Geraadpleegde literatuur


Literatuur bij 01:


Literatuur bij 01/01:
Neijt, A. (1991), Universele fonologie. Een inleiding in de klankleer, Dordrecht.
Nunn, A. (1992), 'Een modulair model voor spelling en morfologie.' In: Forum der Letteren. 33, 275-283.
Trommelen, Mieke & Wim Zonneveld (1979), Inleiding in de generatieve fonologie, Muiderberg.


Literatuur bij 01/04:
Haas, Wim de & Mieke Trommelen (1993), Morfologisch Handboek van het Nederlands. Een overzicht van de woordvorming, 's-Gravenhage.


Literatuur bij 02:


Literatuur bij 02/02:
B(uitenrust) H(ettema) (1899), 'Kleinigheden uit de spraakleer.' In: Taal en Letteren. 1899, 119-121.
Duinhoven, A.M. (1992), 'Het vrydt zo mooi in 't groen. De persoonsvorm binnen het subject.' In: Schermer-Vermeer,E.C., W.G. Klooster & A.F. Florijn (red.) (1992), 47-62.
Everaert, Martin (1986), The Syntax of Reflexivization, proefschrift Utrecht, Dordrecht.
Holk, A.G.F. van (1963), 'Subcategorieën van het werkwoord.' In: Studies etc., 69-90.
Paardekooper, P.C. (1958a), 'Wijlen ons koppelwerkwoord?' In: Levende Talen. 1958, 115-122. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 202-209.
Paardekooper, P.C. (1958b), 'Koppelwerkwoorden met iemand hebben.' In: Levende Talen. 1958, 536-543. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 214-221.
Paardekooper, P.C. (1967), 'Een heilige spraakkunstkoe: het koppelwerkwoord.' In: Levende Talen. 1967, 189-198. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 264-273.
Pauw, Annelies (1983-84), 'Transitiviteit, intransitiviteit enconstructies met "zich"." In: Spektator 13, 417-439.
Roose, H. (1958b), 'Wijlen ons koppelwerkwoord?' In: Levende Talen. 1958, 342-345. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk. 210-213.
Sturm, A. (1980), 'Over de syntactische subcategorisatie van werkwoorden.' In: De nieuwe taalgids. 73, 396-411.
Toorn, M.C. van den (1965), 'Het naamwoordelijk gezegde.' In: Levende Talen. 1965, 629-640. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 252-263.
Toorn, M.C. van den (1967), 'Koppelwerkwoord en naamwoordelijk gezegde; een antwoord aan Paardekooper.' In: Levende Talen. 1967, 199-206. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 274-281.


Literatuur bij 02/03:
Haeringen, C.B. van (1950), 'De hoofdvormen van het Nederlandse werkwoord. Proeve van synchronische grammatica.' In: De nieuwe taalgids.43, 20-28 (met een aanvulling op blz. 103). Ook in: Haeringen, C.B. van (1962a), 75-87.
Haeringen, C.B. van (1971c), 'Wat vin je hiervan?' In: Taal en Tongval. 32,161-168.
Hendrickx, R. (1990), 'De gedeletete file.' In: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk). 29, 144-149.
Hofmans, M. (1980), 'Hebben of zijn: een enquête naar het gebruik van "hebben" of "zijn" in de konstruktie Thww + Mhww+ HWW in Nederland en Vlaanderen.' In: Rapport d'activitésde l'Institut de Phonétique (ULB) 14, 83-129.
Hofmans, Mark (1982a), '"To have" or not "to have": deverbalization of modals or the choice between "have" and "be".' In:Gramma 6, 126-143.
Hofmans, Mark (1982b), 'Hebben of zijn en de deverbaliseringvan de modale werkwoorden in het Nederlands.' In: Dominicy,M. (ed.), Linguistics in Belgium/Linguistiek in België/Linguistique en Belgique 5, 81-109.
Honselaar, Wim (1987), 'Zijn vs. Hebben in het samengesteld perfectum.' In: Ntg. 80, 55-68.
Klein, M. & M. Visscher (1996), Handboek Verzorgd Nederlands. Spellingregels Stijladviezen, Groningen, tweede, herzienedruk.
Pauwels, J.L. (1979), 'Het voltooid deelwoord van de her-werkwoorden.' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXVII, 13-17.
Penninckx, W. (1991), 'Wanneer kun je 'kan je' schrijven?' In: Taalbeheersing in de praktijk 30, nr. 4, 105-109.
Rooij, J. de (1988), Van hebben naar zijn. Het gebruik van hebben en zijn in de voltooide tijden (actief) van zijn,gaan, vergeten en verliezen in standaardtaal, ouder Nederlands en dialect, Amsterdam.
Rooij, J. de (1992a), '"Mag ik professor hartelijk feliciteren?" Over de indirecte aanspreking in de Nederlandse dialecten.' In: Studia Neerlandica et Germanica. Edenda curavitStanislaus Prdota (= Acta Universitatis Wratislaviensis,No. 1356), 319-339.
Sassen, A. (1982), 'Variatie en verandering door analogie in de vervoeging van het werkwoord.' In: Tabu 12, 8-22.
Smedts, Willy & William Van Belle (1993), Taalboek Nederlands. Kapellen.
Smits, Mieke (1994), 'De zwakte van sterke werkwoorden.' In: Onze Taal. 63, 204-205.


Literatuur bij 02/04:
an. (1943b), 'Jij was de dokter.' In: Onze Taal. 12, 78.
an. (1968b), 'Doen, deed, gedaan.' In: Onze Taal. 37, 21-23.
an. (1969b), 'Ik was in Parijs.' In: Onze Taal. 38, 49.
Bakker, D.M. (1975), 'Werkwoordstijden en taalhandeling.' In:Handelingen van het 33e Nederlands Filologencongres (Nijmegen 1974), Amsterdam, 169-176.
Blom, A. (1987), 'KLOPPEN S.V.P. Onderdeel van een procedure.' In: Voortgang. Jaarboek voor Neerlandistiek VIII, 177-189.
Bosker, A. (1961), Het gebruik van het imperfectum en het perfectum in het Nederlands, het Duits, het Frans en hetEngels, Groningen.
Campenhout, F. van (1974), 'Zinnen met "zullen" en zinnen zonder "zullen" met futuristische betekenis.' In: Tijdschrift voor Levende Talen/Revue des Langues Vivantes 40,650-670.
Defromont, Hubert J. (1973), Les constructions perfectives du verbe anglais contemporain. Etude comparée de l'aspecttranscendant dans les systèmes verbaux anglais et français,The Hague/Paris.
Droste, F.G. (1958), 'Het temporele stelsel in het moderne Nederlands.' In: De nieuwe taalgids. 51, 1958, 305-312. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 290-297.
Duinhoven, A.M. (1984), 'Ban de bom! Over vorm en betekenis van de imperatief.' In: De nieuwe taalgids. 77, 148-156.
Duinhoven, A.M. (1985), 'De deelwoorden vroeger en nu.' In:Voortgang. Jaarboek voor de Neerlandistiek VI, 97-138.
Ebeling, C.L. (1962), 'A Semantic Analysis of the Dutch Tenses.' In: Lingua 11, 86-99. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 298-311.
Ginneken, Jac. van (1911), 'Een proeve van Nederlandsche spraakkunst. De tijden van het werkwoord.' In: De nieuwe taalgids. 5, 133-152.
Haan, Sies de (1986), 'Gebruiksmogelijkheden van de Nederlandse imperatief.' In: Hoppenbrouwers, C. et al. (red.) (1986),250-260.
Haan, Sies de (1992), '"Vul de bon in en win een reis!" Over imperatieven in reclameteksten.' In: Schermer-Vermeer, E.C.,W.G. Klooster & A.F. Florijn (red.) (1992), 95-109.
Haeseryn, Walter (1991b), 'De "om te slane" belasting of de beperkingen op infinitiefconstructies.' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXXIX, 104-106.
Hermkens, H. M. (1974), Verzorgd Nederlands, Den Bosch, 5de druk.
Hornstein, Norbert (1977), 'Towards a Theory of Tense.' In: Linguistic Inquiry. 8, 521-557.
Janssen, Theo A.J.M. (1987), 'Acht, zes of twee tempora?' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ANS-nummer), 89-93.
Janssen, Theo A.J.M. (1988), 'Tense and temporal composition in Dutch: Reichenbach's "point of reference" reconsidered.'In: Ehrich, Veronika & Heinz Vater (Hrsg.), Temporalsemantik. Beiträge zur Linguistik der Zeitreferenz, Tübingen, 96-128.
Janssen, Theo A.J.M. (1989a), 'Preteritum of perfectum? O tempora, o sores!' In: Neerlandica extra muros. nr. 53, 50-60.
Janssen, Theo A.J.M. (1989b), 'Tempus: interpretatie en betekenis.' In: De nieuwe taalgids. 82, 305-329.
Janssen, Theo A.J.M. (1993a), 'Preterit and perfect in Dutch.' In: Vet, Co & Carl Vetters (eds.), Tense and aspect indiscourse, Berlin, 741-783.
Janssen, Theo A.J.M. (1993b), 'De tempora in het Nederlands.' In: Snel-Trampus, Rita D. (red.), Nederlandse taal-, vertaal- en letterkunde. (Handelingen van het) Colloquium vandocenten in de Neerlandistiek in Zuid-Europa (Trieste, 13-14april 1992), Trieste, 31-51.
Janssen, Theo A.J.M. (1993c), 'Tense in Dutch: eight 'tenses' or two tenses?' In: Ballweg, Joachim & Rolf Thieroff(Hrsg.), Tempussysteme in ausgewählten Sprachen, Tübingen,93-118.
Kirsner, Robert S. (1970), 'The Role of zullen in the Grammar of Modern Standard Dutch.' In: Lingua 24, 101-154.
Kollewijn, R.A. (1892), 'Het systeem van de tijden der werkwoorden.' In: Taal en Letteren. 2, 141-147.
Niekerk, P.K. (1973), 'Analyse van het verbale systeem van hethedendaagse Nederlands.' In: De nieuwe taalgids. 66, 453-463.
Overdiep, G.S. (1923), 'Een opmerking over het Nederlandsche perfectum.' In: De nieuwe taalgids. 17, 26-33.
Paardekooper, P.C. (1951), 'De imperatief als grammatische categorie in het ABN.' In: De nieuwe taalgids. 44, 97-107.
Paardekooper, P.C. (1957), 'De "tijd" als spraakkunstgroep in het ABN.' In: De nieuwe taalgids. 50, 38-45. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 282-289.
Proeme, H. (1984), 'Over de Nederlandse imperativus.' In: Forum der Letteren. 25, 241-258.
Proeme, H. (1986), 'Is "wees" imperativus van "zijn"? (Over de semantiek van wezen en zijn.)' In: Forum der Letteren. 27, 30-41.
Reichenbach, Hans (1947), Elements of Symbolic Logic, NewYork.
Rooij, J. de (1985), 'De toekomst in het Nederlands I. Over het uitdrukken van de toekomende tijd in standaardtaal endialect.' In: Taal en Tongval. 37, 96-123.
Rooij, J. de (1986a), 'De toekomst in het Nederlands II. Over het uitdrukken van de toekomende tijd in standaardtaal endialect.' In: Taal en Tongval. 38, 5-32.
Schermer-Vermeer, E.C. (1986b), 'Een opmerkelijke imperativus.' In: Forum der Letteren. 27, 56-59.
Steenbergen, G. Jo (1974), 'Zullen: modaal of temporeel?' In:De nieuwe taalgids. 67, 235-237 (met een rectificatie op blz. 331).
Verdenius, A.A. (1943b), 'Secundaire congruentie. (Komt u binnen.)' In: De Gids 107, iv, 96-101. Ook in: Verdenius, A.A., In de Nederlandse taaltuin. Wandelingen en waarnemingen. Derde vermeerderde druk, Amsterdam/Brussel, 1946, 74-79.
Verkuyl, H.J. (1970), 'De relevantie van logische operatoren voor de analyse van temporele bepalingen.' In: Studia Neerlandica. 1, 7-33.
Verkuyl, H.J. (1987), 'ANS over tijd.' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ANS-nummer), 11-23.
Wekker, Herman (1979), 'Constructing a Contrastive Grammar of English and Dutch: the Description of Tenses.' In: Gramma 3,1-11.
Wijk, N. van (1928), '"Aspect" en "Aktionsart".' In: De nieuwe taalgids. 22, 225-239.
Wijnen, J.E.K. van (1893), 'De tijden der werkwoorden.' In: Taal en Letteren. 3, 341-364.


Literatuur bij 03:


Literatuur bij 03/03:
Bezoen, H.L. (1951), 'Genus-aanduiding bij stofnamen.' In: De nieuwe taalgids. 44, 176.
Czochralski, J. (1983), 'Omvang en distributie van het neutrum in het Nederlands.' In: Neerlandica extra muros., nr. 40, 10-19.
Geerts, G. (1968a), 'Enkele beschouwingen over genusontlening.' In: Handelingen van het 30e Nederlands Filologencongres (Leiden), Groningen, 74-76.
Geerts, G. (1968b), 'Hij geeft melk.' In: Dietsche Warande en Belfort 113, 50-60. Ook in: Geerts, G. (red.) (1972), 83-93.
Geerts, G. (1970a), 'De nominale klassifikatie van ontleningen.' In: De nieuwe taalgids. (Van-Haeringennummer), 43-53.
Geerts, G. (1977), 'Het collectivum als haar-syndroom.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 93, 153-200.
Geerts, G. (1988), 'Genusfouten: hollanditis in Vlaanderen?' In: Versl. en Meded. Kon. Acad. Ned. Taal- en Letterkunde,nr. 1, 68-78.
Ginneken, Jac. van (1934-35), 'De geschiedenis der drie geslachten in Nederland.' In: Onze Taaltuin 3, 33-42.
Ginneken, Jac. van (1938-39), 'De voornaamwoordelijke aanduiding en het geslacht (verslag).' In: Onze Taaltuin 7, 161-220.
H(aeringen), C.B. v(an) (1967), 'Genusverandering bij afkorting.' In: De nieuwe taalgids. 60, 170.
Haeringen, C.B. van (1951b), 'Genusverandering bij stofnamen.' In: De nieuwe taalgids. 44, 7-14. Ook in: Haeringen, C.B. van (1962a), 96-107.
Haeringen, C.B. van (1954a), Genus en geslacht. Het voornaamwoordelijk gebruik in de gesproken taal, Amsterdam.
Kruyskamp, C. (1962), 'Begripsverwarring bij ontwerpen.' In:De nieuwe taalgids. 55, 24-25.
Naarding, J. (1961), 'Het geslacht der koppelingen met ontwerp-.' In: De nieuwe taalgids. 54, 266-268.
Paardekooper, P.C. (1946), 'Wat is genus?' In: De nieuwe taalgids. 39, 23-27.
Rooij, J. de (1977), 'De schilderij in het salon.' In: Sterkenburg, P.G.J. van et al. (red.), Lexicologie, een bundel opstellen voor F. de Tollenaere, Groningen, 221-229.
Rooij, J. de (1978a), 'Dubbel genus II. Een dialectgeografische studie met een mislukte poging tot sociolinguÏstische inbreng.' In: Taal en Tongval. 30, 105-135.
Royen, Gerlach (1925), 'Nogmaals de nominale klassifikatie in het Nederlands.' In: De nieuwe taalgids. 19, 273-290.
Royen, Gerlach (1926), De jongere veranderingen van het Indogermaanse nominale drieklassensysteem, 's-Hertogenbosch.
Royen, Gerlach (1929), 'De kerfstok van de term "geslacht".' In: De nieuwe taalgids. 23, 180-188.
Royen, Gerlach (1933), 'Haar-kultuur.' In: De nieuwe taalgids. 27, 289-301.
Royen, Gerlach (1934a), 'Aanwas van Hij c.s.' In: De nieuwe taalgids. 28, 33-42.
Royen, Gerlach (1934b), 'Seksualizering en seksualitis.' In: De nieuwe taalgids. 28, 206-217.
Royen, Gerlach (1947), 'Biologische en grammatische vervrouwelijking.' In: Levende Talen. 1947, 36-48.
Simons, Ph.J. (1919a), 'Woordgeslacht als eenheidsgraad.' In: De nieuwe taalgids. 13, 120-129.
Simons, Ph.J. (1919b), 'De waardeeringstheorie en ons woordgeslacht.' In: De nieuwe taalgids. 13, 140-146.
V(ooys), C. d(e) (1932b), 'Drukken de lidwoorden "de" en "het" waardering uit?' In: De nieuwe taalgids. 26, 190.
Verhoeven, Gerard & Frank Jansen (1996), 'Het woordgeslacht van Engelse leenwoorden.' In: Onze Taal. 65, 156-157.
Vooys, C.G.N. de (1932a), 'Moeielikheden bij de "bepaling" van het mannelik en vrouwelik woordgeslacht.' In: De nieuwe taalgids. 26, 141-143.
Zonneveld, Wim (1987), 'De ANS moet gebruikt kunnen worden.' In: De nieuwe taalgids. 80, 1-20.


Literatuur bij 03/05:
Goossens, J. (1981), 'Kanttekeningen bij de meervoudsvorming van substantieven in het Nederlands en zijn dialecten.' In:Taal en Tongval. 33, 70-75.
Haas, Wim de & Mieke Trommelen (1993), Morfologisch Handboek van het Nederlands. Een overzicht van de woordvorming, 's-Gravenhage.
Haeringen, C.B. van (1947a), 'De meervoudsvorming in het Nederlands.' In: Mededeelingen der Koninklijke NederlandscheAcademie van Wetenschappen, Afdeeling Letterkunde (nieuwereeks) 10, nr. 5, 131-152. Ook in: Haeringen, C.B. van(1962b), 186-209, in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 87-108 en in: Booij, G. (red.)(1979), 19-38.
Hiligsmann, Philippe (1994), 'Het meervoud in enkele Nederlandse woordenboeken en in de ANS.' In: Handelingen Regionaal Colloquium Neerlandicum (Wrocaw 1993) (= Acta Universitatis Wratislawiensis, No. 1651), 113-129.
Hoppenbrouwers, C.A.J (1980), 'De meervoudsvorming in het Nederlands.' In: Janssen, Th. & N.F. Streekstra (red.),Grenzen en domeinen in de grammatica van het Nederlands,Groningen, 159-179.
Marle, J. van (1987), 'Een mythe over het -s meervoud.' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ANS-nummer), 103-108.
Sassen, A. (1992), 'Meervoudloosheid en indeling van Nederlandse zelfstandige naamwoorden.' In: Bennis, Hans & Jan W.de Vries (red.) (1992), 329-341.
Vriendt, S. de (1987), 'De meervoudsuitgang [s].' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ANS-nummer), 139-141.
Zonneveld, Ron van (1986), 'Over de vorm-gevoeligheid van de morfologische operator PL.' In: Glot 9, nr. 1/2, 128-140.
Zonneveld, Wim (1987), 'De ANS moet gebruikt kunnen worden.' In: De nieuwe taalgids. 80, 1-20.


Literatuur bij 04:


Literatuur bij 04:
Andriessen, N.C. (1951), 'Het onbepaald lidwoord voor eigennamen.' In: Levende Talen. 1951, 312-314.
Hedeman, C. (1950), 'Taalbederver Tsjoep Wegtermay luidt lidwoordloos tijdperk in.' In: Levende Talen. 1950, 194-198.
Leys, O. (1984), 'Indefiniete eigennamen.' In: Pijnenburg,W.J.J., K. Roelandts & V.F. Vanacker (red.), Feestbundel voor Maurits Gysseling. Opstellen door vrienden en vakgenoten aangeboden bij gelegenheid van zijn 65e verjaardag,Leuven, 208-213.
Mattens, W.H.M. (1970), De indifferentialis. Een onderzoek naar het anumerieke gebruik van het substantief in hetalgemeen bruikbaar Nederlands, Assen.
Sassen, A. (1985), 'Hoe vaak is 'om het uur'?' In: Onze Taal. 54,157.
Simons, Ph.J. (1910), 'Lessen over het lidwoord.' In: De nieuwe taalgids. 4, 84-97 en 126-138.
Staverman, W.H. (1951), 'Nog iets over taalbederver Tsjoep Wegtermay en invloed van het Engels.' In: Levende Talen. 1951, 201-206.
Vriendt, S. de (1978b), '(Hij is) communist, nominale of adjectivische constituent?' In: De nieuwe taalgids. 71, 622-630. Ook in:Vriendt, Sera de (1995), 103-114.


Literatuur bij 05:


Literatuur bij 05/02:
Declerck, Renaat (1983), '"It is Mr. Y" or "He is Mr. Y"?' In: Lingua 59, 209-246.
Haeseryn, Walter (1991a), 'Hen of hun, een 'eenvoudige' regel.' In: Onze Taal. 60, nr. 9, 12-13.
Heinsman, Stef (1991), Hun doen het.' In: Onze Taal. 60, nr. 9, 9-11.
Kooiman, K. (1950), 'Hij.' In: Ntg. 43, 324-333.
Kooiman, K. (1967), 'Lotgevallen van hen en hun in de twintigste eeuw.' In: De nieuwe taalgids. 60, 410-413.
Kooiman,K. (1969), 'Hun = zij.' In: Ntg. 62, 116-120.
Rooij, J. de (1970b), 'Onzijdige voornaamwoorden en het naamwoordelijk gezegde.' In: De nieuwe taalgids. 63, 181-186.
Rooij, J. de (1990a), 'Over hun en hen, en hun.' In: Taal en Tongval. 42, 107-147.
Rooij, J. de (1991a), 'Hen en hun in tijd en ruimte.' In: Onze Taal. 60, nr. 9, 4-6.
Rooij, J. de (1994), 'd'r en ze. Over de gereduceerde niet-onderwerpsvormen van het persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon vrouwelijk enkelvoud.' In: Neerlandica Wratislaviensia vii, 161-181. (= Acta Universitatis Wratislaviensis, No. 1640)
Smits, Mieke (1991), 'Hun staat hen steeds minder in de weg.' In: Onze Taal. 60, nr. 9, 6-7.
Stolp, Poul (1991), 'Hen als ondervindend voorwerp.' In: Onze Taal. 60, nr. 9, 8-9.
Toorn, M. C. van den (1977b), 'De problematiek van de Nederlandse aanspreekvormen.' In: De nieuwe taalgids. 70, 520-540.


Literatuur bij 05/03:
Deprez, Kas (1983), 'Geef jij u wel rekenschap dat...' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXXI, 45-49.
Dirven, R. (1973), 'Emphatic and Reflexive in English and Dutch.' In: Leuvense Bijdragen. 62, 285-299.
Es, G.A. van (1970a), 'Functies en structuren van de reflexieve verbinding in het Nederlands.' In: De nieuwe taalgids. 63, 21-42 (I);362-376 (II); 417-432 (III).
Es, G.A. van & P.P.J. van Caspel (1971-75), Syntaxis van het moderne Nederlands. Publicaties van het Archief voor de Nederlandse Syntaxis, Groningen.
Es, G.A. van & P.P.J. van Caspel (1971-75), Syntaxis van het moderne Nederlands. Publicaties van het Archief voor de Nederlandse Syntaxis, Groningen.
Kollewijn, R.A. (1891), 'Zich.' In: Taal en Letteren. 1, 189-192.
Leys, O. (1973), 'Das Reflexivpronomen: eine Variante des Personalpronomens.' In: Leuvense Bijdragen. 62, 251-265.
Nieuwborg, E. (1973), 'De plaatsing van het substantivisch onderwerp in reflexieve constructies.' In: Leuvense Bijdragen. 62, 273-283.


Literatuur bij 05/04:
Bakker, D.M. (1972), 'Ieder, samen, respectievelijk, elkaar.'In: Dik, S. (red.), Taalwetenschap in Nederland 1971, Amsterdam, 39-44.
Paardekooper, P.C. (1985), 'Het wkg. vn: mekaar(s).' In: De nieuwe taalgids.78, 389-403.


Literatuur bij 05/05:
Berg, B. van den (1963b), 'Dr. P.C. Paardekooper, ABN-Spraakkunst, Voorstudies -- Vierde deel (recensie).' In: De nieuwe taalgids. 56,341-343.
Geerts, G. (1965), 'Op z'n plaats.' In: De nieuwe taalgids. 58, 194.
Geerts, G. (1977), 'Het collectivum als haar-syndroom.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 93, 153-200.
Jansen, F. (1974), 'Wat is "Jan z'n boek"?' In: Tabu 5, 17-19.
Koelmans, L. (1975c), 'Jan z'n boek en de pregenitieven.' In:De nieuwe taalgids. 68, 433-445.
Kooiman, K. (1967), 'Lotgevallen van hen en hun in de twintigste eeuw.' In: De nieuwe taalgids. 60, 410-413.
Michels, L.C. (1952), 'U Eerwaarde en Zijn Edele.' In: De nieuwe taalgids. 45, 160-162.
Paardekooper, P.C. (1952), 'Jan z'n boek.' In: De nieuwe taalgids. 45, 12-17.
Royen, Gerlach (1933), 'Haar-kultuur.' In: De nieuwe taalgids. 27, 289-301.
Simons, Ph.J. (1913a), 'Over de inhoud van het zogenaamde bezittelijk voornaamwoord.' In: De nieuwe taalgids. 7, 81-89.
Wilmots, Jos (1984), '*Hartelijke groeten voor je en jouw vrouw.' In: Neerlandica extra muros., nr. 43, 66-71.
Wils, J. (1940-41), 'Vraag en aanbod.' In: Onze Taaltuin 9,351-352.


Literatuur bij 05/06:
H(aeringen), C.B. v(an) (1947c), 'Naschrift bij J. Keijzer, Dit, dat en nog wat.' In: De nieuwe taalgids. 40, 166.
Haegeman, Liliane (1987), 'Van constructions in Dutch.' In: Beukema, Frits & Peter Coopmans (eds.), Linguistics in theNetherlands 1987, 61-70.
Hermkens, H. M. (1974), Verzorgd Nederlands, Den Bosch, 5de druk.
Hoop, Helen de, Guido Vanden Wyngaerd & Jan-Wouter Zwart (1990), 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie.'In: Gramma 14, 81-106.
Keijzer, J. (1947), 'Dit, dat en nog wat.' In: De nieuwe taalgids. 40, 164-166.
Kirsner, R.S. (1985), 'What It Takes to Show Whether an Analysis 'Fits'.' In: Blume, H. & G. Hammarström (eds.), Descriptio Linguistica. Proc. First Conf. on Descriptive and Structural Linguistics (Antwerp 1985), Tübingen, 76-113.
Kirsner, R.S. & V.J. van Heuven (1988), 'The Significance of Demonstrative Position in Modern Dutch.' In: Lingua 76, 209-248.
Kirsner, R.S., V.J. van Heuven & J.F.M. Vermeulen (1987), 'Text-type, context and demonstrative choice in writtenDutch: Some experimental data.' In: Text (An interdisciplinary journal for the study of discourse) 7, 117-144.
Kirsner, Robert S. (1979a), 'Deixis in Discourse: an Exploratory Quantitative Study of the Modern Dutch Demonstrative Adjectives.' In: Givón, T. (ed.), Syntax and Semantics,Volume 12: Discourse and Syntax, New York/San Francisco/London, 355-375.
Rooij, J. de (1989), 'Zo'n dingen zeggen ze hier (niet). Regionale verschillen in het gebruik van zo'n en zulke.' In:Theissen, S. & J. Vromans (red.) (1989), 181-201.
Simons, Ph.J. (1909), 'Is 't zwaktonige die een aanwijzend of een persoonlik voornaamwoord?' In: De nieuwe taalgids. 3, 99-100.
Simons, Ph.J. (1912), 'Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.' In: De nieuwe taalgids. 6, 27-40 (I); 65-76 (II).
Simons, Ph.J. (1913b), 'De voornaamwoordelike aanduiding van de abstrakta.' In: De nieuwe taalgids. 7, 201-211 (I); 251-259 (II).
Sturm, Arie (1989), 'Vorm en functie van woordgroepen: de constructie met paradigmaloos van.' In: De nieuwe taalgids. 82, 529-553.
Tinbergen, D.C. (1908), Enkele opmerkingen over het gebruik van ie, die, enz.' In: De nieuwe taalgids. 2, 244-248.
V(ooys), C. d(e) (1936), 'Nogmaals: de voornaamwoordelijke aanduiding.' In: De nieuwe taalgids. 30, 236-237.


Literatuur bij 05/07:
Alphen, Jac. van (1914), 'De vraagzin.' In: De nieuwe taalgids. 8, 88-95.
Bennis, Hans (1983), 'A case of restructuring.' In: Bennis, Hans & W.U.S. van Lessen Kloeke (eds.), Linguistics in theNetherlands 1983, Dordrecht/Cinnaminson, 9-19.
Corver, Norbert (1991), 'Wat voor constructie is de 'watvoor'-constructie?' In: Spektator 20, 151-185.
Kruisinga, E. (1943), 'Vragend en betrekkelijk voornaamwoord.' In: Taal en Leven 7, 35-36.
Simons, Ph.J. (1914), 'Perspektief.' In: De nieuwe taalgids. 8, 24-42.


Literatuur bij 05/08:
Aertsens, G. (1965), 'Wat, dat, hetgeen, welk.' In: Taalonderwijs 8, 383-384.
Berg, B. van den (1975), 'Bijvoeglijke bijzinnen.' In: De nieuwe taalgids.68, 138-145.
Brachin, P. (1973), 'Een in dubbel opzicht "vreemde" constructie?' In: De nieuwe taalgids. 66, 59-60.
Dominicus (1963), 'Wat, dat, hetgeen, wier, wiens, diens.' In: Onze Taal. 32, 21-22.
Horst, J.M. van der (1988b), 'Over relatief dat en wat.' In: De nieuwe taalgids. 81, 194-205.
Kruisinga, E. (1943), 'Vragend en betrekkelijk voornaamwoord.' In: Taal en Leven 7, 35-36.
Michels, L.C. (1951), 'Relatieve en vergelijkende constructies.' In: Handelingen van het 19e Vlaams Filologencongres,174-176.
Michels, L.C. (1963b), 'Wat voor dat.' In: De nieuwe taalgids. 56, 107.
Royen, G. (1939), Bijgedachten en botsingen in taal, 's-Hertogenbosch.
Royen, G. (1953a), 'Relatieve raadsels.' In: Royen, G. (1953b), 237-246.
Sassen, A. (1973), 'Over predikaatsnomina en relatieve zinnen met ingesloten antecedent.' In: Tabu 3, 43-46.
Sassen, A. (1983), 'Het taaltje wat ik spreek.' In: Tijdschrift voor Nederlands en Afrikaans 1, nr. 2, 38-40.
Vanwonterghem, C. (1972), 'Het meisje dat naast Filip stond.' In: Daems, F. (red.), De taal van de mens, Deurne, 62-75.
Verdenius, A.A. (1941a), 'Een onveranderlijk relatief dat.' In: De nieuwe taalgids. 35, 108-116.


Literatuur bij 05/09:
Bakker, D.M. (1971), 'Iets over het onderscheid tussen bepaalde en onbepaalde nominale constituenten.' In: De nieuwe taalgids. 64, 338-345.
Haeringen, C.B. van (1971a), 'Sommige(n), andere(n) en dergelijke(n).' In: De nieuwe taalgids. 64, 36-40.
Hamans, C. (1980), 'The semantics of elk 'each' and ieder 'every'.' In: Zonneveld, W. & F.Weerman (eds.), Linguisticsin the Netherlands 1977-1979, Dordrecht, 135-151.
Lyons, J. (1977), Semantics, Cambridge.
Nieuwborg, E. (1970), 'Les pronoms adjectifs et numéraux indéfinis dans la grammaire néerlandaise.' In: Mélanges J.L.Pauwels, Louvain, 1-32.
Paardekooper, P.C. (1970a), 'Een dwaze regel: de n in alle(n), beide(n) enz.' In: De nieuwe taalgids. 63, 131.
Paardekooper, P.C. (1978), 'Wie dan ook enz., vooral als ww-patroondeel.' In: De nieuwe taalgids. 71, 569-581.
Paardekooper, P.C. (1979), 'Ook maar iemand.' In: De nieuwe taalgids. 72, 429-448.
Partee, B. (Hall) (1972), 'Opacity, coreference and pronouns.'In: Davidson, D. & G. Harman (eds.), Semantics of NaturalLanguage, Dordrecht, 415-441.
Rooij, J. de (1970a), 'Een paar is twee.' In: De nieuwe taalgids. 63, 118-126.
Stoops, Y. (1977), 'Iets over predikatief-attributief gebruik van onbepaalde telwoorden in ouder Nederlands.' In: De nieuwe taalgids. 70,195-199.
Verdenius, A.A. (1937-38), 'Over het onbepaalde voornaamwoord (de, het) een of ander.' In: Onze Taaltuin 6, 45-48.


Literatuur bij 06:


Literatuur bij 06/02:
Buyssens, E. (1973), 'La classification des adjectifs.' In: Tijdschrift voor Levende Talen/Revue des Langues Vivantes39, 152-164.
Dik, S.C. (1969), Relatieve termen (rede), Amsterdam.
Heynderickx, Priscilla (1993), Relationele adjectieven in het Nederlands, onuitgegeven proefschrift, Gent.
Janssen, Theo A.J.M. (1986), 'Het voltooid deelwoord.' In: Glot 9, 57-78.
L(eenen), J. (1961), 'Spraakkunst- en andere vragen.' In: Nu Nog. 9, 135-137.
Roose, H. (1964), Het probleem van de woordsoorten in hetbijzonder van het bijwoord in het Nederlands, Den Haag.
Schutter, G. de (1968), 'Semantische subcategorieën van het Nederlandse adjectief.' In: Handelingen Kon. Zuidn. Mij.voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis XXII, 175-191.
Schutter, G. de (1976b), Een semantisch-syntaktische beschrijving van adjektieven in het Nederlands. Antwerp papers inlinguistics (UIA) 7.


Literatuur bij 06/03:
L(eenen), J. (1961), 'Spraakkunst- en andere vragen.' In: Nu Nog. 9, 135-137.
Roose, H. (1964), Het probleem van de woordsoorten in hetbijzonder van het bijwoord in het Nederlands, Den Haag.


Literatuur bij 06/04:
an. (1969a), 'De werktuigkundig ingenieur.' In: Onze Taal. 38, 33-35.
an. (1969c), 'De omschreven comparatief en superlatief.'In: Onze Taal. 38, 49.
Blom, Alied (1994), 'Het ondoorgrondelijk bijvoeglijk naamwoord.' In: Forum der Letteren. 35, 81-94.
Brachin, P. (1972), 'De Spaanse koopman en de Franse handelsreiziger.' In: Onze Taal. 41, 55.
Brachin, P. (1974), 'Nog eens de Spaanse koopman en de Franse handelsreiziger.' In: Onze Taal. 43, 22-24.
Brachin, P. (1977), La langue néerlandaise. Essai de présentation, Bruxelles.
Calcar, W. van (1971), Over comparatief- en vergelijkingszinnen, Assen.
Gehlen, L. (1989), 'Comparatieven en superlatieven: -er/-st of omschrijving?' In: Theissen, S. & J. Vromans (red.) (1989),83-98.
Hoek, Th. van den (1975), 'De ambiguÏteit van woordgroepen als een goede speler. Syntaktische homonymie?' In: Handelingenvan het 33e Nederlands Filologencongres, Amsterdam, 186-194.
Odijk, J. (1992), 'Uninflected Adjectives in Dutch.' In: Bok-Beinema, R. & R. van Hout (red.), Linguistics in the Netherlands, Amsterdam, 197-208.
Rooij, J. de (1980), 'Ons bruin(e) paard. Een studie over het gebruik van de onverbogen en de verbogen vorm van het adjectief voor een onzijdig substantief enkelvoud in standaardtaal, dialect en ouder Nederlands.' In: Taal en Tongval. 32, 3-25 (I);109-129 (II).
Rooy, J. de & I. Wikén Bonde (1972), Nederländsk grammatik, Stockholm.
Royen, Gerlach (1948-53), Buigingsverschijnselen in het Nederlands, deel II (1948), III/1 (1952), III/2 (1953), Amsterdam.
V(erhasselt), J. (1974), 'Adjectieven met of zonder e.' In:Nu Nog. XX, 140-141.
Vandeweghe, W. (1985), 'Adnominale woorden op -en: morfologie en regelordening.' In: Ryckeboer, H., J. Taeldeman & V.F.Vanacker (red.) (1985), 387-394.
Z(aalberg), C.A. (1970b), 'De roomwitte met gouden trein.' In: Onze Taal. 39, 23.


Literatuur bij 07:


Literatuur bij 07:
Haeringen, C.B. van (1949), 'Een paar aantekeningen bij telwoorden.' In: De nieuwe taalgids. 42, 255-258.
Haeseryn, Walter (1982), 'Met z'n hoevelen waren ze?' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXX, 135-139.
Hauwermeiren, P. van (1975), 'De samengestelde telwoorden.' In: Levende Talen. 1975, 185-187.
Heeroma, K. (1948), 'De telwoorden.' In: De nieuwe taalgids. 41, 241-250.
Horst, J.M. van der (1992a), 'Iets over veel en vele.' In: Schermer-Vermeer, E.C., W.G. Klooster & A.F. Florijn (red.)(1992), 111-118.
Jansen, C.J.M. (1995), Rekenen met taal. Intreerede TU Eindhoven, Eindhoven.
Michels, L.C. (1964), 'Twee en een paar.' In: De nieuwe taalgids. 57, 352.
Pauwels, J.L. (1977b), 'Derdemacht of derde macht?' In: Nu Nog. XXV, 97-98.
Pauwels, J.L. (1978), 'Tweederde -- twee derde -- twee derden.' In: Nu Nog. XXVI, 3-12.
Pollmann, Thijs & Carel Jansen (1995), 'Hoe precies zijn onze schattingsregels?' In: Onze Taal. 64, 34-36.
Tinbergen, D.C. (1949), 'Nog enkele opmerkingen over telwoorden.' In: De nieuwe taalgids. 42, 95-97.
Z(aalberg), C.A. (1970a), 'Het laatste anderhalve jaar.' In: Onze Taal. 39, 23.


Literatuur bij 08:


Literatuur bij 08/03:
As, Saskia van (1992), 'Nu en nou: één woord, twee stijlen.'In: Schermer-Vermeer, E.C., W.G. Klooster & A.F. Florijn(red.) (1992), 1-14.
Elffers, Els (1992), 'Wat betekent toch toch?' In: Schermer-Vermeer, E.C., W.G. Klooster & A.F. Florijn (red.) (1992),63-80.
Foolen, Adrianus Peter (1993), De betekenis van partikels. Een dokumentatie van de stand van het onderzoek, met bijzondereaandacht voor maar, Proefschrift Nijmegen, Nijmegen.
Hoogvliet, J.M. (1903), Lingua. Een beknopt leer- en handboek van algemeene en Nederlandsche taalkennis, meer bepaaldelijknv bestemd voor leeraren en onderwijzenden in moderne enoude talen, Amsterdam.
Hulshof, Hans (1987), 'Geef de boeken dan nu toch maar 'es even hier. Partikelclustering in imperatieve zinnen.' In:Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ans-nummer), 85-89.
Janssen, Theo A.J.M. (1992), 'Hoe: Vragend en Betrekkelijk Bijwoord? Een Kwestie van Betekenis.' In: Bennis, Hans & JanW. de Vries (Red.), 157-168.
Os, Charles van (1986), ''Vrijwel' heeft zijn grenzen.' In: Tabu 16, 51-71.
Pauwels, J.L. (1983), ' "Godweet" en "wieweet" als modale adverbia.' In: Taal en Tongval. 35, 76-78.
Schermer-Vermeer, E. (1986a), 'Over de distributie van vrijwel als bepaling van hoeveelheid.' In: Tabu 16, 21-31.
Schermer-Vermeer, E.C. (1984), 'De betekenis van het woord toch in samenhang met de rol van intonatie.' In: Forum der Letteren. 25,208-219.
Schutter, G. de & P. van Hauwermeiren (1983), De structuur van het Nederlands. Taalbeschouwelijke grammatica, Malle.
Swiggers, P. (1987), 'Bíjna en bijná.' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ans-nummer), 128-129.
Vandeweghe, W. (1978b), 'Over de semantiek van het partikel al (= reeds).' In: De nieuwe taalgids. 71, 193-205.
Vandeweghe, Willy (1988), 'Omgevingen van vrijwel.' In: Tabu18, 93-108.
Vandeweghe, Willy (1992), Perspectivische evaluatie in het Nederlands. De partikels van de al/nog/pas-groep. Gent. (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde,Reeks vi, nr. 120)
Vismans, Roel (1992), 'Functionele grammatica en modale partikels in directieve zinnen.' In: Neerlandica extra muros 30, nr. 2, 40-45.
Vriendt, S. de & P. van de Craen (1984), 'Maar als modaalpartikel.' In: Auwera, J. van der & W. Vandeweghe (red.) (1984), Studies over Nederlandse partikels, Antwerpen, 47-63. (= Antwerp Papers in Linguistics 35). Ook in: Vriendt,Sera de (1995), 161-178.
Vriendt, S. de & P. van de Craen (1986), 'Over plaatsingmogelijkheden van schakeringspartikels.' In: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal- & Tekstwetenschap. 6, 101-116.
Vriendt, S. de, W. Vandeweghe & P. van de Craen (1991), 'Combinatorial aspects of modal particles in Dutch.' In: Multilingua, 1991, 43-59.
Wijk, C. van & G. Kempen (1979), Funktiewoorden; een inventaris voor het Nederlands, Rapport Vakgroep Funktieleer, Psychologisch Laboratorium KU Nijmegen.
Zwarts, Frans (1985), 'De zaak vrijwel.' In: Tabu 15, 145-149.


Literatuur bij 08/04:
Schutter, G. de (1971), 'De bouw van de Nederlandse zin. Een kritiek op Paardekooper z'n groepen ww-patroondelen.' In:Handelingen Kon. Zuidn. Mij. voor Taal-en Letterkunde en Geschiedenis XXV, 93-115.
Schutter, G. de (1974), De Nederlandse zin. Poging tot beschrijving van zijn struktuur, Brugge.


Literatuur bij 08/05:
As, Saskia van (1992), 'Nu en nou: één woord, twee stijlen.'In: Schermer-Vermeer, E.C., W.G. Klooster & A.F. Florijn(red.) (1992), 1-14.
Reynaert, J. (1970), 'Voegwoordelijke bijwoorden in hedendaags betogend proza.' In: Studia Germanica Gandensia. xii, 7-24.


Literatuur bij 08/06:
Bech, Gunnar (1952), Über das niederländische Adverbialpronomen er. Travaux du Cercle Linguistique de Copenhague VIII,Copenhague/Amsterdam. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 147-174.
Bennis, H. (1977), 'Het kwantitatieve er in komparatiefkonstrukties.' In: Spektator 6, 384-387.
Blom, A. (1977), 'Het kwantitatieve er.' In: Spektator 6, 387-395.
Blom, Alied (1992a), 'Het woordje er in het tweede-taalonderwijs.' In: Hermans, Th., Th. A.J.M. Janssen & P.G.M. deKleijn (red.), Handelingen van het 11e Colloquium Neerlandicum (Utrecht 1991), Woubrugge, 67-78.
Blom, Alied (1992b), 'Wat gebeurde er in Lobith?' In: Schermer-Vermeer, E.C., W.G. Klooster & A.F. Florijn (red.)(1992), 15-26.
Coppen, Peter-Arno (1985), 'De aard van het quantitatieve er.' In: De nieuwe taalgids. 78, 149-163.
Hoppenbrouwers, Gerard (1977), Existentiële zinnen in het Engels en in het Nederlands, Nijmegen. (Grammarij, nr. 3)
Jordens, P. (1974), 'Das deutsche es und die niederländischen Entsprechungen er/het. Eine kontrastive Analyse.' In: Pörnbacher, H. (Hrsg.), Festgabe des Deutschen Instituts derUniversität Nijmegen Paul B. Wessels zum 65. Geburtstag,Nijmegen, 157-189.
Kirsner, Robert S. (1979b), The Problem of Presentative Sentences in Modern Dutch, Amsterdam/New York/Oxford (North-Holland Linguistic Series, vol. 43).
Klein, M. (1981), 'De interne structuur van partitieve constructies.' In: Spektator 10, 295-309.
Klooster, W.G. (1992), 'Over er.' In: Bennis, Hans & Jan W. de Vries (red.) (1992), 191-207.
Langendonck, W. van (1980), 'A source for quantifying expressions.' In: Zonneveld, W. & F. Weerman (eds.), Linguisticsin the Netherlands 1977-1979, Dordrecht, 84-95.
Leys, O. (1979a), 'De bepaling van het voornaamwoordelijk bijwoord en de systematisering van ndl. er.' In: De nieuwe taalgids. 72,240-246.
Leys, O. (1979b), 'Zur Systematisierung von es.' In: Deutsche Sprache 1979, nr. 1, 28-34.
Mattens, Wim (1987a), 'Het partitieve er in de ANS.' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXXV, 68-77.
Mattens, Wim (1988), 'Nogmaals het partitieve er in de ANS.' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXXVI, 35-44.
Rooij, J. de (1990b), 'Regionale variatie in het gebruik vaner i.' In: Taal en Tongval. 42, themanummer 3, 63-73.
Rooij, J. de (1991c), 'Regionale variatie in het gebruik van er ii.' In: Taal en Tongval. 43, 18-46.
Rooij, J. de (1991d), 'Regionale variatie in het gebruik van er iii.' In: Taal en Tongval. 43, 113-136.
Schermer-Vermeer, E.C. (1987), 'er in de ans.' In: Forum der Letteren. 28, nr.4 (ans-nummer), 120-125.
Schermer-Vermeer, E.C. (1988b), 'Het partitieve er.' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXXVI, 5-8.
Schutter, G. de (1974), De Nederlandse zin. Poging tot beschrijving van zijn struktuur, Brugge.
Schutter, G. de (1992), 'Partitief of kwantitatief er, of over de verklaring van syntactische variatie.' In: Taal en Tongval. 44, 15-26.
Swiggers, P. & K. Van den Eynde (1987), 'Over er.' In: Forum der Letteren. 28,nr. 4 (ans-nummer), 129-132.


Literatuur bij 08/07:
Haeseryn, Walter (1989), 'Gesplitste en ongesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden.' In: Neerlandica extra muros, nr. 52, 12-18.
Hoop, Helen de & Paulien Smabers (1987), 'Rood of Groen? Een normenonderzoek naar enkele stijlverschillen tussen gesproken en geschreven taal.' In: De nieuwe taalgids. 80, 287-302.
Horst, J.M. van der (1990), 'Weg ermee? Over gesplitste en ongesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden.' In: Jaarboekinl 1989, 46-57.
Horst, J.M. van der (1992b), 'Splitsen of niet-splitsen van voornaamwoordelijke bijwoorden.' In: Forum der Letteren. 33, 127-147.
Horst, J.M. van der & R. Storm (1991), 'Over de geschiedenis van het betrekkelijke voornaamwoordelijk bijwoord.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.107, 105-119.
Jansen, F. (1991b), 'De houding ten opzichte van gesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden.' In: Neerlandica extra muros 29, nr. 3, 21-29.
Klein, Maarten (1987), 'De ans en het voornaamwoordelijk bijwoord.' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ans-nummer), 97-100.
Leys, O. (1979a), 'De bepaling van het voornaamwoordelijk bijwoord en de systematisering van ndl. er.' In: De nieuwe taalgids. 72,240-246.
V(erhasselt), J. (s.d.), 'Over het gebruik van de voornaamwoordelijke bijwoorden.' In: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk)., I/57-58.
Vriendt, S. de (1979), Voorzetselconstituenten en zgn. voornaamwoordelijke bijwoorden, Brussels Pre-prints in Linguistics, no. 2, VUB/ULB. Ook in: Vriendt, Sera de (1995), 51-76.


Literatuur bij 09:


Literatuur bij 09:
Cockx, Paul (1989), Taalwijzer, Leuven, tweede druk.
Hiligsmann, Ph. (1991), 'Wat wat...betreft betreft.' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXXIX, 42-52.
Kooij, J.G. (1992), 'Naast en Behalve: over Reeksvormers en Taalfouten.' In: Bennis, Hans & Jan W. de Vries (Red.)(1992), 210-215.
Lemmens, Marcel (1994), 'Naar...toe, richting... Modieuze voorzetsels.' In: Onze Taal. 63, 240-241.
Paardekooper, P.C. (1959), 'Voor- en achterzetsels.' In: De nieuwe taalgids.52, 310-320.
Paardekooper, P.C. (1962b), 'Voorzetsel-uitdrukkingen.' In: De nieuwe taalgids. 55, 3-9.
Paardekooper, P.C. (1973), 'Grensproblemen bij VZ-uitdrukkingen.' In: De nieuwe taalgids. 66, 137-145.
Royen, Gerlach (1943), 'Aanschouwelijkheidsdrang bij voorzetsels.' In: De nieuwe taalgids. 37 (De Vooys-nummer), 87-93.
Weijnen, A. (1964a), 'Structuren van Nederlandse voorzetsels.'In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 80, 116-132.
Weijnen, A. (1964b), 'De structuur van de temporele laag van de voorzetselbetekenissen.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 80, 133-150.
Weijnen, A. (1965), 'De niet-dimensionele betekenislaag van de voorzetsels.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 81, 103-145.


Literatuur bij 10:


Literatuur bij 10/01:
Roose, H. (1958a), 'Nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden.' In: De nieuwe taalgids. 51, 117-119.


Literatuur bij 10/03:
As, Saskia van (1992), 'Nu en nou: één woord, twee stijlen.'In: Schermer-Vermeer, E.C., W.G. Klooster & A.F. Florijn(red.) (1992), 1-14.
Calcar, Wim van (1973-74), 'Het voegwoord "of".' In: Spektator 3, 95-113.
Es, G.A. van (1951), 'Syntactische vormen van de concessieve modaliteit in het Nederlands.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 68, 253-295.
Es, G.A. van (1953), 'Voegwoordelijke verbindingen ter uitdrukking van de conditionele (hypothetische) modaliteit inhet Nederlands.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 71, 1-119.
Haeringen, C.B. van (1939), 'Congruerende voegwoorden.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 58, 161-176. Ook in: Haeringen, C.B. van (1962b), 246-259.
Hoop, Helen de & Paulien Smabers (1987), 'Rood of Groen? Een normenonderzoek naar enkele stijlverschillen tussen gesproken en geschreven taal.' In: De nieuwe taalgids. 80, 287-302.
Horst, J.M. van der (1987), 'Verlegen als hij is en Zo dik als ze is.' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ANS-nummer), 83-84.
Horst, Joop van der (1988a), 'De Croma-verandering.' In: Onze Taal. 57, 172-173.
Leys, O. (1985), 'Het voegwoord om als uitdrukking van modale opeenvolging.' In: Ryckeboer, H., J. Taeldeman & V.F. Vanacker (red.) (1985), 267-271.
Leys, Odo (1988), 'Prospektives um.' In: Deutsche Sprache 16, 97-102.
Nieuwenhuysen, Peter (1972-73), 'Oorzaak en gevolg.' In: Spektator 2, 447-469.
Nieuwint, Pieter (1987), 'Modaal mocht in bijzinnen.' In: De nieuwe taalgids. 80, 303-315.
Paardekooper, P.C. (1950), 'Als en dan bij vergelijkingen.'In: De nieuwe taalgids. 43, 160-167.
Paardekooper, P.C. (1961), 'Persoonsvorm en voegwoord.' In: De nieuwe taalgids. 54, 296-301.
Paardekooper, P.C. (1970c), 'Groter als.' In: De nieuwe taalgids. 63, 329-337.
Paardekooper, P.C. (1977a), 'Of het nou regent of dat het mooi weer is als bw bep.' In: De nieuwe taalgids. 70, 162-170.
Rooij, J. de (1965a), Als -- of -- dat. Enkele conjuncties in ABN, dialect en Fries, Assen.
Rooij, J. de (1972a), 'Als of dan.' In: De nieuwe taalgids. 65, 199-209.
Rooij, J. de (1978b), 'Het ene of is het andere niet.' In: De nieuwe taalgids. 71, 146-148.
Rooij, J. de (1982), ' Omdat en doordat in het Nederlands.' In: De nieuwe taalgids. 75, 329-342.
Vandeweghe, Willy (1995), 'Incorporatiekwesties ii. toen is niet toen.' In: De nieuwe taalgids. 88, 446-456.
Vries, J.W. de (1971), 'Want en omdat.' In: De nieuwe taalgids. 64, 414-420.


Literatuur bij 11:


Literatuur bij 11:
As, Saskia van (1992), 'Nu en nou: één woord, twee stijlen.'In: Schermer-Vermeer, E.C., W.G. Klooster & A.F. Florijn(red.) (1992), 1-14.
Baeyens, Mark (1980), 'Hardop luisteren.' In: Gramma 4, 54-73.
Defresne, A. (1916), 'Iets over de zoogenaamde tusschenwerpsels.' In: De Beweging 1916, 151-158.
Droste, F.G. (1961b), 'Het stiefkind onder de woordsoorten: de interjectie.' In: Levende Talen. 1961, 495-511. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 120-136.
Droste, F.G. (1972), 'Vragen met "he".' In: Leuvense Bijdragen. 61, 121-133.
Es, G.A. van & P.P.J. van Caspel (1971-75), Syntaxis van het moderne Nederlands. Publicaties van het Archief voor de Nederlandse Syntaxis, Groningen.
Ginneken, Jac. van (1935-36), 'De taal, die wij tot onze huisdieren spreken.' In: Onze Taaltuin 4, 166-170.
Groot, A.W. de (1963), 'De interjectie.' In: Studies etc., 13-42. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 137-146.
Haeringen, C.B. van (1960), 'Gedevalueerde interjecties.' In: De nieuwe taalgids. 53, 73.
Hoppenbrouwers, Cor (1979-80), 'Energiebesparing.' In: Tabu 10, 11-15.
Karcevski, S. (1941), 'Introduction à l'étude de l'interjection.' In: Cahiers Ferdinand de Saussure 1, 57-75.
Kirsner, Robert S. (1991), 'Het nut van intersubjectieve gegevens in taalkundige beschrijvingen van het Nederlands.' In:Neerlandica extra muros. 29, nr. 3, 12-20.
Kirsner, Robert S. & Jeanine Y. Deen (1989), 'Het mes snijdt aan twee kanten: on the semantics and pragmatics of theDutch sentence-final particle hoor.' In: Bruijn Lacy, Margriet (ed.), The Low Countries: Multidisciplinary Studies,Lanham/New York/London, 1-11. (= Publications of the American Association for Netherlandic Studies 3)
Langeveld, M.J. jr. (1931), 'De zogenaamde "tussenwerpsels".'In: De nieuwe taalgids. 25, 279-283.
Noach, B.M. (1972), 'Interjecties-Tussenwerpsels.' In: Levende Talen. 1972, 487-488.
Pauwels, J.L. (1952), 'Klanknabootsende en bewegingsschilderende tussenwerpsels en bijwoorden.' In: Taal en Tongval. 4, 48-58.
Sturm, Arie (1992), 'Het onnut van intersubjectieve gegevens in taalkundige beschrijvingen van het Nederlands.' In: Neerlandica extra muros.30, nr. 2, 18-26.
Toorn, M.C. van den (1960), 'De interjectie als woordsoort.' In: De nieuwe taalgids. 53, 260-264. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 115-119.
Verdenius, A.A. (1941b), 'Interjecties op drift.' In: De nieuwe taalgids. 35, 222-224.
Vooys, C.G.N. de (1930a), 'De zogenaamde tussenwerpsels.' In:De nieuwe taalgids. 24, 40-47.
Vriendt, S. de (1992), 'Kom, kijk, zeg als interjectie.' In: Studia Neerlandica et Germanica. Edenda curavit StanislausPrdota (= Acta Universitatis Wratislaviensis, No. 1356),513-519. Ook in: Vriendt, S. de (1995), 151-159.
Zaalberg, C.A. (1975a), 'Oh, he, ba, jo.' In: Onze Taal. 44, 21.


Literatuur bij 12:


Literatuur bij 12/01:
Booij, G.E. (1978), 'Wanneer bestaat een woord?' In: De Revisor 5, 55-61. Ook in: G.E. Booij (red.) (1979), 163-170.
Erben, Johannes (1975), Einführung in die deutsche Wortbildungslehre, Berlin.
Haas, Wim de & Mieke Trommelen (1993), Morfologisch Handboek van het Nederlands. Een overzicht van de woordvorming, 's-Gravenhage.
Haeringen, C.B. van (1971b), 'Het achtervoegsel -ing: mogelijkheden en beperkingen.' In: Ntg. 64, 449-468. Ook in:Booij, G. E. (red.) (1979), 77-100.
Hoeksema, Jack (1981), 'Twee theorieën over samenstellende afleidingen.' In: Glot 4, 169-178.
Hulst, H. van der & M. Moortgat (1980), Alex. Lexicale analyse van een taaldatabank, INL Working Papers, nr. 2, Leiden.
Santen, Ariane Johanna van (1992a), Produktiviteit in taal en taalgebruik. Een studie op het gebied van de Nederlandsewoordvorming, Leiden.
Sassen, A. (1971), Over het bestaan en ontstaan van Nederlandse woorden. Inaugurele rede, Groningen. Ook in: Booij, G.E.(red.) (1979), 63-76.
Schultink, H. (1961), 'Produktiviteit als morfologisch fenomeen.' In: Forum der Letteren. 2, 110-125. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 60-75, in: Booij, G.E. (red.) (1979), 47-62 en in: Taal kundig beschouwd. Taalkundige artikelen, bijeengebracht, ingeleid en van vragen voorzien door Dr. M. Klein, Den Haag, 1980., 6-19.
Schultink, H. (1962), De morfologische valentie van het ongelede adjectief in modern Nederlands, Den Haag, s.d.; herdruk Utrecht, 1980.
Taeldeman, Johan (1991), 'Derivatie in de ANS.' In: Gramma 15, 255-267 (Themanummer ANS).


Literatuur bij 12/02:
Booij, Geert (1990), 'Complexe werkwoorden en de niveauordeningshypothese.' In: Spektator 19, 234-244.
Booij, Geert (1991), 'Samenstellingen in de ANS.' In: Gramma15, 199-208 (Themanummer ANS).
Booij, Geert (1992), 'Compounding in Dutch.' In: Revista di Linguistica 4, 37-59.
Don, Jan (1993), Morphological Conversion, proefschrift Utrecht, Utrecht.
Haas, Wim de & Mieke Trommelen (1993), Morfologisch Handboek van het Nederlands. Een overzicht van de woordvorming, 's-Gravenhage.
Schultink, H. (1962), De morfologische valentie van het ongelede adjectief in modern Nederlands, Den Haag, s.d.; herdruk Utrecht, 1980.
Vries, J.W. de (1975), Lexicale morfologie van het werkwoord in modern Nederlands, Leiden (Leidse germanistische enanglistische reeks van de Rijksuniversiteit te Leiden, deelXV).
Zonneveld, Wim (1987), 'De ANS moet gebruikt kunnen worden.' In: De nieuwe taalgids. 80, 1-20.


Literatuur bij 12/03:
Adriaens, G. (1982), 'Vrouwelijke beroepsnamen in evolutie.'In: Forum der Letteren. 23, 1-17.
Al, B.P.F. & G.E. Booij (1981), 'De productiviteit van woordvormingsregels. Enige kwantitatieve verkenningen op hetgebied van de nomina actionis.' In: Al, B.P.F. & Ariane vanSanten (red.), Produktiviteit in de morfologie. Een bundelartikelen opgedragen aan E. M. Uhlenbeck, Muiderberg, 26-38.
Baayen, Harald (1990), 'De graad van produktiviteit van hetsuffix -ing.' In: Forum der Letteren. 31, 203-217.
Backhuys, Kees-Jan (1986), 'De right-hand head rule.' In: Tabu16, 1-20.
Bakema, Peter, Patricia Dufour & Dirk Geeraerts (1993), 'De semantische structuur van het diminutief.' In: Forum der Letteren. 34, 121-137.
Booij, Geert (1987-88), 'Polysemie en polyfunctionaliteit bij de nominale woordvorming.' In: Spektator 17, 268-276.
Booij, Geert (1991), 'Samenstellingen in de ANS.' In: Gramma15, 199-208 (Themanummer ANS).
Brachin, P. (1982), 'Anekdootje? Anekdotetje? (II)' In: De nieuwe taalgids. 75, 161-162.
Caluwe, J. de (1991), Nederlandse nominale composita in functionalistisch perspectief, 's-Gravenhage.
Caluwe, Johan de (1992), 'Deverbaal -er als polyseem suffix.' In: Spektator 21, 137-148.
Cohen, A. (1958), 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve.' In: De nieuwe taalgids. 51, 40-45.
Devos, Filip (1989), 'Semantiek en produktiviteit van nomina actionis op -ing in het Nederlands.' In: Studia GermanicaGandensia, nieuwe reeks, nr. 19, 25-55.
Don, Jan (1993), Morphological Conversion, proefschrift Utrecht, Utrecht.
Erben, Johannes (1975), Einführung in die deutsche Wortbildungslehre, Berlin.
Fast, Peter & J. van Marle (1989), 'Nogmaals de inwoonstersnamen: verdere evidentie voor -se.' In: Spektator 18, 423-430.
Hüning, Matthias (1992), 'De concurrentie tussen deverbale nomina met ge- en op -erij.' In: Spektator 21, 161-172.
Haas, Wim de & Mieke Trommelen (1993), Morfologisch Handboek van het Nederlands. Een overzicht van de woordvorming, 's-Gravenhage.
Haeringen, C.B. van (1971b), 'Het achtervoegsel -ing: mogelijkheden en beperkingen.' In: Ntg. 64, 449-468. Ook in:Booij, G. E. (red.) (1979), 77-100.
Marle, J. van (1987), 'Een mythe over het -s meervoud.' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ANS-nummer), 103-108.
Marle, J. van (1992), 'Lexicale herinterpretatie met morfologische consequenties: over de herrijzenis van de vrouwelijke persoonsnamen op -se.' In: Schermer-Vermeer, E.C., W.G.Klooster & A.F. Florijn (red.) (1992), 169-176.
Marle, J. van & G.A.T. Koefoed (1988), 'Herinterpretatie: voorwaarden en effecten.' In: Spektator 17, 488-511.
Mattens, W.H.M. (1984), 'De voorspelbaarheid van tussenklanken in nominale samenstellingen.' In: De nieuwe taalgids. 77, 333-343.
Mattens, Wim (1987b), 'Tussenklanken in substantivische en adjectivische samenstellingen.' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ANS-nummer), 108-114.
Mattens, Wim (1990), 'Enkele taalkundige aspecten van het drug(s)probleem.' In: Gramma 14, 183-191.
Michels, L.C. (1957), 'Woordwording van affixen.' In: De nieuwe taalgids. 50, 79-82.
Royen, Gerlach (1942), Ongaaf Nederlands, Amsterdam.
Santen, Ariane Johanna van (1992a), Produktiviteit in taal en taalgebruik. Een studie op het gebied van de Nederlandsewoordvorming, Leiden.
Santen, Ariane van (1992b), 'Semantische factoren bij de vorming van denominale persoonsnamen op -er.' In: Spektator21, 189-201.
Santen, Ariane van & J.W. de Vries (1981), 'Vrouwelijke persoonsnamen op -ster.' In: Al, B.P.F. & Ariane van Santen(red.), Produktiviteit in de morfologie. Een bundel artikelen opgedragen aan E.M. Uhlenbeck, Muiderberg, 115-125.
Sassen, A. (1978-79), 'Het suffix -se: een geval van morfologische herstructurering (metanalyse).' In: Tabu 9, 31-39.Ook in: Taal kundig beschouwd. Taalkundige artikelen, bijeengebracht, ingeleid en van vragen voorzien door Dr. M. Klein, Den Haag, 1980., 26-35.
Schultink, H. (1964), 'De bouw van nieuwvormingen met her-.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 80, 151-184.
Schultink, H. (1977), 'Over de accentuering van afgeleide woorden in het Nederlands.' In: H. Heestermans (red.),Opstellen door vrienden en vakgenoten aangeboden aan dr.C.H.A. Kruyskamp, 's-Gravenhage, 180-188. Ook in: Booij,G.E. (red.) (1979), 155-162.
Schultink, H. (1978), 'Ambassadrice contra masseuse. Afgeleide, [+ vrouwelijke], Nederlandse nomina en hun beschrijving.' In: De nieuwe taalgids. 71, 594-601.
Schultink, H. (1986), 'Geboefte en consorten als morfologisch probleem.' In: Glot 9, 105-109.
Schultink, H. (1987), 'Discontinuity and Multiple Branching in Morphology.' In: Crespo, R., B. Dotson-Smith & H. Schultink(eds.), Aspects of language. Studies in Honour of MarioAlinei, Vol. II, Amsterdam, 481-491.
Smedts, W. (1972), 'Adjectivering en appellativering van toponiemen. Een synchronisch-descriptieve studie.' In:Handelingen Kon. Comm. Toponymie en Dialectologie XLVI, 47-227. Ook als: Naamkunde, bijlage LXIII, 1974.
Taeldeman, Johan (1985), 'Afleidingen van het type [ge + ww.stam] in het Nederlands: semantiek en produktiviteit.' In: De Caluwe, J. & J. Taeldeman, Leksikaal-semantische aspektenvan de Nederlandse woordvorming, Gent, 34-69. (= Studia Germanica Gandensia, nieuwereeks, nr. 3)
Taeldeman, Johan (1987-88), 'Nederlandse deverbatieven op-(e)ling: een geval van tematische motivering.' In: Spektator 17, 17-27.
Theissen, S. (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt.
Theissen, S. (1989), 'De doubletten op -ering/-atie.' In: Theissen, S. & J. Vromans (red.) (1989), 207-235.
Toorn, M.C. van den (1970a), 'Gibt es im Niederländischen Nominalkomposita nach deutschem Muster?' In: Hofmann, Dietrich & Willy Sanders (Hrsg.), Gedenkschrift für WilliamFoerste, Köln/Wien, 401-411.
Toorn, M.C. van den (1981a), 'De tussenklank in samenstellingen waarvan het eerste lid een afleiding is.' In: De nieuwe taalgids. 74,197-205.
Toorn, M.C. van den (1981b), 'De tussenklank in samenstellingen waarvan het eerste lid systematisch uitheems is.' In:De nieuwe taalgids. 74, 547-552.
Toorn, M.C. van den (1982a), 'Het onderzoek van samenstellingen.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 98, 33-52.
Toorn, M.C. van den (1982b), 'Tendenzen bij de beregeling van de verbindingsklank in nominale samenstellingen.' In: De nieuwe taalgids.75, 24-33 (I); 153-160 (II).
Toorn, M.C. van den (1988b), 'De mogelijke interferentie van commerciële naamgeving en woordvorming in de standaardtaal.'In: Verslagen en Mededelingen KANTL, aflevering 2, 2-22.
Toorn, M.C. van den (1989), 'Formaties op -ette in het Nederlands.' In: De nieuwe taalgids. 82, 193-202.
Trommelen, Maria Theresia Gemma (1983), The Syllabe in Dutch. With Special Reference to Diminutive Formation, Dordrecht.
Trommelen, Mieke (1987), 'Er zijn minder vrouwen dan feministes.' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ANS-nummer), 132-134.
Zonneveld, Wim (1986), 'De morfologie van de mens: de vrouw.' In: Hoppenbrouwers, C.A.J. et al. (red.) (1986), 226-234.


Literatuur bij 12/04:
Adriaens, Geert (1979), 'Spijkerhard, straatarm, doodkalm,druipnat, propvol: absolute adjectieven in het Nederlands.'In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXVII, 16-21.
Backhuys, Kees-Jan, M. Trommelen & Wim Zonneveld (1987-88),'Vlamers en Belgiërs. De status van de adjectivische suffixen -en, -s en -isch.' In: Spektator 17, 252-267.
Berg, B. van den (1974), 'Het suffix -baar.' In: Odendal, F.F. et al. (red.), Taalkunde -- 'n lewe. Studies opgedra aanprof. dr. W. Kempen by geleentheid van sy 65ste verjaardag,Kaapstad/Johannesburg, 128-134.
Booij, Geert (1987-88), 'Polysemie en polyfunctionaliteit bij de nominale woordvorming.' In: Spektator 17, 268-276.
Booij, Geert (1992), 'Compounding in Dutch.' In: Revista di Linguistica 4, 37-59.
Caluwe, J. de & J. Taeldeman (1985), 'Deverbatieve adjektieven die een 'neiging' uitdrukken.' In: De Caluwe, J. & J. Taeldeman, Leksikaal-semantische aspekten van de Nederlandsewoordvorming, Gent, 70-91. (= Studia Germanica Gandensia., nieuwe reeks, nr. 3)
Erben, Johannes (1975), Einführung in die deutsche Wortbildungslehre, Berlin.
Fletcher, W. H. (1980), '"Blood-hot", "stone-good": a preliminary report on adjective-specific intensifiers in Dutch.'In: Leuvense Bijdragen. 69, 445-472.
Geerts, G. (1970b), 'Een noteske bij "Produktiviteit van het suffix -esk" (NTg. 61, 322-28, 1968).' In: De nieuwe taalgids. 63, 138-142.
Hüning, Matthias & Ariane van Santen (1994), 'Produktiviteitsveranderingen: de adjectieven op -lijk en -baar.' In: Leuvense Bijdragen.83, 1-29.
Haas, Wim de & Mieke Trommelen (1993), Morfologisch Handboek van het Nederlands. Een overzicht van de woordvorming, 's-Gravenhage.
Hauwermeiren, P. van (1985), 'Van Aalsters tot Zwols.' In: Ryckeboer, H., J. Taeldeman & V.F. Vanacker (red.) (1985),427-431.
Heynderickx, Priscilla (1993), Relationele adjectieven in het Nederlands, onuitgegeven proefschrift, Gent.
Hoeksema, J. (1983), 'Zwaarlijvig en breedgeschouderd.' In: Tabu 13, 49-70.
Loey, A. van (1943), 'Het suffix -er in plaatsnamen.' In:Handelingen Kon. Comm. Toponymie en Dialectologie XVII, 279-298.
Mattens, Wim (1987b), 'Tussenklanken in substantivische en adjectivische samenstellingen.' In: Forum der Letteren. 28, nr. 4 (ANS-nummer), 108-114.
Meijs, Willem (1986), 'Grensgevallen.' In: Hoppenbrouwers, C.A.J. et al. (red.) (1986), 217-223.
Neijt, A. & W. Zonneveld (1981), 'De aantrekkingskracht van-baar.' In: Glot 4, 215-228.
Pauwels, J.L. (1977a), 'Afleidingen met -baar.' In: Nu Nog. XXV,25-27.
Royen, Gerlach (1942), Ongaaf Nederlands, Amsterdam.
Sassen, A. (1968), 'Groninger dan Gronings.' In: Groningen. Cultureel maandblad, X, 225-241.
Schultink, H. (1962), De morfologische valentie van het ongelede adjectief in modern Nederlands, Den Haag, s.d.; herdruk Utrecht, 1980.
Schultink, H. (1977), 'Over de accentuering van afgeleide woorden in het Nederlands.' In: H. Heestermans (red.),Opstellen door vrienden en vakgenoten aangeboden aan dr.C.H.A. Kruyskamp, 's-Gravenhage, 180-188. Ook in: Booij,G.E. (red.) (1979), 155-162.
Smedts, W. (1972), 'Adjectivering en appellativering van toponiemen. Een synchronisch-descriptieve studie.' In:Handelingen Kon. Comm. Toponymie en Dialectologie XLVI, 47-227. Ook als: Naamkunde, bijlage LXIII, 1974.
Stoops, Yvette (1987), 'De ANS en woordenboeken aan de praktijk getoetst. (G)een noemenswaard(ig) probleem?' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXXV, 9-17.
Taeldeman, Johan (1991), 'Derivatie in de ANS.' In: Gramma 15, 255-267 (Themanummer ANS).
Theissen, S. (1972), 'De verschuiving van de bn/bw-uitgang -iek naar -isch.' In: Tijdschrift voor Levende Talen/Revuedes Langues Vivantes, 175-193 (I); 284-304 (II); 411-420(III).
Theissen, S. (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt.
Toorn, M.C. van den (1968), 'Produktiviteit van het suffix -esk.' In: De nieuwe taalgids. 61, 322-328.
Toorn, M.C. van den (1983-84), 'Van godevolen tot computergestuurd.' In: Spektator 13, 405-416.
Toorn, M.C. van den (1988a), 'Neoklassiek en postmodern. Een morfo-lexicografische verkenning.' In: Jaarboek INL 1987,66-100.
Vriendt, S. de (1970), 'Nogmaals -esk.' In: De nieuwe taalgids. 63, 39-42.
Welschen, A.J. (1970), 'De morfologische valentie van -esk.' In: De nieuwe taalgids. 63, 441-452.


Literatuur bij 12/05:
Haas, Wim de & Mieke Trommelen (1993), Morfologisch Handboek van het Nederlands. Een overzicht van de woordvorming, 's-Gravenhage.


Literatuur bij 13:


Literatuur bij 13:
Bennis, Hans & Teun Hoekstra (1989), Generatieve Grammatica, Dordrecht/Providence.
Droste, F.G. (1960), 'Woordgroepstructuur en betekenis.' In: De nieuwe taalgids. 53, 257-259.
Droste, F.G. (1964), 'Betekenis als syntactisch stramien: woordsoorten en woordgroepen in het Nederlands.' In: Levende Talen.1964, 331-350.
Groot, A.W. de (1965), Structurele syntaxis, Den Haag, s.d.
Lubbe, H.F.A. van der (1958/1978), Woordvolgorde in het Nederlands. Een synchrone structurele beschouwing, Assen, 1stedruk 1958, 4de druk 1978.
Paardekooper, P.C. (1970b), 'Twee onbruikbare begrippen: endo-en eksocentrisch.' In: De nieuwe taalgids. 63, 291-292.
Roose, H. (1959), 'Over kern en bepaling.' In: De nieuwe taalgids. 52, 151-153.
Toorn, M.C. van den (1970e), 'Wat is een endocentrische woordgroep?' In: Studia Neerlandica. 1970, nr. 3, 1-19.


Literatuur bij 14:


Literatuur bij 14:
Bakker, D.M. (1971), 'Iets over het onderscheid tussen bepaalde en onbepaalde nominale constituenten.' In: De nieuwe taalgids. 64, 338-345.
Balk-Smit Duyzentkunst, F. (1971-72), 'Een hond van Pavlov.'In: Spektator 1, 444-450.
Balk-Smit Duyzentkunst, Frida (1988), 'Onbepaald en categoriaal.' In: Glot 11, 55-64.
Bart, Peter van & Arie Sturm (1987), Zinsanalyse en de termen die daarbij gebruikt worden, Leiden.
Beukema, Frits & Teun Hoekstra (1983), 'Met met PRO of met zonder PRO.' In: De nieuwe taalgids. 76, 532-548.
Caspel, P.P.J. van (1970), 'Een schat van een (niet meer zo jong) kind.' In: De nieuwe taalgids. 63, 280-287.
Coppen, P.A. (1991b), Specifying the Noun Phrase, Proefschrift Nijmegen, Amsterdam.
Daems, F. (1972), 'Een walvis is een zoogdier.' In: Daems, F.(red.), De taal van de mens, Deurne, 41-50.
Dik, S.C. (1985), 'Nederlandse nominalisaties in een funktionele grammatika.' In: Forum der Letteren. 26, 81-107.
Dirksen, Arthur (1986-87), 'Grammatica-onderwijs en taalvaardigheid; problemen met verwijzing.' In: Spektator 16, 107-130.
Droste, F.G. (1970), 'Het lidwoord een.' In: Studia Neerlandica. 1970, nr. 4,63-72.
Es, G.A. van & P.P.J. van Caspel (1971-75), Syntaxis van het moderne Nederlands. Publicaties van het Archief voor de Nederlandse Syntaxis, Groningen.
Everaert, Martin (1992), 'Nogmaals: Een Schat van een Kind.'In: Bennis, Hans & Jan W. de Vries (red.) (1992), 45-54.
Florijn, A.F. (1992), Beregeling van Nederlandse woordvolgorde, Amsterdam.
Haaften, Ton van, et al. (1985), 'Nominalisaties in het Nederlands.' In: Glot 8, 67-104.
Haeseryn, Walter (1991b), 'De "om te slane" belasting of de beperkingen op infinitiefconstructies.' In: Nederlands van Nu (voortzetting van Nu Nog). XXXIX, 104-106.
Hendrickx, Rudi & Johan Rooryck (1989), 'Groenten, fruit en getal.' In: De nieuwe taalgids. 82, 343-349.
Hoekstra, T. & P. Wehrmann (1985), 'De Nominale Infinitief.'In: Glot 8, 257-274.
Hoop, Helen de, Guido Vanden Wyngaerd & Jan-Wouter Zwart (1990), 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie.'In: Gramma 14, 81-106.
Hulshof, Hans (1983), 'Enkele opmerkingen over nominalisering.' In: Forum der Letteren. 24, 207-223.
Jong, F. de, L. Oversteegen & H.J. Verkuyl (1988), Betekenisen Taalstructuur. Inleiding in de formele semantiek. Dordrecht.
Kerstens, Johan (1985), 'Het lidwoord nul bestaat niet.' In:Forum der Letteren. 26, 1-19.
Klein, M. (1974), 'Enkele opmerkingen over de bijstelling.'In: De nieuwe taalgids. 67, 405-411.
Klein, M. (1977b), Appositionele constructies in het Nederlands, proefschrift Nijmegen, Nijmegen.
Klein, M. (1983a), 'Over de zgn. absolute met-constructie.' In: De nieuwe taalgids. 76, 151-164.
Looyenga, S. (1990), 'On the Internal Structure of Nominal Infinitives.' In: Linguistics in the Netherlands 1990, 101-111.
Looyenga, S. (1992), 'Generieke zinnen.' In: Tabu 22, 1-21.
Lubbe, H.F.A. van der (1958/1978), Woordvolgorde in het Nederlands. Een synchrone structurele beschouwing, Assen, 1stedruk 1958, 4de druk 1978.
Lubbe, H.F.A. van der (1982), 'Over echte en schijnbare partitieve groepen.' In: Spektator 11, 367-378.
Lubbe, H.F.A. van der (1985), 'De structuur van de zgn. absolute met-constructie.' In: De nieuwe taalgids. 78, 6-17.
Mattens, W.H.M. (1991), 'Van gastrolinguÏstiek krijgt een structuralist linguÏstische gastritis: het getalsaspect vangroente- en fruitnamen.' In: De nieuwe taalgids. 84, 556-568.
Paardekooper, P.C. (1956), 'Een schat van een kind.' In: De nieuwe taalgids. 49, 93-99. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 334-340 en in: Taal kundig beschouwd. Taalkundige artikelen, bijeengebracht, ingeleid en van vragen voorzien door Dr. M. Klein, Den Haag, 1980., 74-81.
Paardekooper, P.C. (1977b),' Met jouw tanden in m'n nek als bwbep.' In: De nieuwe taalgids. 70, 387-406.
Pekelder, Jan (1993), Conventies en functies. Aspecten van binominale woordgroepen in het hedendaagse Nederlands,Louvain-la-Neuve. (Bibliothèque des cahiers de l'Institut deLinguistique de Louvain, No. 71)
Roose, H. (1956), 'Kategorieën van voorgeplaatste bepalingen bij substantieven.' In: Levende Talen. 1956, 474-483. Ook in: Taal kundig beschouwd. Taalkundige artikelen, bijeengebracht, ingeleid en van vragen voorzien door Dr. M. Klein, Den Haag, 1980.,100-107.
Roose, H. (1962), 'Order of Post-Adjuncts to Nouns in Dutch.'In: Lingua 11, 340-353.
Russell, B. (1905), 'On Denoting.' In: Mind 14, 479-493.
Schimanski, A. & F. Kempter (1971), Der Relativsatz als Beispiel für die rationelle Vermittlung grammatischer Strukturen, Leipzig. (Zur Theorie und Praxis des Deutschunterrichtsfür Ausländer)
Smits, R. & J. Vat (1984-85), 'Met jouw tanden in mijn bek, een onderzoek naar met-constructies.' In: Spektator 14, 445-470.
Steenbergen, G. Jo (1963), 'Versterkers en verzwakkers bij getallen en hoeveelheden in de taal van de reclame.' In:Versl. en Med. Kon. Vl. Akad. Taal- en Letterkunde, 1963,105-126.
Strawson, P.F. (1950), 'On referring.' In: Mind 59, 320-344.
Sturm, A. (1986), Primaire syntactische structuren in het Nederlands, Leiden.
Sturm, Arie (1989), 'Vorm en functie van woordgroepen: de constructie met paradigmaloos van.' In: De nieuwe taalgids. 82, 529-553.
Vandeweghe, W. (1971-72), 'Om en rond de (om) te-konstruktie.' In: Studia Germanica Gandensia. XIII, 37-61.
Verkuyl, H.J. (1992), 'Hoe kaal zijn kale meervouden? En hoe onbepaald?' In: De nieuwe taalgids. 85, 26-36.
Zwaan, F.L. (1975), 'Enkele opmerkingen over de bijstelling.'In: De nieuwe taalgids. 68, 132-137.


Literatuur bij 15:


Literatuur bij 15:
Admoni, Wl. (1973), Die Entwicklungstendenzen des deutschen Satzbaus von heute, München.
Belder, Simon (1989), 'Een parsinggrammatica voor Nederlandse AP's.' In: Gramma 13, 237-261.
Bennis, Hans & Teun Hoekstra (1989), Generatieve Grammatica, Dordrecht/Providence.
Lubbe, H.F.A. van der (1958/1978), Woordvolgorde in het Nederlands. Een synchrone structurele beschouwing, Assen, 1stedruk 1958, 4de druk 1978.
Royen, Gerlach (1948-53), Buigingsverschijnselen in het Nederlands, deel II (1948), Amsterdam.
Schenkel, W. (1972), Zur erweiterten Attribuierung im Deutschen, Halle (Saale).
Vriendt, S. de (1978a), 'Haplologie, cacofonie, doubling?' In: De nieuwe taalgids. 71, 152-162. Ook in: Vriendt, Sera de (1995), 87-101.
Zaalberg, C.A. (1975b), Taaltrouw. Nieuwe en oude glottagogische overwegingen, Culemborg.


Literatuur bij 16:


Literatuur bij 16:
Belder, Simon (1989), 'Een parsinggrammatica voor Nederlandse AP's.' In: Gramma 13, 237-261.
Bennis, Hans & Teun Hoekstra (1989), Generatieve Grammatica, Dordrecht/Providence.
Lubbe, H.F.A. van der (1958/1978), Woordvolgorde in het Nederlands. Een synchrone structurele beschouwing, Assen, 1stedruk 1958, 4de druk 1978.


Literatuur bij 17:


Literatuur bij 17:
Beukema, Frits & Teun Hoekstra (1983), 'Met met PRO of met zonder PRO.' In: De nieuwe taalgids. 76, 532-548.
Corver, Norbert (1992), '"Bij Marie in de nek". Interne structuur en extractiegedrag.' In: Gramma/TTT. 1, 21-40.
Florijn, A.F. (1992), Beregeling van Nederlandse woordvolgorde, Amsterdam.
Klein, M. (1983a), 'Over de zgn. absolute met-constructie.' In: De nieuwe taalgids. 76, 151-164.
Lubbe, H.F.A. van der (1958/1978), Woordvolgorde in het Nederlands. Een synchrone structurele beschouwing, Assen, 1stedruk 1958, 4de druk 1978.
Lubbe, H.F.A. van der (1985), 'De structuur van de zgn. absolute met-constructie.' In: De nieuwe taalgids. 78, 6-17.
Paardekooper, P.C. (1977b),' Met jouw tanden in m'n nek als bwbep.' In: De nieuwe taalgids. 70, 387-406.
Riemsdijk, H.C. van (1982), A case study in syntactic markedness: The binding nature of prepositional phrases, Dordrecht, 2de druk.
Smits, R. & J. Vat (1984-85), 'Met jouw tanden in mijn bek, een onderzoek naar met-constructies.' In: Spektator 14, 445-470.
Sturm, A. (1986), Primaire syntactische structuren in het Nederlands, Leiden.
Sturm, Arie (1989), 'Vorm en functie van woordgroepen: de constructie met paradigmaloos van.' In: De nieuwe taalgids. 82, 529-553.
Zaalberg, C.A. (1975b), Taaltrouw. Nieuwe en oude glottagogische overwegingen, Culemborg.


Literatuur bij 18:


Literatuur bij 18/05/01:
Bakker, D.M. et al. (1974-75), 'Drie notities over de beschrijving van werkwoorden als woordgroepsdelen.' In: Tabu5, 1-8.
Bech, Gunnar (1955), Studien über das deutsche verbum infinitum, 1. Band, København.
Coppen, Peter-Arno & Klein, Maarten (1992), 'Het einde van V-Raising.' In: Klein, Maarten (red.) (1992), 32-46.
Daalder, S. (1977), 'Enkele beschouwingen over infinitief-konstrukties.' In: Handelingen van het XXXIe Vlaams Filologencongres, 32-34.
Evers, Arnold (1975), The Transformational Cycle in Dutch and German, diss. Utrecht, repr. IULC, Bloomington (Indiana).
Gerritsen, Marinel (red.) (1991), Atlas van de Nederlandse Dialectsyntaxis (AND). Deel I: tekst; deel II: kaarten, Amsterdam.
Meeussen, A.E. & V.F. Vanacker (1951), 'De dubbele werkwoordgroep.' In: De nieuwe taalgids. 44, 36-50.
Pardoen, Justine (1986), 'Werkwoordclustering in de voltooide tijd.' In: Voortgang (Jaarboek voor de Neerlandistiek) VII,49-76.
Rooij, J. de (1981), '"Het is gisteren beginnen te vriezen". Een syntactisch drieluikje voor Vanacker.' In: Taal en Tongval. 33, 23-29.
Rooy, J. de & I. Wikén Bonde (1972), Nederländsk grammatik, Stockholm.
Schutter, G. de (1964), 'De dubbele werkwoordgroep in het Nederlands.' In: Studia Germanica Gandensia. VI, 45-84.
Schutter, G. de (1974), De Nederlandse zin. Poging tot beschrijving van zijn struktuur, Brugge.
Velde, M. van de (1977), 'Der Nebensatztyp "ein Umstand, den zu berücksichtigen er vergißt" im Deutschen und im Niederländischen.' In: Studia Germanica Gandensia. XVIII, 73-118.


Literatuur bij 18/05/02:
Gerritsen, Marinel (red.) (1991), Atlas van de Nederlandse Dialectsyntaxis (AND). Deel I: tekst; deel II: kaarten, Amsterdam.
Nieuwenhuysen, P. (1973-74), 'Infinitief in plaats van deelwoord.' In: Spektator 3, 477-479.
Toorn, M.C. van den (1965), 'Het naamwoordelijk gezegde.' In: Levende Talen. 1965, 629-640. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 252-263.
V(erhasselt), J. (s.d.), 'Het noodzakelijke worden en het overbodige geworden.' In: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk)., II/315-317; VI/23-25.
V(erhasselt), J. (s.d.), 'Het noodzakelijke worden en het overbodige geworden.' In: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk)., II/315-317; VI/23-25.


Literatuur bij 18/05/03:
Gerritsen, Marinel (red.) (1991), Atlas van de Nederlandse Dialectsyntaxis (AND). Deel I: tekst; deel II: kaarten, Amsterdam.
Nieuwenhuysen, P. (1973-74), 'Infinitief in plaats van deelwoord.' In: Spektator 3, 477-479.
Toorn, M.C. van den (1965), 'Het naamwoordelijk gezegde.' In: Levende Talen. 1965, 629-640. Ook in: Taalkunde in artikelen. Een verzameling artikelen over het Nederlands, bijeengebracht door Jacob Hoogteijling, Groningen, 1969, 2de druk., 252-263.
V(erhasselt), J. (s.d.), 'Het noodzakelijke worden en het overbodige geworden.' In: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk)., II/315-317; VI/23-25.
V(erhasselt), J. (s.d.), 'Het noodzakelijke worden en het overbodige geworden.' In: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk)., II/315-317; VI/23-25.


Literatuur bij 18/05/04:
Campenhout, F. van (1974), 'Zinnen met "zullen" en zinnen zonder "zullen" met futuristische betekenis.' In: Tijdschrift voor Levende Talen/Revue des Langues Vivantes 40,650-670.
Cornips, L. (1994), 'De hardnekkige vooroordelen over de regionale doen + inf.-constructie.' In: Forum der Letteren. 35, 282-294.
Demol, Jan (1973), 'Moest.' In: Album Willem Pée, Tongeren, 95-100. Ook in: G. Geerts (red.) (1974), 51-56.
Dik, S.C. (1972-73), 'Beginnen, semantische en syntaktische eigenschappen.' In: Spektator 2, 165-179.
Droste, F.G. (1956), Moeten. Een structureel semantische studie, Groningen/Djakarta.
Droste, F.G. (1958-59), 'De structuur van de woordgroep in de zgn. accusativus-cum-infinitivo-constructie.' In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 76,293-316.
F(ourquet), J. (1963), 'Varia.' In: Tijdschrift voor Levende Talen/Revue des Langues Vivantes 29, 270-273.
Geest, W. de (1970), 'Infitiefconstructies bij Verba Sentiendi.' In: Studia Neerlandica. 1970, nr. 3, 33-59.
Geest, W.P.F. de (1973), Complementaire constructies bij verba sentiendi in het Nederlands, Gent.
Gerritsen, Marinel (red.) (1991), Atlas van de Nederlandse Dialectsyntaxis (AND). Deel I: tekst; deel II: kaarten, Amsterdam.
Giesbers, Herman (1983-84), '"Doe jij lief spelen?" Notities over het perifrastische doen.' In: Mededelingen van deNijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde XIX, 75-64.
Goossens, L. (1961), '"Moeten" in de Zuidnederlandse hypothetische zin: een gallicisme?' In: Taal en Tongval. 13, 5-12. Ook in:G.Geerts (red.) (1974), 37-44.
Haeringen, C.B. van (1923), 'Ongewenste voorkeur.' In: De nieuwe taalgids. 17, 205-215.
Haeringen, C.B. van (1954b), 'Zijn en wezen.' In: Taal en Tongval. 6, 167-171. Ook in: Haeringen, C.B. van (1962a), 203-206.
Hake, J.A. vor der (1932-33), 'Behoeven en hoeven.' In: OnzeTaaltuin 1, 82-84.
Hof, C. van den (1976), 'The Interrelation between "zou" and "kunnen" in Modern Dutch Relative Clauses.' In: Studia Germanica Gandensia. XVII,19-31.
Kern, J.H. (1930), 'Een schijnbare ellips.' In: Ntg. 24, 177-180.
Kirsner, Robert S. (1970), 'The Role of zullen in the Grammar of Modern Standard Dutch.' In: Lingua 24, 101-154.
Kluyver, A. (1911), 'Over modaliteit.' In: De nieuwe taalgids. 5, 65-74.
Lambooy, J.H.Th. (1963), 'De korte infinitief.' In: Studies etc., 107-157.
Lamiroy, B. (1984), 'De infinitiefkonstruktie Jan is vissen.' In: Leuvense Bijdragen. 73, 163-170.
Lemmens, Marcel (1991), 'Doendenken.' In: Onze Taal. 60, nr. 11, 9-10.
M(artelaere), A. d(e) (s.d.), 'Blijken, lijken, schijnen.' In: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk). ii/454-455.
M(artelaere), A. d(e) (s.d.), 'Doen en laten.' In: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk). vi/18.
M., P.H. (1903), 'Willen.' In: Taal en Letteren. 13, 576-578.
Mulders, J. van (1943), 'Het werkwoord "hoeven".' In: Tijdschrift voor Levende Talen/Revue des Langues Vivantes 9,209-211.
Naarding, J. (1948), 'Afwijkende constructies.' In: De nieuwe taalgids. 41,74-76.
Nieuwint, Pieter (1987), 'Modaal mocht in bijzinnen.' In: De nieuwe taalgids. 80, 303-315.
Noë, J. (1972), 'Doen en laten.' In: Nu Nog. XX, 113-114.
Pardoen, Justine (1986), 'Werkwoordclustering in de voltooide tijd.' In: Voortgang (Jaarboek voor de Neerlandistiek) VII,49-76.
Rooij, J. de (1969), 'Een beetje te.' In: Taal en Tongval. 21, 120-122.
Rooij, J. de (1972b), 'Eigenlijke en oneigenlijke modale verba.' In: Taalwetenschap in Nederland 1971, Amsterdam, 33-38.
Rooij, J. de (1975), 'Mag ik vandaag mijn rode jurk aan?' In:Taal en Tongval. 27, 19-29.
Rooij, J. de (1981), '"Het is gisteren beginnen te vriezen". Een syntactisch drieluikje voor Vanacker.' In: Taal en Tongval. 33, 23-29.
Rooij, J. de (1985), 'De toekomst in het Nederlands I. Over het uitdrukken van de toekomende tijd in standaardtaal endialect.' In: Taal en Tongval. 37, 96-123.
Rooij, J. de (1986a), 'De toekomst in het Nederlands II. Over het uitdrukken van de toekomende tijd in standaardtaal endialect.' In: Taal en Tongval. 38, 5-32.
Rooij, J. de (1991b), 'Ik had al moeten eindigen vs. Ik moest al geëindigd hebben.' In: Gramma 15, nr. 3, 235-246.
Sassen, A. (1974-75), 'Negatie en modaliteit. Of: het modale hulpwerkwoord kunnen bestaat niet.' In: Tabu 5, 9-16.
Sassen, A. (1977-78), 'Hij is vissen/wezen vissen.' In: Tabu8, nr. 2/3, 38-43.
Sassen, Albert (1990), 'The modal infinitive in Dutch.' In:Aarts, Flor & Theo van Els (eds.), Contemporary Dutch Linguistics, Washington, 152-163.
Schermer-Vermeer, E.C. (1985-86), '"Laten" als vormer van een nieuwe wijs.' In: Spektator 15, 348-358.
Seuren, Pieter A.M. (1986), 'Helpen en helpen is twee.' In:Glot 9, nr. 1/2, 110-117.
Springorum, Dick (1992), 'Ziekenhuistaal.' In: Van Dale Taalbrief 1, nr. 2, 5.
Stutterheim, C.F.P. (1930), 'Het begrip "modaliteit".' In: De nieuwe taalgids. 24, 296-308.
T(erwey, T.) (1891), 'Over "laten".' In: Taal en Letteren. 1, 273-275.
V(erhasselt), J. (s.d.), 'De hulpwerkwoorden moeten, hoeven,dienen te, behoren te.' In: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk)., II/37-39.
Vanacker, V.F. (1992), 'Enkele conditionele bijzinnen in gesproken Nederlands.' In: Studia Neerlandica et Germanica.Edenda curavit Stanislaus Prdota (= Acta UniversitatisWratislaviensis, No. 1356), 509-512.
Vandeweghe, W. (1978a), 'Hebben + te + infinitief in het Nederlands. Een terreinverkenning.' In: Studia Germanica Gandensia. XIX, 31-62.
Verdenius, A.A. (1946), 'Hij is vissen, hij is fietsen.' In: De nieuwe taalgids. 39, 149-150.
Verhagen, Arie & Suzanne Kemmer (1992), 'Interactie en Oorzakelijkheid. Een Cognitieve Benadering van Causatief-constructies in het Nederlands.' In: Gramma/TTT. 1, 1-20.
Verhasselt, J. (1960), 'Moeten, hoeven, mogen.' In: Nu Nog. VIII, 53-54 en 67-68.
Verhasselt, J. (1970), 'Zijn te + onbepaalde wijs.' In: Nu Nog. XVIII, 16-17. Ook in: Taalbeheersing in de administratie (vanaf 1985: Taalbeheersing in de praktijk)., II/186-187.
Vriendt, S. de (1978a), 'Haplologie, cacofonie, doubling?' In: De nieuwe taalgids. 71, 152-162. Ook in: Vriendt, Sera de (1995), 87-101.
Vries, W. de (1919), 'Naar aanleiding van "twee Hollan