|
Vrijdagmiddag kon ik nog net het laatste
anderhalf uur van de wekelijkse
ministerraad bijwonen, na een
probleemloze terugvlucht uit Marokko.
Dinsdagmiddag 6 juni was ik daar met een
kleine delegatie naar toegevlogen voor
een kort, maar intensief werkbezoek.
Voor mij was het een hernieuwde
kennismaking met het gastvrije Marokko.
Hoofddoel van het bezoek was de opening
van een nieuw instituut voor hoger
onderwijs en onderzoek in Rabat. Ik heb
altijd de overtuiging gehad dat we
moeten investeren in de landen rondom de
Middellandse zee en het nabije Oosten,
de bakermat van onze cultuur en
wereldgodsdiensten. Daarom mijn wens
voor een ‘ ring’ van Nederlandse
instituten voor onderwijs en wetenschap
in de regio. Zo’n ‘ring’ draagt bij aan
het vergroten van de kennis over de
islam en over onze Nederlandse taal en
cultuur. En kennis zorgt voor meer
wederzijds begrip en respect.
Woensdagavond 7 juni, rond de klok van
zeven uur (in Nederland negen uur),
mocht ik de officiële openingshandeling
van het NIMAR (Nederlands Instituut
Marokko) verrichten. Het Nimar is een
initiatief van de Radboud Universiteit
Nijmegen; OCW subsidieert dit voor de
komende jaren. In een mooi - door
directeur Paolo de Mas en
onderwijscoördinator Jan Hoogland
opgeknapt kraakwit pand - waren vele
tientallen mensen uit Nederland en
Marokko aanwezig. Het NIMAR is bedoeld
voor Nederlandse studenten of
wetenschappers die in Marokko stage
willen lopen of onderzoek willen doen.
Daarnaast kunnen Marokkaanse studenten
terecht voor allerhande informatie over
het Nederlandse hoger onderwijs; dit ter
voorbereiding van hun uitwisseling met
Nederland. In mijn toespraak kondig ik
mijn wens aan een leerstoel Nederlandse
taal- en letterkunde in te stellen aan
een toonaangevende Marokkaanse
universiteit. Ook zo’n leerstoel moet
bijdragen aan kennisvergroting. |