'Turks is Turks. Klaar.'

Binnen de drie generaties Turken en Marokkanen in Nederland worden verscheidene talen gesproken en geschreven. Twee arabisten over taalkeuzes in de

migrantenvoorlichting. “Ik zou Marokkaans-Arabisch dus niet doen.” “Ik dus wel. Plus een bandje. In het Berbers.’

In de Turkse en Marokkaanse gemeenschap in Nederland worden meerdere talen gesproken en geschreven. In de Turkse groep zijn dat het Turks, en in beperkte mate het Koerdisch, en het Nederlands. Bij de Marokkanen gaat het om het Marokkaans-Arabisch en het Berbers vooral als gesproken talen, het Standaard Arabisch als schrijftaal en het Nederlands als spreek- en schrijftaal. De verwachting is dat in beide groepen na verloop van tijd de taalvaardigheid in het Nederlands het grootst zal zijn. De taal waarin aan Turken en Marokkanen dan voorlichting gegeven kan worden zal het Nederlands zijn. Zover is het echter nog niet. Welke taal of talen moeten we tot die tijd gebruiken in de voorlichting aan de drie generaties Turken en Marokkanen in Nederland?

aanbevelingen

Die vraag wilde het Bureau Voorlichting Gezondheidszorg Buitenlanders (BVGB), dat in 1996 is opgegaan in het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie, beantwoord zien.

Het BVGB maakte zijn voorlichtingsmateriaal altijd tweetalig: naast het Nederlands in het Turks en het Marokkaans-Arabisch (later Standaard Arabisch). Jan Jaap de Ruiter, universitair docent Taal en Minderheden van de Katholieke Universiteit Brabant, verrichtte daarom in opdracht van het BVGB in 1995 de literatuurstudie Het taalkundig perspectief van Turken en Marokkanen in Nederland, waarvan onlangs een samenvatting verscheen. De studie geeft weer wat er aan beschikbare onderzoeksgegevens is en voorspelt op basis daarvan de taalkundige toekomst van beide groepen. Vervolgens worden er aanbevelingen gedaan voor de taalkeuze en de vorm van de voorlichting aan de drie generaties. De eerste generatie is nu ouder dan veertig jaar, de tweede generatie is tussen de vijftien en veertig jaar en de derde generatie is jonger dan vijftien. De meerderheid van de Turken en Marokkanen in Nederland behoort tot de tweede generatie. De aanbevelingen voor bijvoorbeeld die tweede generatie komen in het kort hier op neer.

Marokkanen

Aanbevolen voorlichtingstalen op de eerste plaats het Nederlands, op de tweede plaats tweetalig Nederlands-Standaard Arabisch en op de derde plaats het Marokkaans-Arabisch en Berbers. Aanbevolen voorlichtingsvormen: op de eerste plaats de schriftelijke en op de tweede plaats de audiovisuele vorm.

Turken

De aanbevolen voorlichtingstalen zijn op de eerste plaats Nederlands en op de tweede plaats tweetalig Turks/Nederlands.

De aanbevolen voorlichtingsvormen zijn: op de eerste plaats schriftelijke en op de tweede plaats de audiovisuele vorm.

In de toelichting op deze taalkeuzes schrijft De Ruiter dat voor beide groepen geldt dat zij het Nederlands het beste beheersen en dat die taal daarom de belangrijkste voorlichtingstaal moet zijn. Tweetalige voorlichting is er voor hen die beide talen niet volledig beheersen en die zo hun voordeel kunnen doen met de elkaar aanvullende kennis van beide talen.

rollebollend

De Ruiter: “Toen ik het rapport schreef, dacht ik: eigenlijk beveel ik aan alles te doen wat kan. Daar ontkom je ook niet aan. De aanbevelingen zijn een weerspiegeling van de Turkse en Marokkaanse gemeenschap.”

Jan Hoogland, universitair docent Arabisch aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, was lid van de stuurgroep die De Ruiter in zijn studie volgde. Toen Hoogland door het BVGB gevraagd werd voor de stuurgroep, zei hij: “Je weet dat De Ruiter en ik wel eens botsen, dus je kunt fundamentele kritiek verwachten.”

Nu dan, zijn er aanbevelingen in de literatuurstudie waaraan Hoogland twijfelt? Nou nee, met die aanbevelingen heeft hij niet zo’n moeite.

De Ruiter, vrolijk: “Ook vandaag zullen we weer weigeren rollebollend over straat te gaan.”

Hoogland: “Die fundamentele kritiek ligt vooral op het terrein van de methodiek. Wat die aanbevelingen betreft, denk ik hooguit: je had net zo goed een middag met een clubje bij elkaar kunnen gaan zitten. Dan was je ook een heel eind gekomen. Moesten die pagina’s daar nou echt allemaal voor geschreven worden?” Een gekscherende De Ruiter: “Dat wilde het BVGB!”

Denken de twee arabisten dat gezondheidsvoorlichters uit de voeten kunnen met de reeks aanbevelingen? De Ruiter knikt. “Op grond van dit rapport zou ik wel conclusies kunnen trekken, ja.”

Hoogland: “Een paar voorbeelden bij die aanbevelingen was wel aardig geweest. Dit is de doelgroep, dit is het onderwerp (want dat bepaalt ook je taalkeuze), in welke taal moet ik het doen?”

We doen een poging. Een Marokkaanse folder over het maagdenvlies. In welke taal?

De Ruiter: “Standaard Arabisch en Nederlands. Het is een gevoelig onderwerp, daarom kies ik voor het wat abstraherend Standaard Arabisch en niet voor het directe Marokkaans-Arabisch.”

Hoogland: “Ik vraag me even af of Standaard Arabisch nodig is. Waarom niet alleen Nederlands? Want je hebt het hier over de tweede generatie, die het Nederlands het beste beheerst.”

De Ruiter: “Maar ouders zouden er misschien ook wat over willen weten.”

Hoogland: “Maak het altijd tweetalig. Dus Nederlands, en Standaard Arabisch voor de volledigheid en haar abstraherende karakter. Voor deze tweede generatie hoef je niet speciaal Marokkaans-Arabisch te schrijven, zij kan in het Nederlands benaderd worden als het onderwerpen zijn die henzelf aangaan, die voor hen van belang zijn. Marokkaans-Arabisch schrijf je voor de eerste generatie of voor iedereen.”

schuttingwoorden

Van de Marokkaanse talen leent het ‘abstraherende Standaard Arabisch’ zich volgens beiden het beste voor voorlichtingsmateriaal over seksualiteit. De Ruiter: “Omdat die taal in tegenstelling tot het Marokkaans-Arabisch geen schuttingwoorden kent. Het schrijven over dit onderwerp in het Marokkaans-Arabisch kan de tweede generatie aanspreken omdat ze natuurlijk heel wat directer geworden zijn in Nederland. Maar ze kunnen ook denken: wat zijn dat voor gore woorden?” Het blijft volgens De Ruiter moeilijk te bepalen welke taal te

kiezen. Het kan bijvoorbeeld ook afhangen van de maatschappelijke en culturele oriëntatie van een groep. Neem de opkomst van de islam, de groei van het aantal moskeeën in Nederland. Leg je in die conservatieve omgeving een folder weg over aids en geschreven in het Marokkaans-Arabisch, dan wordt die volgens hem snel verwijderd. Leg je een aids-folder neer in het omfloerst Standaard Arabisch, dan is de kans groter dat ie blijft liggen.’ De Ruiter, Hoogland aankijkend: “Toch? “

Hoogland: “Ja. “

Voor de keuze voor een migrantentaal geldt dus maatwerk. De taalkeus moet niet alleen zijn afgestemd op de doelgroep(en) waarvoor de voorlichting is bedoeld, maar ook op het onderwerp.

Bij de voorlichting aan Turken wordt de voorlichter niet geplaagd welke Turkse taalvariant te kiezen. Hoogland: “Turks is Turks. Klaar.”

De Ruiter vult aan: “Je hebt wel de ideologische discussie van de taalpuristen in Turkije. Mag je alleen echt Turkse woorden gebruiken of ook woorden die oorspronkelijk uit het Arabisch of Perzisch komen.” Hoogland knikt instemmend.

géen bandje

Maar als De Ruiter en Hoogland uit al die aanbevelingen één keuze moesten maken, bijvoorbeeld omdat er niet meer geld is om een folder én in het Marokkaans-Arabisch én Standaard Arabisch te laten vertalen. Wat bevelen de beide arabisten dan aan?

Over de derde generatie Turken en Marokkanen zijn ze het volstrekt eens: die kun je gewoon schriftelijk met Nederlands bereiken Deze groepen zijn door het Nederlandse onderwijs sterk schriftelijk georiënteerd. Hoogland, de Marokkanen even apart nemend: “Dat is feitelijk al een groep die wij nu op de universiteit krijgen. Die willen terug naar hun wortels en komen bij ons Arabisch studeren.”

Met de tweede en eerste generatie Turken zitten de twee arabisten ook op één lijn. Schriftelijk en tweetalig Turks-Nederlands.

Gaat het om de Marokkanen, dan kiest De Ruiter voor schriftelijke en tweetalige voorlichting, Standaard Arabisch en Nederlands. De Ruiter: “Ik zou Marokkaans-Arabisch dus niet doen.”

Hoogland: “Ik dus wel. Plus een bandje. In het Berbers.”

De Ruiter: “Nee, je mag geen bandje! Je budget is beperkt!”

Hoogland: “Als er echt maar één vertaalslag aan te pas mag komen. Nederlands, want die tekst heb je toch al, en Marokkaans-Arabisch. Zeker als het gaat om gezondheidszaken, die gaan iedereen aan. Marokkaans-Arabisch staat nu eenmaal dichter bij de mensen dan het Standaard Arabisch. Ik heb een officieel Marokkaans boekje met verkeersregels voor het theorie-examen. Geschreven in het Marokkaans-Arabisch. Een impliciete erkenning dus van de Marokkaanse overheid... als we het in Standaard Arabisch opschrijven wordt het niks met die examens. . .

porren

Is het dan niet sowieso beter om gewoon voor het Marokkaans-Arabisch te kiezen als enige Arabische taal om Marokkanen voor te lichten?

Hoogland is wel te porren voor het Marokkaans-Arabisch: “Je bent er dan in ieder geval zeker van dat er zo weinig mogelijk keren vertaald moet worden. Kies je alleen voor Nederlands en de kinderen moeten de voorlichtingstekst vertalen voor hun ouders, dan heb je een heel grote vertaalslag. Doe je het in Standaard Arabisch, dan moet nog altijd iemand het vertalen voor diegenen die alleen maar de taalvariant Marokkaans Arabisch of Berbers machtig zijn. Maar gebruik je het Marokkaans-Arabisch, en dan heb ik het over de algemene standaardvorm van het midden van Marokko, dan heb je daarmee de grootste kans dat je mensen bereikt en zonder dat er vertaalslagen tussen zitten waar je geen controle op hebt.”

De Ruiter heeft zijn bedenkingen: “Marokkaans-Arabisch is vooral een spreektaal. De taal kan ook geschreven worden, maar er bestaat geen eensluidend en algemeen geldend schrift van. Daarbij komt, een Marokkaan die geletterd is (en bijvoorbeeld Standaard Arabisch kan lezen en schrijven) kan wel eens geen behoefte meer hebben aan geschreven Marokkaans-Arabisch of Berbers. Hij kijkt wat denigrerend aan tegen het geschreven Marokkaans-Arabisch, hij kent immers Standaard-Arabisch, dan kan hij toch gewoon Standaard lezen!”

Artikel geschreven door Leo Lotterman, eindredacteur van TGV (Tijdschrift Gezondheidsvoorlichting)

Literatuur

Migrantentaal; Het taalkundig perspectief van Turken en Marokkanen in Nederland, 1997, prijs ¦ 7,50, bestelcode SA96003.

Het taalkundig perspectief van Turken en Marokkanen in Nederland; een literatuurstudie, Jan Jaap de Ruiter, 1995, prijs ¦ 15,-, bestelcode 000808.

Beide publicaties zijn verkrijgbaar bij de afdeling Algemen Zaken van het NIGZ, Postbus 500, 3440 AM Woerden, telefoon 0348-437606. fax 0348-437666.

uit: Tijdschrift Gezondheidsvoorlichting, jrg. 14, nr. 5, mei 1997