Het onderwerp bestaat uit de constructie 'een stuk of + telwoord + substantief' of de constructie 'een + substantief + of + telwoord'
 
[ 20·2·3·1·ii·9 ]
 
Bij de constructie met een stuk of gevolgd door een telwoord (groter dan één) en een substantief in het meervoud, staat de persoonsvorm altijd in het meervoud, bijv.:

(69) Een stuk of drie brieven lagen ordeloos op het bureau.
(70) Er waren slechts een stuk of tien studenten komen opdagen.

Het meervoudige substantief is hier kern van de naamwoordelijke constituent.
     Fungeert de constructie 'een + substantief in het enkelvoud + of gevolgd door een telwoord (groter dan één)' als onderwerp, dan staat de persoonsvorm gewoonlijk in het enkelvoud, maar een meervoudige persoonsvorm komt ook voor, met name in zinnen met presentatief er. Vergelijk:

(71) Een boek of vier bleef onverkocht liggen.
(72) Een man of vijf kan dat werk gemakkelijk in een dag doen.
(73a) Er was maar een man of tien komen opdagen.
(73b) Er waren maar een man of tien komen opdagen.


 
vorige pagina De voor dit onderdeel gebruikte literatuur volgende pagina