|
|
|
Het
Arabisch, de vertaler Arabisch en de 'tolk Arabisch' (sic.)
In dit artikel zal ik niet alleen een linguïstische beschrijving geven van de Arabische taal, ik zal ook de situatie van het Arabisch in Nederland bespreken, inclusief de huidige stand van zaken in het tolk- en vertaalvak Arabisch in Nederland. Met het Arabisch wordt soms het Klassiek Arabisch bedoeld, soms het Modern Standaard Arabisch, en soms alle Arabische dialecten en talen bij elkaar. Ik zal telkens aangeven welke specifieke vorm van het Arabisch wordt bedoeld. In deze bijdrage behandel ik allereerst
de
kenmerken van de Arabische talen (paragraaf I),
De Arabische talen behoren tot de familie der Semitische talen, en zijn o.a. nauw verwant met het Hebreeuws(1). De Semitische talen hebben een gemeenschappelijk morfologisch kenmerk nl. de structuur van wortels en patronen. Kort gezegd komt dit erop neer dat alle naamwoorden en werkwoorden zijn opgebouwd uit een abstracte wortel van drie radicalen (medeklinkers, weergegeven als R1, R2 en R3) en een eveneens abstract patroon dat klinkers en evt. voor- en achtervoegsels aanbrengt waardoor een concreet woord ontstaat. De wortel draagt een bepaalde grondbetekenis, en het patroon voegt hier een nuancering van die betekenis aan toe, en de morfologische kenmerken van het woord. Enkele voorbeelden ter illustratie: De wortel DRS betekent 'iets met leren/studeren', de wortel KTB 'iets met schrijven'. Het patroon maR1R2aR3(a) genereert een nomen dat inhoudt: de plaats waar de activiteit van de wortel plaatsvindt. Door de radicalen van deze beide wortels als R1, R2 en R3 in dit patroon in te voegen ontstaan de woorden madrasa en maktab die respectievelijk school (plaats waar je leert) en kantoor (plaats waar je schrijft) betekenen. Dit systeem kan als hulpmiddel worden aangewend bij het leren van het Standaard Arabisch als vreemde taal. Ook de meeste woordenboeken uit het Standaard Arabisch bevatten wortels. De wortels zijn alfabetisch gerangschikt volgens de radicalen. Madrasa dient dus niet onder de 'm' te worden gezocht, maar onder DRS. In het onderstaande overzicht wordt dit systeem van wortels en patronen gedemonstreerd aan de hand van drie patronen: 2 het patroon R1aR2aR3a: dit patroon genereert een werkwoord in de 3e persoon mannelijk enkelvoud perfectum 3 het patroon R1aaR2iR3: dit patroon
genereert een actief deelwoord.
* Het principe van wortels en patronen is niet onbeperkt produktief, derhalve enkele lege plekken in het overzicht. Een woord daaris bestaat overigens wel, maar als een adjectief gerelateerd aan een andere, minder frequente betekenis van de wortel. Bij toepassing van het systeem van wortels en radicalen kunnen complicaties rijzen als één der radicalen een W, Y of ' (glottal stop) is. De klankleer van het Arabisch staat bepaalde klankcombinaties (o.a. awa, aya) niet toe. Een tweede kenmerk van het Klassiek Arabisch, nu in geschreven vorm, dat het deelt met o.a. het Hebreeuws is het defectieve schrift. Doorgaans worden slechts de medeklinkers geschreven, tenzij de aard van de tekst absolute duidelijkheid vereist, bijv. de Koran. Dan worden de drie klinkers van het Arabisch in de vorm van kleine streepjes of een kommaatje boven of onder de voorafgaande medeklinker geplaatst. Ons woord madrasa zal dus in gewone teksten als leerboeken, kranten etc. slechts als mdrsh (de h geeft de a-uitgang aan) worden geschreven. Hier rijst dan een probleem aangezien mdrsh ook gelezen zou kunnen worden als mudarrisa, volgens het patroon muR1aR2R2iR3a, hetgeen lerares betekent. Ook verdubbeling van een medeklinker blijkt doorgaans niet uit ongevocaliseerd schrift. Het Arabische klanksysteem is uitgebreider dan dat van de Westeuropese talen. Het kent 28 consonanten. Het is algemeen bekend dat de Arabische talen een reeks keelklanken kennen die in de Europese talen niet voorkomen. Deze 28 consonanten zijn te onderscheiden in de 'gewone consonanten' (die wij in het Nederlands ook kennen): b, d, f, g, h, j, k, l, m, n, r, s, t, w en z, de 'overige bekende consonanten' (bijv. uit overige Westeuropese talen): ' (glottal stop), th, dh, sh en zj (ook wel dj), en de 'typisch Arabische consonanten': h, kh, s, d, t, z, c, g, q. Het Arabisch alfabet telt 28 tekens om even zo vele consonanten grafisch weer te geven. Het Arabisch schrift is een lopend schrift. Dit impliceert dat de letters verschillende verschijningsvormen hebben, afhankelijk van de plaats in het woord: aan het begin, in het midden, aan het eind van een woord of evt. een losse letter. In sommige gevallen is het verschil tussen de 4 verschillende vormen slechts klein, in andere gevallen is het relatief groot. (Elders op deze website treft u voorbeelden van het Arabisch schrift aan). Het blijven evenwel lettertekens en geen karakters. De kalligrafie is in de islamitische wereld een zeer gewaardeerde kunstvorm, die mede is gestimuleerd door het verbod in de islam om levende wezens af te beelden(2). Het vocabulaire van het Klassiek Arabisch is zeer omvangrijk m.n. voor oude begrippen. Het spelen met synoniemen in dicht-en schrijfkunst was en is bij Arabische belletristen een geliefde bezigheid. De gemiddelde student Arabisch verslijt gedurende de studietijd minstens twee paperback-edities van zijn Arabisch-Engelse woordenboek(3) en ook de ervaren vertaler Arabisch gebruikt bij vrijwel elke opdracht zijn woordenboek. Naast deze rijkdom aan woorden voor oude begrippen kampt het Klassiek Arabisch met een gebrek aan mogelijkheden om woorden voor nieuwe begrippen uit de moderne tijd op te nemen. Taalpuriteinen weigeren wetenschappelijke en technische terminologie op te nemen in de vorm van leenwoorden uit de Europese talen. Zij wensen woorden die volgens bestaande patronen zijn gevormd. De Arabische Academie, een pan-Arabische instelling, stelt periodiek lijsten op van termen die zij voorstelt. Maar voor het woord computer circuleren in de Arabische wereld div. termen, die terugvertaald in betekenis variëren van rekenmachine tot elektronisch brein. Ook de in Nederland woonachtige Arabieren, grotendeels van Marokkaanse oorsprong, zien zich geconfronteerd met problemen t.a.v. benoeming van sociaal-maatschappelijke begrippen die typerend zijn voor de Nederlandse samenleving. Dit resulteert in opname van Nederlandse leenwoorden in het Marokkaans-Arabisch, bijv. ziekenfonds, uitkering, of in calques door onjuiste vertaling of parafrasering. Zo is het begrip 'kinderbijslag' in het Marokkaans-Arabisch in Nederland ingeburgerd als 'familietoeslag'. Voor meer informatie hierover en over andere kenmerken van de Arabische talen raadplege men het boek van Schippers en Versteegh: het Arabisch norm en realiteit(4). Over de woorden van Arabische oorsprong in het Nederlands is recentelijk ook een aardig boek verschenen. II De taalsituatie in de Arabische wereld De taalsituatie in de Arabische wereld wordt gekenmerkt door het verschijnsel diglossie. Diglossie houdt in dat twee taalvarianten naast elkaar bestaan, een zgn. hoge en lage variant. De hoge variant is gereserveerd voor alle situaties waarin formeel taalgebruik plaatsvindt, de lage variant voor informele situaties(6). In de praktijk bestaan er dus een officiële taal en een omgangstaal naast elkaar. In de Arabische wereld zijn dit resp. het Klassiek Arabisch (of in zijn huidige vorm het Modern Standaard Arabisch, vanaf hier MSA) en de verschillende dialecten. MSA en de dialecten markeren twee verschillende stadia in het taalontwikkelingsproces: het Klassiek Arabisch is sinds de verbreiding van de islam, zo'n 1400 jaar geleden, niet noemenswaardig veranderd, de verschillende dialecten hebben gedurende die periode wel een ontwikkeling doorgemaakt. De historische situatie in de middeleeuwen waarbij in de Zuid-Europese landen het Latijn als officiële taal werd gebruikt is, linguïstisch gesproken, vergelijkbaar met de realiteit van dit moment in het Midden-Oosten. Ook de Romaanse talen hebben een ontwikkeling doorgemaakt terwijl het Latijn kunstmatig constant is gebleven. Voor zowel het Arabisch als het Latijn geldt dat de religie daarin een belangrijke rol heeft gespeeld. In tegenstelling tot de dialecten is het MSA in het gehele Midden-Oosten vrijwel gelijk. Er zijn slechts kleine verschillen op het lexicale vlak en in de uitspraak. Voor het MSA geldt thans nog wat voor het Latijn gold in het oude Europa nl. dat het als lingua franca fungeert voor ontwikkelde sprekers uit het gehele gebied. Een van de consequenties van diglossie is, dat er geen echte native speakers van het MSA bestaan. Elke Arabier heeft als moedertaal (in de strikte betekenis van het woord) een dialect en niet het MSA. Die taal wordt op school geleerd als een leervak, waarbij deze idealiter tegelijkertijd als instructietaal dient te worden gebruikt. Het feit dat het MSA als vreemde taal geleerd dient te worden heeft consequenties voor de beheersing van deze taal door de gebruikers ervan. M.n. in landen als Marokko en Tunesië, waar als gevolg van het gekoloniseerde verleden de Franse taal in de maatschappij en het onderwijs nog een belangrijke rol speelt, is de beheersing van het MSA ook bij relatief hoog geschoolden vaak niet perfect(8). De verschillende Arabische dialecten, benoemd als Marokkaans-Arabisch, Egyptisch-Arabisch etc., onderscheiden zich van het Klassiek Arabisch op alle niveaus. Hun lexicon is enerzijds beperkter (voor abstracte begrippen) maar tegelijkertijd uitgebreider (voor huis-, tuin- en keukenbegrippen). De morfologie van de dialecten is eenvoudiger. Zo hebben bijv. alle dialecten het naamvallen-systeem laten vallen terwijl het Klassiek Arabisch dit in stand heeft gehouden. Op het fonologisch niveau zijn er ook verschillen, klanken toegevoegd of juist laten vallen. Evenzo zijn er verschillen op syntactisch niveau. De dialecten onderscheiden zich in 4 hoofdgroepen: Noord Afrika, Egypte en omgeving, het Arabisch schiereiland, Palestina en omgeving. Binnen deze groepen zijn de verschillen betrekkelijk gering, als tussen afzonderlijke Nederlandse dialecten, tussen de afzonderlijke groepen zijn de verschillen groter en vergelijkbaar met bijv. de scandinavische talen Noors vs. Zweeds vs. Deens. Sommige dialecten genieten meer status dan andere. Een voorbeeld hiervan is het dialect van Cairo. Deze stad is het culturele en intellectuele centrum van het Midden-Oosten en haar dialect wordt alom als prestigieus ervaren. Dit dialect fungeert soms als een lingua franca in het Midden-Oosten. Extra gecompliceerd is de situatie in Marokko,
en delen van Algerije en Tunesië. Naast de genoemde twee varianten
van het Arabisch bestaat in deze landen het Berbers als moedertaal van
delen van de bevolking. Deze taal, eveneens verdeeld in groepen dialecten,
is slechts ver verwant met de Arabische talen.
III Vertalen in en uit het Arabisch a) Vertalers en tolken: het bestand I.v.m. het hierboven beschreven verschijnsel van de diglossie is bij het Arabisch het onderscheid tussen (gespreks)tolken en vertalers van nog groter belang dan bij de Europese talen. Voor de situatie in Nederland kan grofweg worden gesteld dat een 'tolk Arabisch' niet bruikbaar is(8). Het tolken ten behoeve van een cliënt (verdachte, patiënt) dient plaats te vinden in diens moedertaal, het eigen dialect: Marokkaans Arabisch, Syrisch Arabisch etc. Het tolken in MSA voor gewone mensen dient te worden vermeden aangezien spreek- en luistervaardigheid in deze taal slechts voorkomen bij relatief hoog geschoolde personen. Het komt in de Nederlandse praktijk, m.n. bij de rechtbanken, echter op grote schaal voor dat er 'tolken Arabisch' worden opgeroepen. Dan kan het voorkomen, en in de praktijk komt het ook voor, dat een verdachte uit Marokko wordt geconfronteerd met een tolk die uit Egypte afkomstig is. Echter, de kans is zeer groot dat de verdachte als moedertaal het Berbers spreekt (bij ± 70% van de in Nederland verblijvende Marokkanen is dit het geval), dat hij slechts een beetje Marokkaans Arabisch dialect spreekt en verstaat, en dat hij totaal geen MSA spreekt of verstaat. Hij is immers als ongeschoolde arbeider naar Nederland gekomen. De uit Egypte afkomstige 'tolk Arabisch' spreekt of verstaat, vrijwel zeker, geen Berbers, en, ook vrijwel zeker slechts een beetje Marokkaans Arabisch dialect. Communicatie is dan haast onmogelijk, maar hoe wordt dit duidelijk als de tolk, gedreven door materiële verlangens, dit niet wenst toe te geven, en de verdachte, gehinderd door een gebrek aan (taal)kennis dit niet opmerkt of niet kan melden? Ook het feit dat de sectie gerechtstolken van het NGV 15 leden als tolk Arabisch en slechts 2 leden als tolk Marokkaans vermeldt(10) illustreert m.i. dat op alle niveaus het misverstand over de 'tolk Arabisch' nog dient te worden opgehelderd. Overigens zijn er tolken Arabisch, ook binnen de sectie gerechtstolken, die moeite hebben gedaan om naast hun eigen (moeder)dialect een ander afwijkend dialect te leren verstaan en spreken. De cursus voor Gerechtstolken, georganiseerd door de Stichting Instituut voor Gerechtstolken en -vertalers, die in januari 1989 van start ging kende ook geen sectie Arabisch maar een sectie Marokkaans. Actieve en passieve kennis van het Marokkaans Arabisch dialect vormden een absolute voorwaarde voor deelname aan de cursus. In het voorgaande is vooral gesproken over (gespreks)tolken in de verschillende Arabische talen. Thans wil ik even stilstaan bij de vertalers. Wat hierboven is beweerd over de beperkingen t.a.v. de inzetbaarheid van (gespreks)tolken is in het geheel niet van toepassing op de inzetbaarheid van vertalers Arabisch. De uniformiteit van het MSA maakt het mogelijk vertalingen uit en voor alle Arabischtalige landen door één en dezelfde vertaler te laten maken. In mijn eigen praktijk heb ik bijvoorbeeld huwelijksaktes uit Marokko, Tunesië, Egypte, Israël, Libanon, Syrië en Irak vertaald. Voor rijbewijzen zou ik een soortgelijk rijtje kunnen opsommen. De vertalers Arabisch in Nederland zijn te onderscheiden in twee groepen, de natives(11) en de Nederlanders die het Arabisch als een vreemde taal hebben geleerd. Opleidingen Arabisch in Nederland bestaan aan 6 universiteiten (Amsterdam 2x, Leiden, Utrecht, Nijmegen en Groningen) en aan de Rijkshogeschool te Maastricht. In alle gevallen betreft het een opleiding die voor het overgrote deel is gewijd aan schriftelijke beheersing van het MSA, één of twee dialecten spelen in de meeste studieprogramma's slechts een bescheiden rol. In alle gevallen omvat de studie een 4-jarig programma. Voor het Arabisch, als niet-schooltaal is het welhaast onmogelijk om afgestudeerden af te leveren die het MSA in voldoende mate beheersen om na hun afstuderen zonder verdere scholing een vertaalpraktijk te starten. Ook wat betreft vertalen in en uit het Arabisch wil ik mij echter een enkele kritische kanttekening permitteren. Deze betreft de praktijk van de beëdiging bij de verschillende arrondissementsrechtbanken en de gevolgen daarvan. In het verleden, en ook thans nog, kon het voorkomen dat de rechtbank tot beëdiging van een vertaler besloot, uitsluitend op grond van een (ondeskundige) beoordeling door de rechter van de (mondelinge) beheersing van het Nederlands(12), en uiteraard de onontkoombare verklaring van goed gedrag. Een onderwijsbevoegdheid is voor het Arabisch niet van toepassing, deze bestaat nl. niet in Nederland(13). Aangezien door velen de beëdiging nog steeds als een kwaliteitsgarantie wordt gezien is er thans sprake van een situatie waarin wij kampen met een erfenis uit het verleden in het vertalers- en tolkenbestand. Het is mijn ervaring dat men bij de meerderheid der vertaalbureaus niet over deskundigheid beschikt betreffendehet Arabisch, en dat onvoldoende gekwalificeerde (maar beëdigde!) vertalers via deze kanalen hun slechte vertalingen de maatschappij in kunnen sturen. b problemen t.a.v. hulpmiddelen De vertaler Arabisch is op het terrein van de hulpmiddelen sterk in het nadeel ten opzichte van zijn collega's die zich met minder exotische talen bezig houden. Allereerst de woordenboeken, het belangrijkste hulpmiddel van de vertaler. Eerder wees ik er reeds op dat een deugdelijk handwoordenboek Nederlands-Arabisch/Arabisch-Nederlands niet bestaat. Tevens is de diglossie-situatie er de oorzaak van dat voor tolken of vertalen aparte woordenboeken vereist zijn. Voor schrijftaal (MSA) en voor spreektaal (de dialecten)(14). Bij gebrek aan een woordenboek dat tot standaardisatie van terminologie kan leiden, heerst er thans een toestand waarbij veel individuele vertalers hun eigen vertalingen voor typisch Nederlandse begrippen bedenken(15). Tekstverwerking in het Arabisch is mogelijk, echter de mogelijkheden zijn beperkt, met name waar het de uiteindelijke output op papier betreft. Het zal de lezer niet verbazen dat de vertaler Arabisch het nog moet stellen zonder een mogelijkheid om 'even Luxemburg te bellen' teneinde een terminologie databank te raadplegen. Ook een computerprogramma voor terminologiebeheer moeten wij nog ontberen. Tenslotte De lezer zal uit het voorgaande reeds hebben geconcludeerd dat ik nog een aanzienlijke lijst van desiderata heb op het gebied van het vertalen en tolken in en uit het Arabisch in Nederland. Ten opzichte van de collega's in de West Europese talen hebben wij een achterstand van jaren in te halen, en een erfenis uit het verleden weg te werken. Ter afsluiting wil ik de lezers verzoeken
mij op de hoogte te stellen van elk initiatief dat in Nederland wordt genomen
waarin het Arabisch een rol speelt.
Naschrift Dit artikel is verschenen in 1991 in Van
Taal tot Taal, het toenmalige blad van het Nederlands Genootschap van Vertalers
(NGV).
noten: (1) voor de goede orde: het Turks is geen Arabische taal, en zelfs geen Semitische, maar een Altaïsche taal (tot het begin van deze eeuw werd het Turks wel middels het Arabisch schrift geschreven). Ook het Perzisch is geen Semitische taal, maar een Indo-Europese taal (maar wordt thans nog wel m.b.v. het Arabische alfabet geschreven, evenals het Urdu in Pakistan en Afghanistan). (2) Een duidelijk en illustratief boekje over de arabische kalligrafie is geschreven door Arnoud Vrolijk: De kunst van het schrijven, overzicht van de Arabische kalligrafie (uitg. Hiwar, Rotterdam 1986) (3) Een bruikbaar handwoordenboek Nederlands-Arabisch en/of Arabisch-Nederlands bestaat tot op heden niet. Verkrijgbaar zijn thans slechts enkele woordenlijsten van beperkte omvang, gidsjes 'Arabisch voor op reis', een basiswoordenboek Marokkaans Arabisch (dialect) en een ondeugdelijk Nederlands- Arabisch woordenboek (eerder door mij in van Taal tot Taal besproken). (4) Arie Schippers en Kees Versteegh: Het Arabisch, norm en realiteit, uitgegeven in 1987 door uitg. Coutinho te Muiderberg. (5) Koffie, kaffer en katoen, Arabische woorden in het Nederlands, Marlies Philippa, uitgegeven door de Pantheon Boekhandel te Amsterdam, 1989. (6) Schriftelijk taalgebruik is i.h.a. formeel en vindt derhalve in het MSA plaats. In Nederland is door delen van de Marokkaanse gemeenschap, en door voorlichting gevende instanties, echter ook gebruik gemaakt van het Marokkaans Arabisch dialect in geschreven vorm. (7) Een andere oorzaak voor de matige beheersing van het MSA bij velen kan worden gezocht in het onderwijssysteem van de Arabische landen dat op pedagogisch verouderde principes is gebaseerd. (8) Een uitzondering hierop zou kunnen zijn een gelegenheid waarbij vertegenwoordigers van verschillende Arabische landen aanwezig zijn (bijv. een zitting van het Internationale Gerechtshof). Voor een dergelijke groep (hoog ontwikkelde) personen, met verschillende Arabische nationaliteiten, zou tolken in MSA de oplossing zijn, het MSA is immers de lingua franca voor de gehele Arabische wereld. (9) Tijdens eigen observatie heb ik vastgesteld dat zelfs tussen een Tunesische tolk en een Marokkaanse verdachte misverstanden rezen die tijdens de zitting niet werden opgehelderd. Ook al behoren het Tunesisch en het Marokkaans Arabisch dialect tot dezelfde groep der 'Maghreb-dialekten'. (10) De overige Arabische dialecten (desnoods grofweg ingedeeld in de vier 'hoofdgroepen') worden in het geheel niet specifiek vermeld bij de sectie gerechtstolken. Een collega die zich bij de griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam als tolk Marokkaans wilde laten registreren kreeg nul op het rekest. Dit bleek bij de betreffende rechtbank niet mogelijk. (11) Het begrip native speaker is strikt genomen voor het MSA niet juist, ook Arabieren hebben het MSA op school geleerd. (12) Enige tijd geleden kreeg ik een 'Proces-verbaal van verhoor op verzoekschrift' betreffende een beëdigingsverzoek onder ogen. Uit dit stuk citeer ik: 'Ik heb niet zoveel moeite met het vertalen van eenvoudige stukken, maar ik kan niet spontaan iets schrijven in het Nederlands. Ik wil in staat zijn een behoorlijke brief in het Nederlands te schrijven.' Enkele regels verder: Na schorsing van de zitting deelt de voorzitter mede dat verzoekster is toegelaten tot de beëdiging als vertaalster in de ... taal. (13) Na een telefonische enquete onder de verschillende arrondissementen is mij in 1985 gebleken dat de eisen die werden gesteld voor beëdiging van niet-Nederlanders, voor de talen Arabisch en Turks, sterk uiteen liepen. In een aantal arrondissementen werd inderdaad alleen de beheersing van het Nederlands ter zitting getoetst. (14) Voor het Marokkaans Arabisch dialect (verreweg het meest gesproken Arabische dialect in Nederland) is er een goed woordenboek verkrijgbaar (Roel Otten, Basiswoordenboek Marokkaans Arabisch - Nederlands, 1983, uitg. Coutinho). Dit woordenboek is vooral toegesneden op het 'hulpverleningscircuit'. (15) Voor begrippen als individuele huursubsidie, voordeurdeler(korting), voetoverheveling, circuleren diverse, veelal niet foutieve, vertalingen. In 1985 is door het Vertaalcircuit een poging ondernomen tot een uniforme terminologie te komen. Niet alleen voor het Arabisch, ook voor het Turks en het Spaans. Op korte termijn kan een aanvulling op deze lijst worden verwacht, in meer talen. |