Kleine Letteren
Omhoog

 

Op de bres voor het gesproken Arabisch

 

Enkele fragmenten uit een portret van Jan Hoogland uit het boek:

De wijde wereld van de Kleine Talen, 25 portretten

door Dirk van Delft

 

Oorspronkelijk had hij straaljagerpiloot zullen worden. Toen de selectie bij de Koninklijke Militaire Academie te zwaar bleek, werd het civiele techniek in Delft. In 1975, het eindexamen atheneum-B koud achter de rug, wees niets erop dat Jan Hoogland ooit nog eens voor een taal zou kiezen, laat staan zo 'n vreemdsoortige als het Arabisch.
...
In Delft ontspoorde de studie na anderhalve maand. Hoogland: 'Ik kreeg geelzucht, drie maanden was ik uit de roulatie, het eerste jaar civiele techniek kon ik schudden. "Volgend jaar opnieuw beginnen", zei de studentendecaan. " Doe de rest van het jaar iets leuks". Nu had ik een kennis die met containers op het Midden-Oosten reed. In maart vergezelde ik hem naar Saoedi-Arabië, bouwmaterialen afleveren op een vliegveld, zes weken waren we onderweg. Liep ik, terwijl mijn maat wachtte op een zending geld, zomaar in Damascus rond. Terug in Nederland begon ik aan Arabisch te denken. Civiele techniek was niet alles. Zes weken waren voldoende geweest om te zien dat ik wat betreft wiskunde op mijn tenen zou moeten lopen. En de massaliteit van Delft, met louter manvolk, sprak me weinig aan.'
...

[dus werd het Arabisch, in Utrecht]

Na zijn kandidaats in 1981 wilde Hoogland, voor hij de studie voortzette, zich eerst bezinnen. 'Ik had mijn groot rijbewijs, het liefst wilde ik een poosje vrachtwagenchauffeur worden. Dus zocht ik mijn aloude vriend op. Staan we ergens in Italië met zijn truck op een parkeerplaats, zie ik twee landrovers van Cross Country Travels, een club uit Hillegom die groepsreizen naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten organiseerde. Weer thuis zag ik in een advertentie dat ze ook Marokko deden. Wie reizen aanbiedt, heeft reisleiders nodig en inderdaad, ik was welkom. In twee seizoenen heb ik in totaal elf drieweekse tochten voor ze gedaan. Chaufferen, gidsen, eerste hulp bij maag- en darmklachten, advies bij psychische nood, alles. De groep oppikken op het vliegveld van Malaga, met de boot in een uur oversteken en dan Marokko. In de gekste uithoeken ben ik geweest; pas toen leerde ik het land echt kennen en de taal vloeiend spreken.' ...

In mei 1983, toen Hoogland voor zijn gevoel nog een jaar van zijn afstuderen verwijderd was, werd zijn Utrechtse docent Roel Otten vanuit Nijmegen gevraagd of hij iemand wist die in het kader van een onderwijsstimuleringsproject een cursus spreekvaardigheid Marokkaans-Arabisch wilde opzetten, gericht op zelfstudie. Hoogland: 'Roel heeft mij toen aanbevolen. Op 1 december moest ik beginnen, op 30 november studeerde ik af. Nooit heb ik zo hard gewerkt. Mijn scriptie ging over Marokkaans dialect in voorlichtingsteksten. Wat ik wilde onderzoeken was of je in brochures het best Standaard-Arabisch kon hanteren of liever een schriftelijke weerslag van het gesproken Marokkaans-Arabische dialect.
 

[de belangstelling voor tolken en vertalen ontstond al tijdens de studie]
...
Het tolken en vertalen loopt als een rode draad door Hooglands loopbaan. In Utrecht had hij de nodige praktijkervaring opgedaan. Bij het Nederlands Centrum Buitenlanders corrigeerde hij vertalingen, voor het Tokencentrum Utrecht vertaalde hij documenten uit het Arabisch: huwelijksakten, scheidingsakten, uittreksels van het geboortenregister - vaak handgeschreven - of rijbewijzen. Ook kreeg Hoogland regelmatig Marokkanen met documenten aan de deur.
 

 [sinds 1997 is hij projectleider voor het samenstellen van een Nederlands-Arabisch en Arabisch-Nederlands woordenboek]
...
Een woordenboek Standaard-Arabisch is in Nederland hard nodig, vindt Hoogland. 'Er is er één van bedroevend slechte kwaliteit en er is een matige woordenlijst. In mijn haalbaarheidsstudie concludeerde ik dat ook in andere talen geen moderne Arabische woordenboeken voorhanden zijn van waaruit je kunt vertrekken. Vervolgens kwam de Commissie Lexicografische Vertaalvoorzieningen van de Nederlandse Taalunie met een zak geld. Na de nodige bureaucratische rompslomp konden we voorjaar 1997 van start. Als coordinator heb ik op papier een halve weektaak aan dat woordenboek. Feitelijk steek ik er veel meer tijd in, zo'n woordenboek wordt bijna je levenswerk.
 
 
overige portretten in dit boek van: 

prof. Dr. Bernard Arps, dr. Peter Bakker, prof. Dr. C.J. Ruijgh, dr. Maghiel van Crevel, prof. Dr. Frits Kortlandt, dr. Abderrahman El Aissati, dr. Jan Just Witkam, dr. Helma van den Berg, prof. Dr. Erik Jan Zurcher, prof. Dr. Lourens de Vries, dr. Gabrielle van den Berg, dr. Maarten Jansen, prof. Dr. Thilo C. Schadeberg, dr. Martin van Bruinessen, dr. Sjors van Driem, dr. E.J. van Donzel, prof. Dr. Harco Willems, dr. Harry Stroomer, dr. G.A. van der Toorn-Piebenga, prof. Dr. Boudewijn Walraven, dr. Janneke Kalsbeek, dr. Theo Maarten van Lint, dr. Niek Veldhuis, dr. Hanne de Bruin, en als nawoord een gesprek met dr. P.A.J. Tindemans).
 

Uit: De wijde wereld van de Kleine Talen, 25 portretten

Dirk van Delft (wetenschapsredacteur van NRC-Handelsblad)

Amsterdam, 1998 uitg Bulaaq.

ISBN 90 5460 040 3

Tevens bevat het boek een overzicht van opleidingen 'Kleine Letteren' in Nederland.