|
XENOFON
Hiëro
vertaald en van een essay
voorzien
toegelicht door Vincent Hunink

vertaling gepubliceerd in: Nexus
36, 2003, 73-89; (Tilburg)
essay gepubliceerd in:
Streven 71, 2004, 35-44 (Antwerpen).
Hoe word ik een goed dictator? Deze voor ons
misschien wat paradoxale vraag staat centraal in een fictieve dialoog door de
bekende Griekse schrijver Xenofon (4e eeuw v.Chr.). In zijn Hiero laat
hij de dictator van Syracuse hierover spreken met de dichter Simonides. De
dialoog somt uitvoerig alle nadelen op die een dictator in zijn normale bestaan
ervaart. Maar uiteraard mondt de tekst uit in een soort ideaalbeeld van de
ideale vorst die werkelijk geliefd is bij zijn volk, en dus ook niets te vrezen
heeft.
De tekst van Xenofon is een
aantrekkelijke, relatief korte dialoog over het wezen van dictatuur en goed
bestuur. Vreemd genoeg is de tekst nooit eerder in het Nederlands gepubliceerd.
Dat gaat nu veranderen.
Op verzoek van het tijdschrift
Nexus heb ik
een vertaling van de Griekse tekst gemaakt. Dit is de eerste volledige vertaling
van de tekst in het Nederlands. Ter begeleiding dient een uitgebreid essay over
de relevantie van de tekst. Deze bijdrage is gepubliceerd in
Streven.
FRAGMENT
De dichter
Simonides kwam een keer bij de dictator Hiëro. Zodra ze allebei tijd hadden zei
Simonides: 'Beste Hiëro, mag ik u eens wat vragen? Er is iets waar u
vermoedelijk meer van weet dan ik.'
'En wat mag dat
wel zijn?' vroeg Hiëro. 'Waar weet ik meer van dan zo'n wijs man als jij?'
'Ik weet dat u
eerst een gewoon burger bent geweest,' zei de ander, 'en dat u nu dictator bent.
U heeft ervaring met beide en vermoedelijk weet u dus beter dan ik waarin het
leven van een dictator verschilt van dat van een gewoon burger. Ik doel hier
zowel op de vreugden als de zorgen van de mens.'
'Maar dan moet
jij ook iets doen,' zei Hiëro. 'Jij bent nog steeds een gewoon burger. Vertel
mij maar eens over dat burgerleven, dan kan ik jou wel aangeven, denk ik, waar
de verschillen in liggen.'
Daarop zei
Simonides het volgende. 'Ik meen dat ik heb kunnen constateren, beste Hiëro, dat
gewone burgers via de ogen prettige en onaangename ervaringen opdoen met wat er
allemaal te zien is, en via de oren met geluiden, via de neus met geuren, via de
mond met eten en drinken, en met seks via de algemeen bekende weg. Koud en warm,
hard en zacht, licht en zwaar lijken wij in heel ons lichaam waar te nemen, met
prettige en onprettige ervaringen als gevolg. En wat goed en kwaad betreft, soms
lijken wij hiermee enkel in de ziel prettige en onprettige ervaringen te hebben,
soms ook in zowel ziel als lichaam. Dat wij ook prettige ervaringen hebben
tijdens de slaap lijkt mij duidelijk, maar hoe dat kan en langs welke weg en
wanneer, dat begrijp ik eigenlijk helemaal niet. Het is misschien niet vreemd
als wij duidelijkere ervaringen hebben wanneer we wakker zijn dan tijdens de
slaap.'
'Ik zou niet
weten wat een dictator nog meer kan ervaren,' gaf Hiëro ten antwoord, 'naast
alles wat jij nu hebt opgesomd. Tot hier toe zie ik niet waarin het leven van
een dictator verschilt van het burgerleven.'
'Dat verschil
zit hierin: een dictator heeft op al die manieren een veel groter aantal
plezierige ervaringen en veel minder onplezierige.'
'Nee,
Simonides, zo zit het niet. Je moet weten dat dictators veel minder plezier
beleven dan gewone, modale burgers en veel meer en sterkere onplezierige
ervaringen hebben.'
'Wat u zegt
klinkt niet aannemelijk. Want als dat zo is, waarom leeft de wens om dictator te
worden dan bij zovelen, ja bij de mensen die het meest vermogend lijken? Hoe kan
het dat iedereen dictators benijdt?'
'Dat komt
natuurlijk omdat men geen ervaring heeft met beide posities,' zei Hiëro, 'maar
wel hierover zijn gedachten laat gaan. Ik zal proberen jou aan te tonen dat ik
de waarheid spreek, te beginnen met het zien. Want daar begon jij mee, als ik
het wel heb.
Allereerst dus
waarnemingen door het zicht. Wanneer ik alles overdenk, zijn dictators op dit
punt slechter af. Elke streek heeft zo zijn eigen bezienswaardigheden en gewone
burgers kunnen overal naartoe: ze gaan naar de steden die ze willen en naar
nationale manifestaties, waar alles bij elkaar komt wat mensen het meest de
moeite waard vinden om te zien. Maar dictators houden zich verre van shows. Het
is voor hen namelijk niet veilig een plek te bezoeken waar ze niet automatisch
sterker zijn dan de aanwezigen, en daarbij is hun situatie thuis niet dermate
zeker dat ze alles aan anderen kunnen overlaten en op reis kunnen gaan. Want het
valt te vrezen dat ze hun macht kwijtraken en bovendien niet meer in staat zijn
de boosdoeners te straffen.
Nu zul jij
zeggen: "Maar dat soort spektakel komt toch naar hen toe? Ze blijven gewoon
thuis!" Nou, Simonides, dat geldt maar in een doodenkel geval, en dan nog moet
een dictator er enorm veel voor betalen. Wie ook maar een klein kunstje kent,
verwacht van de dictator in kort bestek een veelvoud te ontvangen van wat hij in
zijn hele leven van alle mensen samen krijgt!'
'Goed,
misschien bent u slechter af als het gaat om mooie dingen zien,' zei Simonides,
'maar wat het gehoor betreft bent u toch echt beter af. Want in wat het fijnste
is om te horen, lofprijzingen, komen jullie nooit tekort. Iedereen om u heen zal
alles van u prijzen, wat u ook zegt of doet. En wat het naarste is om te horen,
scheldwoorden, daarvan blijven uw oren vrij. Niemand spreekt kwaad van een
dictator in diens bijzijn.'
'En wat voor
plezier geeft zo'n gebrek aan kwaadsprekers,' zei Hiëro, 'wanneer je maar al te
goed weet dat zulke zwijgers allerlei kwaads van de dictator denken? Wat voor
plezier heb je van mensen die je prijzen, wanneer je mag aannemen dat hun lof
enkel voortkomt uit vleierij?'
'Hier geef ik u
volkomen gelijk, beste Hiëro. Lofprijzingen van geheel vrijen zijn het
prettigst. Maar kijk, u zult geen mens ervan kunnen overtuigen, dat jullie niet
veel meer plezier beleven aan alles waar een mens van leeft.'
'Ja, Simonides,
ik weet wel waarom dat de meesten ervan uitgaan dat wij lekkerder eten en
drinken dan gewone burgers. Zij denken namelijk dat zij zelf lekkerder zouden
eten aan onze tafel dan thuis. Het genot schuilt dan in alles wat boven het
normale uitgaat. Daarom kijken alle mensen uit naar feesten behalve dictators.
Hun dis is altijd al rijkelijk voorzien en daar komt op feesten niets extra's
bij. Zo komt het dat zij alleen al op dit punt slechter af zijn dan gewone
burgers: voor hen geen voorpret! Verder is er nog iets wat ik goed besef en wat
ook jij uit ervaring wel weet: hoe meer men iemand aan overtolligs voorzet, des
te eerder treedt het gevoel van verzadiging op. Het gaat hier dus ook om de
tijdsduur van het genot. Ook daarin is degene die veel krijgt voorgezet slechter
af dan de modale genieter.'
'Jawel,
natuurlijk, maar zolang die eetlust aanhoudt beleven mensen die exclusief
dineren meer genot dan mensen die simpelere dingen krijgen voorgezet.'
'Maar
Simonides, denk je niet dat iemand die ergens het hoogste genoegen beleeft daar
ook het meest aan gehecht is?'
'Zeker wel.'
'Gaan dictators
dan met zichtbaar meer genoegen aan tafel dan gewone burgers?'
'Nee, nee,
helemaal niet, juist met meer tegenzin, zouden de meeste mensen zeggen.'
'En heb je wel
eens bedacht wat voor smaakversterkers er allemaal bij dictators op tafel komen:
pikant, zuur, prikkelend, enzovoorts?'
'Ja zeker,' zei
Simonides, 'en dat lijkt mij allemaal heel onnatuurlijk voor mensen.'
'Wat vind je
dan van dat soort ingrediënten? Dat zijn toch niet meer dan opwekkers van een
zwakke, door luxe verslapte eetlust? Want jij weet net zo goed als ik dat wie
met genoegen eet niets van al die toevoegingen nodig heeft.'
'Tja, ook die
kostbare parfums die jullie gebruiken, daar hebben de mensen om jullie heen,
geloof ik, meer dan jullie zelf.'
'Zoiets gebeurt ook met eten,' zei Hiëro. 'Wie altijd alles klaar
heeft staan, tast nooit eens toe met trek. Maar als je iets niet vaak krijgt,
doe je je er met veel plezier aan te goed wanneer het op je bordje komt.'
Aantekeningen van de vertaler
In de in Nexus gepubliceerde vertaling zijn de aantekeningen van de
vertaler helaas komen te vervallen. Daarom volgen ze hieronder.
De belangrijkste werken van
Xenofon zijn in moderne Nederlandse vertalingen beschikbaar. Van recente datum
zijn:
Xenofon, Symposium /
Sokrates' verdediging, vertaald door Michiel Op de Coul, Athenaeum - Polak &
Van Gennep, Amsterdam 2000;
Xenophon, Kyros de Grote, de vorming van een
vorst, vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door John
Nagelkerken, Voltaire, 's-Hertogenbosch 1999;
Xenophon, Herinneringen aan Socrates,
vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Cornelis Verhoeven,
Voltaire, 's-Hertogenbosch 2000;
Xenofon, De Spartaanse maatschappij;
Plutarchus, Lycurgus, vertaald door Gerard Janssen, Chaironeia,
Leeuwarden 2000.
De Hiëro werd niet
eerder volledig in het Nederlands vertaald; (Ch. van Deventer besprak het werkje
in zijn Helleensche studiën, S.L. van Looy, Amsterdam 1897, 154-159, met
een vertaling van de openingszinnen en een parafrase van het geheel).
De Nederlandse vertaling is
gebaseerd op de volgende uitgaven:
Xenophon, Scripta minora, [translated by]
E.C. Marchant, Loeb Classical Library, nr 183, London/Cambridge Mass. 1962 (4e
dr.), 1-57;
Xenophon, Opera omnia, tomus V: opuscula,
[edited by] E.C. Marchant, Clarendon Press, Oxford 1969 (5e dr.).
Verder heb ik gebruik
gemaakt van:
The Hieron of Xenophon,
with introduction, notes, and critical appendix by H.A. Holden, Macmillan and
Co, London 1883.
Enkele van de weinige
recente artikelen over de tekst zijn:
V.J. Gray, 'Xenophon's Hiero and the
meeting of the wise man and tyrant in Greek literature', in: Classical
Quarterly 36, 1986, 115-23;
A. Gelenczey-Mihálcz, 'Thoughts on tyranny.
Xenophon's Hiero', in: Acta Antiqua Academiae Scientiae Hungaricae
40, 2000, 113-121.
Een van de vertaalproblemen
in de Hiëro is de weergave van het Griekse turannos. Het
Nederlandse 'tiran' (dat er wel van is afgeleid) is hier minder goed bruikbaar
vanwege zijn speciale, meer huiselijke associaties. 'Alleenheerser' is vaak een
goede weergave, maar lijkt voor deze tekst niet scherp genoeg. Ik heb gekozen
voor 'dictator', omdat dit ook voor ons een vooral politiek begrip is, dat
bovendien een aantal relevante associaties oproept.
Mijn dank gaat uit naar
André Lardinois, Marco Balvers en Eric Moormann, die de vertaling en het
bijbehorende essay hebben meegelezen.
latest changes
here: 19-12-2011 14:58
|