee of drie papers en bereidt eventuele eigen inbreng voor. 

het college zelf

  • de voorlopers verzorgen samen een referaat naar aanleiding van de bronnen en van hun papers. Dit referaat duurt tenminste 45 minuten en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

    • een korte bespreking van de literatuur uit de reader. Let op: centraal staan niet samenvattingen, maar een analyse van de sterkte en kracht van de diverse onderdelen (hun potentieel en hun beperkingen), en de mogelijkheden die het materiaal biedt voor gebruik in papers.

    • een korte bespreking van zelf daarbij gevonden literatuur. Deze bespreking wordt ondersteund door verwijzingen op papier met de referenties en eventueel korte samenvattingen, zodat alle deelnemers er hun voordeel mee kunnen doen. De bespreking van literatuur uit de reader en daarbuiten duurt samen hooguit 15 minuten.

    • een presentatie van het door de voorlopers feitelijk daarmee bereikte resultaat. Het referaat zoomt in op bepaalde onderdelen van de papers en gaat daar inhoudelijk en methodisch dieper op in. Het referaat is dus geen mondelinge herneming van het paper maar biedt meer. Met name levert het een verdere aanzet tot discussie. De presentatie en aanzet tot discussie vormen de hoofdmoot van het referaat (ca. 30 minuten).

    Het referaat wordt door de voorlopers in goed onderling overleg voorbereid: de componenten ervan moeten op elkaar worden afgestemd zodat er een afgewogen geheel ontstaat. Alle voorlopers voeren het woord.

  • in het tweede collegeuur wordt eerst een ronde gemaakt langs de andere deelnemers. Zij lichten mondeling kort hun vragen en kritische opmerkingen toe. De vragen worden dus niet voorgelezen maar ingeleid en met argumenten toegelicht, eventueel ter plekke aangevuld en/of toegespitst naar aanleiding van het aangehoorde referaat. De deelnemers verstrekken de vragen aan het eind van het college ook op papier aan de voorlopers.

  • waar nodig springt de docent van dienst in en licht verder toe wat deelnemers met het bronnenmateriaal nog kunnen doen om hun papers te schrijven.

 

College B

voorbereiding

  • de voorlopers nemen de ingeleverde vragen ter harte en bereiden hierop adequate antwoorden en reacties voor. Daarbij geven zij ook aan of en hoe ze hun paper in revisie zullen gaan aanpassen.

  • de overige deelnemers schrijven hun paper. Zij leveren dat op maandag of uiterlijk dinsdag voor 12.00 bij de docent van dienst in.

  • de docent van dienst kijkt de ingeleverde papers na en voorziet die van individuele op- en aanmerkingen.

het college zelf:

  • de voorlopers reageren op de hun voorgelegde vragen en opmerkingen.

  • alle andere deelnemers, de oorspronkelijke vragenstellers, geven daarop minimaal één maal direct weer een repliek. De bedoeling is dat dit tot discussie leidt. Iedereen komt aan het woord: 'geen mening' en 'weet-niet' gelden niet als reactie of repliek. Het geheel van reacties en discussie duurt minimaal 45 minuten, en bij voorkeur zelfs langer.

  • de docenten vullen aan waar nodig.

  • ten slotte gaat de docent van dienst in op de inmiddels ingeleverde en nagekeken papers. Het kan hierbij zowel inhoudelijke als methodische zaken van het schrijven betreffen. Aan het einde krijgen de deelnemers hun paper terug.



Schema   

Hieronder volgt een voorlopig schema. Tussen haakjes, waar relevant, de namen van de 'voorlopers', en de initialen van de docent(en) die het college leiden. 

Week     Onderwerp

1 (7 september). Inleiding A: schema en werkwijze college (VH, NdH)

2. (14-9) <geen college: zelfstudie: maken van individuele samenvattingen Birley)>

3. (21-9) Inleiding B: Bespreking samenvattingen Birley (VH, NdH, ME); tweede uur: inleiding op tijdsbeeld en bronnen rond Marcus (ME)

4.(28-9) Oude Geschiedenis A (John, Paul, Tom; NdH)

5.(5-10) Oude Geschiedenis B (John, Paul, Tom; NdH)

6. (12-10) Archeologie A (Suzanne, Jetske, Elke; ME)

7. (19-10) Archeologie B (Suzanne, Jetske, Elke; ME)

            herfstreces

8. (9-11) Latijn A (Eefje, Bert, Eva; VH)

9. (16-11) Latijn B (Eefje, Bert, Eva; VH)

10. (23-11) Grieks/Filosofie/Oudchristelijk A (Laura, Elisabeth, Tessa; NdH)

11. (30-11) Grieks/Filosofie/Oudchristelijk B (Laura, Elisabeth, Tessa; VH)

12. (7-12) <geen college: herzien van teksten en samenstellen dossier>

13. (14-12) Evaluatie /debat (ME)

14. (21-12) Uitloop (reserve).

 

 


latest changes here: 19-08-2011 13:24


Radboud Universiteit

Faculteit Letteren

GLTC

studiegids GLTC 2006-2007 

 

 

HOME VH / vincenthunink.nl

(c) 2012 V. Hunink

copyright statement  / contact